Participatiewerk beweegt zich in een speelveld van vier gebieden, waarin gelijktijdig gewerkt wordt in de context van buurt en gemeenschap. Het werk op het ene terrein is regelmatig sterk verbonden met dat van het andere. Dit speelveld wordt besproken inclusief een aantal aandachtsgebieden voor de verdere ontwikkeling van het het participatiewerk.
In de vorige masterclass legde Jean Pierre Wilken een stevig fundament voor de support benadering, hij bouwde al bijna een klaar en af huis. Voor de metafoor van ontwikkelingskracht zijn we nog niet zover. Ik heb wel geprobeerd elementen en dilemma's bij elkaar te leggen. Startpunt is de wet op de maatschappelijke ontwikkeling waarbij gemeentes de opdracht krijgen om zorg te dragen voor die ontwikkeling. We zullen de komende tijd hard moeten werken dat idee van maatschappelijke ontwikkeling kracht te geven en daarbij intensief gebruik maken van onze creatief agogische wortels. In de tweede stelling ging ik op zoek naar de legitimering van onze professie. Als ontwikkelingskracht de kern is zijn bureaucratisering en zuivere marktwerking (vraagsturing) niet zulke geschikte strategieën. Ontwikkelingskracht gedijt op het sociale terrein beter in het voice model. Voor ontwikkelingskracht is het heel belangrijk dat er bruggen tussen de verschillende talen geslagen worden. Sociale professionals moeten meesters zijn in logica's van verschillende professies en logica's van wetenschap, beleid, management en uitvoering met elkaar te verbinden. We moeten zeer waakzaam zijn voor academisering. We zijn op zoek naar een wetenschappelijk en beleidsmatig gefundeerde verdere professionalisering. Bij de stelling over perspectieven kan veel kracht gevonden worden in het zoeken naar de meest vruchtbare combinaties van presentie, vakmethodiek en instrumenten. Daar kunnen we als opleiding nog een slag maken. De setting naar doelgroep, naar werksoort, naar frontlinie of backoffice, naar generalist of specialist moet in de opleiding niet doorslaggevend zijn. Onze professionals zijn in staat zich snel naar een setting te zetten. Het is wel noodzakelijk dat ze doorzien en doorvoelen hoe verschillend settings kunnen zijn en hoe belangrijk het is om te investeren in het leren kennen van een setting. Gedurende de opleiding en trouwens ook gedurende de professionele loopbaan zullen social workers voortdurend pendelen tussen het versterken van de corebusiness en het opzoeken van de randen. De meeste dynamiek en ontwikkelingskracht zit over het algemeen aan de randen, niet in de kern. En we zullen support en ontwikkelingskracht moeten gaan vertalen in competenties en in nieuwe manieren om die competenties je eigen te maken.
Eindrapportage van een onderzoek uitgevoerd door de HvA naar de effecten de dienstverlening van Vita Welzijn en Advies (Vita). De onderzoeksresultaten worden beoordeeld aan hand van de beoogde maatschappelijke effecten van het Wmo-beleid van de Gemeente Amstelveen. Het project bestaat uit twee fasen. De eerste fase beschrijft de effecten van Vita-interventies binnen het Algemeen Maatschappelijk Werk (AMW) en Jeugdmaatschappelijk Werk (JMW). In de tweede fase is het Sociaal Cultureel Werk (SCW) betrokken bij het onderzoek. Centrale vraag in de tweede fase was het bewustzijn van de Vita-medewerkers m.b.t. de effectiviteit van het Wmo-beleid. De gemeente Amstelveen heeft de maatschappelijke doelen op rijksniveau vertaald naar drie doelen op gemeentelijk niveau: 1. Bevorderen van maatschappelijke deelname door lichamelijke en psychische beperkingen te compenseren. 2. Bevorderen van maatschappelijke deelname door individuele en sociale problemen te voorkomen en tegen te gaan. 3. Bevorderen van sociale samenhang. Tenslotte beschrijft het rapport conclusies en aanbevelingen aan Vita om beter aan te sluiten op de Wmo-doelen, waaronder: het formuleren van subdoelen, aanscherpen van het registratiesysteem en het verbreden van de doelgroep bij de activiteiten van de SCW.
De transitie naar een gerobotiseerde industriële omgeving is in volle gang. Robots zijn zich aan het ontwikkelen tot collaboratieve robots (co-bots) en worden zo meer een collega dan een geïsoleerde machine in een kooi. Een goede co-bot-mens-samenwerking heeft positieve effecten op de werkbeleving, resulteert in minder stress, verzuim, minder ‘bijna-ongelukken’ en leidt tot hogere productiviteit en kwaliteit op de werkvloer. Onderling vertrouwen tussen medewerker en co-bot speelt een belangrijke rol in een goede samenwerking en voor effectieve teamprestaties. De interactie tussen medewerker en co-bot dient daartoe zo natuurlijk mogelijk, voorspelbaar en intuïtief te verlopen. Op dit terrein valt nog veel winst te boeken in het industriële MKB. Co-bots moeten leren anticiperen op wat in de directe omgeving komen gaat, zodat de medewerker nimmer in een onveilige situatie verkeert en zich comfortabel voelt in de samenwerking met de co-bot. Van de andere kant moeten medewerkers leren begrijpen hoe co-bots werken en wat ze van hen kunnen verwachten. Ambitie van het project “Close Encounters with Co-bots” is het verbeteren van de effectieve samenwerking tussen medewerker en co-bot op de industriële werkvloer en daarbij vertrouwen en beleefde veiligheid te borgen voor de medewerker. In het project wordt daartoe gewerkt aan begrip van de co-bot in de mens, begrip van de mens in de co-bot, het bouwen aan technische oplossingen voor effectieve communicatie, en prototyping en testing in relevante praktijkomgevingen in het MKB. Het bedrijfsleven kan met de resultaten van het project versneld de door hen gewenste leercurve doorlopen om samenwerkende industriële mens-co-bot-systemen substantieel te laten bijdragen aan operationele winst in economisch, (productie)technisch en sociaal opzicht. Het project is een interdisciplinair samenwerking tussen de vakgebieden psychologie, mechatronica en ICT binnen Fontys Hogescholen en Saxion Hogeschool. De negen participerende (MKB) bedrijven zijn actief als industrieel productiebedrijf, in robotica ontwikkeling, als systeem- en robotleverancier, in productieautomatisering en in de sociale werkvoorziening. Daarnaast zijn kennisinstelling TU/e, coöperatie Brainport Industries en samenwerkingsverband Holland Robotics nauw betrokken. In het project zal bestaande kennis toepasbaar worden gemaakt en zal nieuwe kennis worden ontwikkeld t.b.v. een natuurlijke, voorspelbare en intuïtieve samenwerking tussen medewerker en co-bot op de industriële werkvloer. Verder zal verankering van kennis en kunde in onderwijs en lectoraten plaatsvinden en een vergroting van de kwaliteit van docenten en afstudeerders. Er zullen circa 17 docent-onderzoekers van de hogescholen en circa 100 studenten betrokken worden, die in de vorm van studentenprojecten, stages en afstudeeronderzoeken werken aan interessante vraagstukken direct uit de beroepspraktijk.
Recommender systemen zijn kunstmatige intelligenties die hun gebruikers suggesties geven over bijvoorbeeld te kijken films, of over passende dating profielen. Dit project focust op recommenders die aanbevelingen geven over duurzaamheid (welke verduurzamingsmaatregel past het best) en gezondheid (advies over gezonde voeding, bewegen en medicijngebruik). Onderzoek toont aan dat als gebruikers een goed kloppend mentaal model hebben (een kloppend idee over hoe het recommender systeem werkt) de adviezen van dat systeem beter vertrouwd worden en daardoor vaker opgevolgd. Een deel van dat mentale model construeren mensen op basis van de gebruikersinterface van de recommender. Een interface is de manier waarop gebruikers een recommender bedienen, bijvoorbeeld een scherm met knoppen. Echter, de designers van die interfaces geven aan niet goed te weten hoe een mentaal model dat gebruikers hebben van een intelligent systeem effectief en efficiënt achterhaald kan worden, welke elementen van de interface bijdragen aan het construeren van het model, of hoe ze hun weg in het bestaande onderzoek naar recommenders moeten zoeken. Als gevolg ontwerpen zij interfaces voor recommenders vaak intuïtief. Om effectieve interfaces te ontwerpen voor recommenders die gedrag van mensen op het gebied van gezondheid en duurzaamheid veranderen, is het daarom cruciaal dat designers grip hebben op wat wel en niet goed werkt - en waarom – in de interfaces voor dit soort recommenders. Terwijl er veel onderzoek is gedaan naar de wiskundige kant van recommenders, en het onderzoek naar mentale modellen begint toe te nemen, is het vormen van mentale modellen nog niet vaak gerelateerd aan het interface design. Dit onderzoek neemt juist interface design als uitgangspunt. Het resultaat moet zijn een voor het werkveld goed toegankelijk en systematisch overzicht van methoden om mentale modellen te achterhalen, en een overzicht van interface elementen en hoe zij bijdragen aan het construeren van een mentaal model.
Overheidsorganisaties worstelen met de vraag hoe er meer en andere burgers kunnen worden betrokken bij maatschappelijke vraagstukken. De inzet van digitale participatietools lijkt een oplossing. De keuze voor de inzet van online of offline participatietools wordt vaak intuïtief gemaakt, op basis van aannames of ervaringen. Om effectieve participatieprocessen te ontwerpen is het nodig om onderbouwde keuzes te maken voor de inzet van online en/of offline participatietools. Doel Doel van dit project is om meer inzicht te krijgen in de werking van online en offline participatietools. Hoe dragen tools bij aan de doelen van burgerparticipatie? Welke burgers worden bereikt? Hoe verlopen interacties? En met welke uitkomsten? Onze resultaten maken duidelijk in welke contexten online en offline participatietools bijdragen aan effectieve participatieprocessen. Resultaten Doel van het project is komen tot een (concept) strategie-instrument dat initiatiefnemers van participatieprocessen helpt bij het ontwikkelen van geïntegreerde online en offline participatiestrategieën. Keuzes voor participatietools kunnen hiermee worden gemaakt op basis van wetenschappelijke kennis. De resultaten zijn onder andere gedeeld via de slotbijeenkomst. Hierbij gaf Christine ook een minicollege over online en offline participatietools. Bekijk het minicollege. Downloads Longread keuzes maken voor participatietools Visual keuzes maken voor participatietools Blog Frankwatching Burgerparticipatie zo kies je de juiste tools Looptijd 01 januari 2020 - 01 april 2021 Aanpak In dit KIEM-project gebruiken we bestaande wetenschappelijke kennis over offline en online interacties voor de ontwikkeling van het concept strategie-instrument. Dit instrument wordt ontwikkeld aan de hand van inzichten in het verloop van, de wisselwerking tussen, en de inhoudelijke uitkomsten van online en offline interacties als onderdeel van participatieprocessen in drie gemeenten.