In het kader van een interne cursus ‘Kwalitatieve onderzoeksvaardigheden’ ben ik begonnen met dit onderzoek. De hoofdvraag is: Zouden studenten met een naaste met psychische problemen hun familie ervaringen willen benutten in het kader van hun beroepsopleiding SPH en zo ja op welke manier?
De kwaliteit van afstudeerproducten in het hbo moet omhoog. Bachelor - studenten hebben structurelere ondersteuning nodig bij het doen van literatuuronderzoek. Integratie van bibliotheektrainingen in de leerlijn Professional Skills moet ervoor zorgen dat de onderzoeksvaardigheden van ICT-studenten verbeteren
Praktijkgericht onderzoek is wetenschappelijk onderzoek dat wordt uitgevoerd met als primair doel om praktische impact in relevante werkvelden te realiseren. Praktische relevantie en methodische grondigheid zijn niet alleen abstracte eigenschappen van onderzoek, maar ook competentiedimensies die het praktijkgerichte onderzoek binnen het hoger beroepsonderwijs aandrijven. Bij methodische grondigheid gaat het in de kern om het vermogen de wetenschappelijke bewijskracht van het onderzoek te optimaliseren. Bij praktische relevantie om het vermogen te adviseren en interveniëren in de praktijk op basis van overtuigingskracht en het creëren van draagvlak. Deze twee dimensies verschillen wezenlijk van elkaar en vergroten de conceptuele helderheid binnen het praktijkgerichte onderzoek. Ze dragen zo bij aan betere demarcatie tussen theoriegericht en praktijkgericht onderzoek, betere integratie van onderzoeks- en beroepsonderwijs en betere verbinding tussen onderwijs in onderzoeksvaardigheden en lectoraatsonderzoek. Dit zal leiden tot een aanscherping van de methodologie, didactiek en het assessment van het praktijkgerichte onderzoek en daarmee tot verdere professionalisering en kwaliteitsverbetering.
Een groeiende groep senioren woont steeds langer zelfstandig thuis en het is bekend dat bij deze doelgroep aandacht voor een gezond (eiwitrijk) voedingspatroon belangrijk is. Het HAS lectoraat Voeding & Gezondheid van Dr. A. Roodenburg richt zich met het onderzoeksprogramma ‘Voeding voor senioren’ op het voedingsgebruik en –gedrag van deze doelgroep. In een aantal reeds lopende projecten wordt onderzoek gedaan naar het verhogen van kennis en bewustzijn over het belang van hogere eiwitconsumptie bij deze doelgroep. Het huidige voorstel bouwt hierop voort en richt zich met name op het gedrag van senioren (aanschaf van eiwitrijke producten) en gaat onderzoeken welke factoren ten aanzien van kennis, houding en sociale druk (Theory of Planned Behavior) hierbij een rol spelen. Deze informatie kan worden ingezet om senioren te sturen op de diverse aspecten om hen zo te verleiden tot de gewenste actie (= verhogen eiwit-inname). Uitkomsten van dit onderzoek geven richting voor productontwikkeling, marketing en communicatie. Voor een sterke verbinding van onderzoek en onderwijs wordt dit onderzoek uitgevoerd door de postdoc (Dr. J Linschooten) en met diverse studententeams onder begeleiding van de postdoc. De nieuw verworven kennis zal terugkomen in het curriculum van diverse HAS opleidingen zoals Voedingsmiddelentechnologie, Food Innovation en de minor ‘Towards a Healthy Society’, als ook in een masterclass voor externe partners (bedrijven/ publieke instellingen) om bij te dragen aan een betere afstemming van het productaanbod op deze doelgroep. Het postdoc programma zal ook ruimte bieden voor een versterking van de algemene leerlijn ‘Onderzoeksvaardigheden’ om docenten en studenten van eerder genoemde opleidingen beter te begeleiden bij de ontwikkeling van deze competentie.
Het HAS lectoraat ‘Precision Livestock Farming’ van Dr. Ir. E. van Erp-van der Kooij richt zich op het tijdig opsporen van afwijkingen van gedrag en fysiologische parameters met sensoren om diergezondheid en welzijn te verbeteren. Het huidige voorstel bouwt hierop voort, waarbij de focus ligt op het vroegtijdig opsporen van hittestress bij melkvee. De laatste jaren is er veel aandacht voor hittestress bij melkkoeien in Nederland. Hittestress treedt op wanneer de warmteproductie van een koe groter is dan haar vermogen om warmte kwijt te raken. Klimaatverandering zorgt in Nederland voor warmere zomers en meer risico op hittestress. Hittestress zorgt voor problemen op het gebied van gedrag, gezondheid en vruchtbaarheid. De kennis die in dit project wordt verzameld kan een bijdrage leveren aan het ontwikkelen van bruikbare indicatoren voor hittestress. Deze indicatoren kunnen ervoor zorgen dat er vroegtijdig maatregelen getroffen worden (op kudde- of koeniveau) om negatieve gevolgen van hittestress te verminderen. Om een sterke verbinding tussen onderzoek en onderwijs te bewerkstelligen wordt het onderzoek uitgevoerd door de postdoc (Dr. Ir. J. Roelofs) én door studenten in diverse studententeams onder begeleiding van de postdoc. Door gebruik van sensoren komen veel gegevens beschikbaar. Voor studenten is het belangrijk dat zij, naast kennis over de biologie en fysiologie van het dier, een gedegen basiskennis hebben van sensoren en van het werken met (big)data en nieuwe analysetechnieken. De postdoc heeft als taak onderwijs te ontwikkelen en verzorgen waarin basiskennis en vaardigheden m.b.t. sensoren in de veehouderij en werken met (big)data aan bod komen. De postdoc is mede verantwoordelijk voor de versterking van de leerlijn ‘Onderzoeksvaardigheden’ bij de opleiding Veehouderij. Daarnaast maakt de postdoc een overzicht waar onderzoeksvaardigheden terugkomen in het curriculum en draagt er zorg voor dat dit voldoende en op consistente wijze gebeurt door begeleiding van studenten én docenten.
In de vleeskuikenproductiesector worden ouderdieren gehouden om bevruchte broedeieren te produceren. Deze sector heeft de uitdaging om het dierenwelzijn te verbeteren en de technische resultaten zo hoog mogelijk te houden. Deze dieren kunnen niet de hele dag onbeperkt eten waardoor ze zich soms gaan vervelen. Daardoor vindt er soms agressief gedrag plaatst waardoor de dieren elkaar kunnen verwonden en dat komt het paringsgedrag niet ten goede. Het verstrekken van insecten in de strooiselruimte zou ervoor kunnen zorgen dat de hennen en hanen elkaar op een meer relaxte wijze tegenkomen, en voergericht gedrag kunnen afwisselen met paargedrag. Dit zou het dierenwelzijn als de productieresultaten verbeteren. In dit project wordt gewerkt aan consortium vorming tussen insectenkweker, pluimveehouders en twee hogescholen. Er zal een pilotproef worden bedacht en uitgevoerd, waarna vervolgstappen worden gedefinieerd. Studenten leren naast onderzoeksvaardigheden het bedrijfsleven kennen en andersom.