In deze bijdrage aan een themanummer van het blad Onderwijsvernieuwing (MESOconsult) over masters houdt Marco Snoek een pleidooi voor post-initële masters boven initiële masters, als middel voor carrière- en professionele ontwikkeling voor leraren. Ze komen als paddestoelen uit de grond, nieuwe masteropleidingen voor leraren. Waar de master traditioneel voorbehouden was aan eerstegraads leraren, zijn er in het afgelopen jaar mastertrajecten ontwikkeld rond speciaal onderwijs, Leren & Innoveren, schoolleiders en recent de mastertrajecten vanuit het NiME. Die ontwikkeling vindt niet alleen in Nederland plaats, maar ook op andere plekken in Europa. Toch zijn er wezenlijke verschillen tussen de ontwikkelingen in Nederland en elders in Europa. Het meest kenmerkende verschil heeft betrekking op de keuze voor initiële masters of voor post-initiële masters: wordt de master beschouwd als een startniveau voor leraren of als een carrièrestap ergens in een loopbaan? Hieronder wordt eerst ingegaan op de Nederlandse context. In het tweede deel wordt beschreven hoe de discussie rond masters elders in Europa speelt. Tenslotte worden kanttekeningen geplaatst bij de Europese trend.
Uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, met noot.
Welk soortelijk gewicht heeft sociaal beleid, en aan welke dynamiek is het onderhevig? Hoe zwaar weegt het in het Haagse? Is het verbeteren van de sociale kwaliteit van onze samenleving een opdracht die opkan tegen het equivalent daarvan in de economische en fysieke sfeer? En is het soortelijk gewicht van sociaal beleid de afgelopen jaren gedaald? (Hebben stoffen eigenlijk altijd eenzelfde soortelijk gewicht? Zou water als het bevriest en ijs wordt een ander soortelijk gewicht krijgen?) In deze bundel wordt vanuit diverse hoeken stilgestaan bij het soortelijk gewicht van sociaal beleid. De teksten zijn geschreven en samengebracht als Liber Amicorum voor Wim Woertman, ter gelegenheid van diens afscheid van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Ruim een miljoen Nederlanders heeft moeite met getallen. Dit kan een grote hindernis zijn in het dagelijks leven. Samen met drie andere landen ontwerpen we een Europees Referentiekader Gecijferdheid en nascholingsmodules voor docenten in het volwassenenonderwijs.Doel Het doel van het project is het aanpakken van laaggecijferdheid. Mensen die moeite hebben met getallen komen allerlei obstakels tegen. Hoe bieden we betekenisvol onderwijs aan zodat mensen beter kunnen meedoen in deze maatschappij? Het Europees Referentiekader Gecijferdheid is een hulpmiddel om de gecijferdheid van individuen te verhogen. Het gaat in op inhoud, vaardigheden, houding en affectieve en psychologische aspecten.Dit referentiekader is bedoeld voor docenten, aanbieders van cursussen over gecijferdheid, beleidsmaker en politici. Naast het Europees kader ontwikkelen we nascholingscursussen voor docenten die cursussen rekenen en gecijferdheid geven in het volwassenenonderwijs. Deze cursussen zullen gratis online beschikbaar zijn. Resultaten Dit project loopt. Na afronding vind je hier een samenvatting van de resultaten. Looptijd 01 december 2018 - 31 juli 2021 Aanpak Het referentiekader en de nascholingsmodules komen tot stand door literatuuronderzoek, een Europese survey en een pilot in minimaal vier verschillende landen.
Veel Europese burgers ontberen de cijfervaardigheden om volledig en zelfstandig deel te nemen aan onze samenleving, die doordrongen is van technologie, statistiek en cijfers. Zij worden over het hoofd gezien voor bepaalde banen en vanwege de overvloed aan nummergerelateerde zaken, lopen ze in hun dagelijkse leven aan tegen allerlei problemen. Daarom is het essentieel dat er effectieve educatieve programma's worden ontwikkeld die aansluiten bij het dagelijks leven van volwassenen.Doel Het doel van dit project is om de gecijferdheid van burgers te vergroten door meer en betere gecijferdheidscursussen (of andere relevante educatieve programma's) voor volwassenen te ontwikkelen. Daarnaast zal het onderwerp onder de aandacht worden gebracht van onderwijzers, beleidsmakers en het brede publiek, zodat zij zich bewuster worden van de problemen rondom gecijferdheid. Dit project is een vervolg op een eerder groot Erasmus+ onderzoeksprogramma: "Europees referentiekader gecijferdheid". Resultaten Tijdens dit project worden in ieder geval de volgende vier kennisproducten ontwikkeld: Informatie- en bewustwordingsmaterialen Onderwijs- en leermaterialen - voorbeelden Op lokaal niveau: Materialen voor de ontwikkeling van professionals - voorbeelden Whitepapers over wat werkt in gecijferdheidsonderwijs Door deze informatiematerialen, whitepapers en leermaterialen beschikbaar te maken, zal het gecijferdheidsonderwijs voor volwassenen in Europa verbeterd worden en op die manier bijdragen aan het beleid dat de laaggecijferdheidsniveaus in Europese landen wil verhogen. Looptijd 01 januari 2022 - 31 december 2024 Aanpak We gebruiken een aanpak op meerdere niveaus voor het benaderen van leraren en vrijwilligers die betrokken zijn bij het geven van gecijferdheidscursussen, de opleiders die cursussen geven aan die leraren en vrijwilligers, en beleidsmakers en andere belanghebbenden die verantwoordelijk zijn voor het creëren van kansen voor zulke cursussen. Dit project is gebaseerd op de overtuiging dat succesvolle educatieve gecijferdheidsactiviteiten voor volwassenen niet te vinden zijn in schoolboeken voor kinderen of in abstracte spreadsheets, maar direct gerelateerd zijn aan de werkelijkheid, behoeften en uitdagingen van volwassenen. Ons onderwijs moet verbonden zijn met de realiteit van de lerenden, een holistische benadering volgen (lezen, schrijven, rekenen en digitale vaardigheden), en moet daarom ook leerlinggericht zijn. We zullen volwassenen moeten begeleiden in hun gecijferde omgeving door authentiek materiaal vanuit real-life-situaties te gebruiken, te werken aan bewustwording van succesvol gedrag, (cijfervaardigheids)thema's als gezondheid of financiën te bespreken en ook door een kritisch en verstandig gebruik van tools te ondersteunen. Impact Zowel de cursussen en programma's zelf die in dit project worden ontwikkeld als de internationale inzichten over hoe ze het beste kunnen worden ontwikkeld, kunnen het dagelijks leven van Europese burgers verbeteren en actief burgerschap, gezinsleven, sociaal leven en kansen op werk bevorderen. Ze kunnen ook de zorgen over de toekomstige economische ontwikkeling van Europese landen en hun snelle digitalisering en technologisering verminderen.
Binnen dit Europees project zal met samenwerkingspartners uit Nederland, België en Slowakije samengewerkt worden aan een systeem voor het detecteren van online hate speech in de verschillende Europese talen. Het project richt zich op het ontwikkelen en opzetten van een monitor van online hatespeech en desinformatie: de European Observatory of Online Hate . De inzichten worden verwerkt in informatie dashboards, rapportages en bijeenkomsten voor relevante stakeholders op het gebied van beleidzaken, veiligheid en sociaal werk.Doel Met dit project wordt een Europees onderzoekscentrum naar onlinehaatspraak en desinformatie opgezet: European Observatory of Online Hate (EOOH). De opgedane inzichten moeten experts helpen om onder andere online radicalisering vroegtijdig te detecteren in de 24 landstalen van de Europese Unie. Bij dit project wordt een netwerk aan experts opgebouwd om de observaties om te zette naar inzichten en concreet beleid. Resultaten Dit project richt zich op de volgende doelen: Inzicht in online verspreiding hate speech en desinformatie Versterken samenwerking en kennisuitwisseling met stakeholders in de praktijk in de publieke en private sector. Bewustwordingscampagnes i.h.b. gericht op jongeren ResultatenHet project heeft al geleid tot verschillende resultaten waaronder de volgende blogs: Facebook revelations and the fundamental problems of platform monopolies Moderation after the deed always comes too late Meer resultaten waaronder andere blogs en nieuwsbrieven zijn te vinden op: eooh.eu Looptijd 01 januari 2021 - 01 juli 2023 Aanpak Ontwikkelen van Explainabale AI technologie voor online hate speech detectie en monitoring en een lexicon in 24 EU talen. Bij de European Observatory of Online Hate (EOOH) worden meer dan 50 experts en organisaties betrokken, van AI onderzoekers, sociaal werk deskundigen, Europese politiediensten, mensenrechtenorganisaties tot beleidsmakers. Doorwerking van het onderzoek Inzichten in verspreiding en adequate counter narratieven en interventies voor online social werk onderwijs. Inzichten voor de beroepspraktijk voor AI onderzoek, sociaal werk deskundigen, Europese politiediensten, mensenrechtenorganisaties en beleidsmakers.