BackgroundThe Observable Movement Quality scale for patients with low back pain (OMQ-LBP) is a newly developed measurement instrument for use in primary care settings of physical and exercise therapists to assess movement quality (MQ) of patients with low back pain (LBP).ObjectiveThis study aims to determine validity, reliability and feasibility of the OMQ-LBP. The OMQ-LBP consists of a standardized movement circuit (performed twice) consisting of five daily activities problematic for LBP patients, which are scored with an 11-item observation list.MethodsConstruct validity was determined by testing seven hypotheses on associations between constructs (n = 85 patients with LBP) and four hypotheses on known group differences (n = 85 patients with LBP and n = 63 healthy controls; n = 35 matched participant-patients having VAS-pain ≥ 20 mm during and/or after both circuits and healthy controls). Internal consistency was analyzed with Cronbach’s alpha (n = 85 patients with LBP). For inter- and intra-rater reliability Intraclass Correlation Coefficient (ICC) values were examined (n = 14 therapists: seven primary care physical therapists and seven exercise therapists). Additionally, content validity and feasibility were determined using thematic analysis of a brief interview with participants, patients (n = 38) and therapists (n = 14).ResultsAfter Bonferroni correction 2/7 associations between constructs and 2/4 significant group differences were confirmed. Cronbach’s alpha was 0,79. The ICC-values of interrater reliability of the OMQ-LBP total score and the duration score were 0.56 and 0.99 and intra-rater reliability 0.82 and 0,93, respectively. Thematic analysis revealed five themes. Three themes elucidate that both patients and therapists perceived the content of the OMQ-LBP as valid. The fourth theme exhibits that OMQ-LBP provides a clear and unambiguous language for MQ in patients with LBP. Theme 5 depicts that the OMQ-LBP seems feasible, but video recording is time-consuming.ConclusionsThe OMQ-LBP is a promising standardized observational assessment of MQ during the five most problematic daily activities in patients with LBP. It is expected that uniform and objective description and evaluation of MQ add value to clinical reasoning and facilitate uniform communication with patients and colleagues.
MULTIFILE
(A) BACKGROUND: Home-based cardiac rehabilitation (CR) is an attractive alternative for frail older patients who are unable to participate in hospital-based CR. Yet, the feasibility of home-based CR provided by primary care physiotherapists (PTs) to these patients remains uncertain.(B) OBJECTIVE: To investigate physiotherapists' (PTs) clinical experience with a guideline-centered, home-based CR protocol for frail older patients.(C) METHODS: A qualitative study examined the home-based CR protocol of a randomized controlled trial. Observations and interviews of the CR-trained primary care PTs providing home-based CR were conducted until data saturation. Two researchers separately coded the findings according to the theoretical framework of Gurses.(D) RESULTS: The enrolled PTs (n = 8) had a median age of 45 years (IQR 27-57), and a median work experience of 20 years (IQR 5-33). Three principal themes were identified that influence protocol-adherence by PTs and the feasibility of protocol-implementation: 1) feasibility of exercise testing and the exercise program; 2) patients' motivation and PTs' motivational techniques; and 3) interdisciplinary collaboration with other healthcare providers in monitoring patients' risks.(E) CONCLUSION: Home-based CR for frail patients seems feasible for PTs. Recommendations on the optimal intensity, use of home-based exercise tests and measurement tools, and interventions to optimize self-regulation are needed to facilitate home-based CR.
Athlete development depends on many factors that need to be balanced by the coach. The amount of data collected grows with the development of sensor technology. To make data-informed decisions for training prescription of their athletes, coaches could be supported by feedback through a coach dashboard. The aim of this paper is to describe the design of a coach dashboard based on scientific knowledge, user requirements, and (sensor) data to support decision making of coaches for athlete development in cyclic sports. The design process involved collaboration with coaches, embedded scientists, researchers, and IT professionals. A classic design thinking process was used to structure the research activities in five phases: empathise, define, ideate, prototype, and test phases. To understand the user requirements of coaches, a survey (n = 38), interviews (n = 8) and focus-group sessions (n = 4) were held. Design principles were adopted into mock-ups, prototypes, and the final coach dashboard. Designing a coach dashboard using the co-operative research design helped to gain deep insights into the specific user requirements of coaches in their daily training practice. Integrating these requirements, scientific knowledge, and functionalities in the final coach dashboard allows the coach to make data-informed decisions on training prescription and optimise athlete development.
Mensen die moeite hebben met lezen en schrijven (laaggeletterden) zijn ondervertegenwoordigd in onderzoek, waardoor een belangrijke onderzoekspopulatie ontbreekt. Dit is een probleem, omdat zorgbeleid dan onvoldoende op hun behoeften wordt aangepast. Laaggeletterden hebben vaak een lage sociaal economische positie (SEP). Mensen met een lage SEP leven gemiddeld 4 jaar korter en 15 jaar in minder goed ervaren gezondheid vergeleken met mensen met een hoge SEP. Om laaggeletterden te betrekken in onderzoek, is het o.a. nodig om onderzoek toegankelijker te maken. Dit project draagt hieraan bij door de ontwikkeling van een toolbox voor toegankelijke (proefpersonen)informatie (pif) en toestemmingsverklaringen. We ontwikkelen in co-creatie met de doelgroep toegankelijke audiovisuele materialen die breed ingezet kunnen worden door (gezondheids)onderzoekers van (zorggerelateerde) instanties/bedrijven én kennisinstellingen voor de werving voor en informatieverstrekking over onderzoek. In de multidisciplinaire samenwerking met onze partners YURR.studio, Pharos, Stichting ABC, Stichting Crowdience, de HAN-Sterkplaats en de Academische Werkplaats Sterker op eigen benen (AW-SOEB) van Radboudumc stellen we de behoeften van de doelgroep centraal. Middels creatieve sessies en gebruikerservaringen wordt in een iteratief ontwerpende onderzoeksaanpak toegewerkt naar diverse ontwerpen van informatiebrieven en toestemmingsverklaringen, waarbij de visuele communicatie dragend is. Het ontwikkelproces biedt kennisontwikkeling en hands-on praktijkvoorbeelden voor designers en grafisch vormgevers in het toegankelijk maken van informatie. Als laaggeletterden beter bereikt worden d.m.v. de pif-toolbox, kunnen de inzichten van deze groep worden meegenomen. Dit zorgt voor een minder scheef beeld in onderzoek, waardoor (gezondheids)beleid zich beter kan richten op kwetsbare doelgroepen. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan het verkleinen van gezondheidsverschillen.
Bedrijfsovername is een grote uitdaging voor agrarische familiebedrijven, waarbij het sociaal-emotioneel welzijn van de familie is geïdentificeerd als een belangrijk knelpunt. Vanuit het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) en het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) is in 2019 het beleidsprogramma Duurzame Bedrijfsopvolging gestart om het aantal succesvolle bedrijfsoverdrachten te verhogen. Een belangrijk onderdeel hiervan is een op te richten Kenniscentrum. Dit project wil het Kenniscentrum voeden met onderzoek naar de familiale dimensie van bedrijfsopvolging. Het praktijkonderzoek wordt uitgevoerd door een consortium bestaande uit het Lectoraat Familiebedrijven van Hogeschool Windesheim, Aeres Hogeschool Dronten, Van Hall Larenstein Leeuwarden, het Fries Sociaal Planbureau, het NAJK en LTO Noord. Doel van dit project is het inventariseren en evalueren van de ondersteunende advies- en kennisinfrastructuur op de familiale dimensie bij het opvolgingstraject van agrarische familiebedrijven. Dit doen we door inzichten op te halen bij zestien agrarische bedrijfsfamilies, in verschillende stadia van het opvolgingsproces. In het project vergelijken we hoe de families en de ondersteunende advies- en kennispartijen omgaan met de belangen en behoeften van verschillende familieleden (opvolgers, overdragers, partners en niet-opvolgers) tijdens het opvolgingsproces. Daarnaast wordt kwantitatief onderzoek gedaan onder studenten op de twee deelnemende agrarische hogescholen, om de behoeften en verwachtingen van potentiële opvolgers en niet-opvolgers ten aanzien van bedrijfsoverdracht in kaart te brengen. Het project moet resulteren in gevalideerde verbetervoorstellen (stappenplannen) voor zowel agrarische bedrijfsfamilies als adviseurs gericht op de verschillende stadia van bedrijfsopvolging. Ook worden spelvormen ontwikkeld om moeilijke en relationeel ingewikkelde onderwerpen beter bespreekbaar te maken in het agrarisch onderwijs. Tot slot worden de resultaten van het onderzoek geschikt gemaakt voor gebruik binnen agrarische scholen om het curriculum over de zachte kant van bedrijfsopvolging te versterken.
In dit project verricht het lectoraat Familiebedrijven van Hogeschool Windesheim samen met de Hogeschool Utrecht, Hogeschool van Amsterdam, CUMELA, de Jong & Laan en MKB familiebedrijven praktijkgericht onderzoek naar financiering en besluitvorming bij MKB familiebedrijven. Nu banken vanwege de economische crisis terughoudender zijn geworden in kredietverlening en hun financieringseisen hebben verzwaard, zijn meer bedrijven aangewezen op eigen middelen en familiekapitaal. Vormen van zelf-financiering worden steeds belangrijker om groei en continuïteit van MKB familiebedrijven te waarborgen. Met name bij de overdracht van kapitaalintensieve MKB familiebedrijven worden complexe financieringsconstructies bedacht om de overname mogelijk te maken. Vaak wordt hierbij onvoldoende nagedacht over het onderscheid tussen de verschillende rollen die familieleden kunnen hebben als ze met hun vermogen in het bedrijf zitten (eigenaar of andere vermogensverschaffer, familielid, directielid, werknemer). Hierdoor kan onduidelijkheid ontstaan over onderwerpen zoals besluitvorming, rendement op vermogen, zeggenschap en beloningsstructuren, waardoor op termijn conflicten kunnen ontstaan. Daarnaast kan de besturing van ondernemingen door de verschillende belangen van vermogensverschaffers in negatieve zin worden beïnvloed en kan dit (op termijn) de continuïteit, wendbaarheid en groei van ondernemingen in gevaar brengen. Zowel in de praktijk als in het onderzoek ontbreekt het aan kennis over hoe met deze problematiek kan worden omgegaan. Dit project heeft daarom tot doel om samen met de projectpartners nieuwe kennis te ontwikkelen rond zelf-financiering en besluitvorming in MKB familiebedrijven. Door middel van ontwerpgericht praktijkonderzoek wordt bestaande en nieuwe kennis over de rol van zelf-financiering en de positie van eigenaren omgezet in oplossingsrichtingen ter verbetering van de besluitvorming in MKB familiebedrijven. Door het monitoren van de uitgevoerde interventies zal worden vastgesteld of de oplossingsrichtingen in de praktijk werken. De kennis die uit dit project voortkomt beoogt daarmee het handelingsvermogen van eigenaren en directieleden te vergroten en zelf-financiering als mogelijke financieringsbron effectiever te maken.