In opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft het lectoraat Changing Role of Europe van De Haagse Hogeschool de rol van de Dutch Urban Envoy geëvalueerd. De betekenis, de inzet, het vervolg en de toekomstige invulling van de rol van de Dutch Urban Envoy komen aan bod. Op basis van de inzichten van 37 interviews met 39 betrokken partijen (van het Ministerie van BZK, Nederlandse steden, Europese steden, koepelorganisaties, Europese instellingen en andere ministeries binnen de Rijksoverheid) en deskresearch zijn de volgende conclusies en aanbevelingen geformuleerd.
De versnippering van de internationale samenleving vermindert de kans op een overkoepelend model van global governance. Meer waarschijnlijk is het ontstaan van bepaalde processen van bestuur die zich ontwikkelen als reactie op specifieke mondiale vraagstukken. Dit artikel beschrijft het proces van implementatie van de US Foreign Corrupt Practices Act (FCPA) als een voorbeeld van een dergelijk bijzonder proces. Het FCPA 'model' wordt gekenmerkt door samenwerking en onderhandeling tussen de publieke en private sector. In dit model is het samenwerken voor het bieden van maatschappelijke veiligheid gebaseerd op wederzijds belang. De mogelijkheid van onderhandelde regelingen heeft een positief effect op het management van corruptie door bedrijven, dat zich verspreidt over de hele invloedsfeer van de onderneming. Tegelijkertijd biedt het de overheid toegang tot de informatie die nodig is om corruptie op te sporen, te onderzoeken en te vervolgen. Het in kaart brengen van dergelijke processen biedt nuttige inzichten over nieuwe benaderingen die nodig kunnen zijn om goed bestuur voor een veilige wereld te bereiken. ABSTRACT The fragmentation of international society reduces the likelihood of a single overarching model of global governance. More likely, is the emergence of particular processes of governance that develop in response to specific global issues. The paper describes the process of implementing the US Foreign Corrupt Practices Act (FCPA) as an example of one such particular process. The FCPA 'model' is characterized by co-operation and negotiation between the public and private sector. In this model, partnering for the provision of security is based on mutual self- interest. The possibility of negotiated settlements has a positive effect on the management of corruption by corporations with a ripple effect throughout the corporations' sphere of influence. At the same time, it provides governments with access to the information necessary to detect, investigate and prosecute corruption. Mapping such processes provides useful insights about new approaches that may be needed to attain good governance for a safe world.
What is this publication about?In this publication on ‘New urban economies’, we search for answers and insights to a key question: how can cities foster economic development and develop ‘new urban economies’. And, importantly, how can they do that:◗ in concertation with different urban stakeholders, ◗ responding adequately to key challenges and developments beyond their control, ◗ building on the cities’ own identity, industries and competences, ◗ in a sustainable way, ◗ and without compromising weaker groups.
Due to societal developments, like the introduction of the ‘civil society’, policy stimulating longer living at home and the separation of housing and care, the housing situation of older citizens is a relevant and pressing issue for housing-, governance- and care organizations. The current situation of living with care already benefits from technological advancement. The wide application of technology especially in care homes brings the emergence of a new source of information that becomes invaluable in order to understand how the smart urban environment affects the health of older people. The goal of this proposal is to develop an approach for designing smart neighborhoods, in order to assist and engage older adults living there. This approach will be applied to a neighborhood in Aalst-Waalre which will be developed into a living lab. The research will involve: (1) Insight into social-spatial factors underlying a smart neighborhood; (2) Identifying governance and organizational context; (3) Identifying needs and preferences of the (future) inhabitant; (4) Matching needs & preferences to potential socio-techno-spatial solutions. A mixed methods approach fusing quantitative and qualitative methods towards understanding the impacts of smart environment will be investigated. After 12 months, employing several concepts of urban computing, such as pattern recognition and predictive modelling , using the focus groups from the different organizations as well as primary end-users, and exploring how physiological data can be embedded in data-driven strategies for the enhancement of active ageing in this neighborhood will result in design solutions and strategies for a more care-friendly neighborhood.
Nederland wil in 2050 circulair zijn. Dat vraagt een ongekende transitie in de wijze waarop onze samenleving onderneemt, samenwerkt, denkt en doet. Stedelijke regio’s zijn de geijkte plek om een transitie naar een circulaire economie in gang te zetten door hun dichte concentratie van kennis, kapitaal, data en resources op een relatief klein oppervlak. De baten die deze transitie oplevert zullen vooral in deze regio’s merkbaar zijn: minder verspilling, luchtvervuiling en CO2-uitstoot, meer economische waarde en sociale impact. CIRCOLLAB richt zich op het versterken van interdisciplinair praktijkgericht onderzoek voor de circulaire transitie in de metropoolregio Amsterdam (MRA). De SPRONG-groep bestaat uit lectoraten van de Centres of Expertise Urban Technology en Urban Governance & Social Innovation en de Faculteit Digitale Media en Creatieve Industrie van de Hogeschool van Amsterdam, Kenniscentrum Maatschappelijke Innovatie Flevoland van Hogeschool Windesheim en de Academie van Bouwkunst van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. De SPRONG-groep combineert expertise vanuit het technologische, creatieve, economische en sociale domein en verricht praktijkgericht onderzoek naar ‘circulair denken en doen’, ‘circulair ondernemen’, ‘circulair menselijk kapitaal’ en ‘circulair samenwerken’ in relatie tot technische innovaties in twee waardeketens: de gebouwde omgeving en consumptiegoederen. De SPRONG-groep ontwikkelt, samen met actoren in de quadruple helix, een regionale infrastructuur voor inventariseren en prioriteren van onderzoeksbehoeften en het programmeren, opbouwen en uitwisselen van kennis. Hierbij worden kennis en ervaringen uit circulaire initiatieven, experimenten, onderzoek en onderwijs aan elkaar en aan fysieke experimenteerruimtes verbonden, om gezamenlijk van te leren, kennis te delen en op te schalen. Zo ontstaat een krachtige interdisciplinaire SPRONGgroep met de ambitie om het consortium uit te laten groeien tot dé regionale spil op het gebied van de circulaire transitie in grootstedelijke regio’s en een erkende (inter)nationale speler voor kennisuitwisseling en -opbouw op dit onderwerp.
In De Haagse Hogeschool werken de lectoraten vanuit faculteiten, dicht bij het onderwijs, nauw samen in zeven kenniscentra. Deze kenniscentra zijn de verbinding tussen de regio, met zijn actuele thema’s (vaak gelinkt aan het missiegedreven innovatiebeleid van de overheid) en het onderwijs en onderzoek van de Haagse Hogeschool. De zeven kenniscentra van De Haagse Hogeschool zijn: Cybersecurity, Digital Operations & Finance, Global & Inclusive Learning, Global Governance, Health Innovation, Governance of Urban Transitions & Mission Zero. Deze kenniscentra zijn in opstartende fase en worden ondersteund door centrale diensten. De Haagse Hogeschool kiest voor versterking van de onderzoeksinfrastructuur die centraal staat in de kenniscentra: ‘de Haagse Labs’. Praktijkgericht onderzoek vindt in deze omgevingen plaats als een vervlechting van onderwijs (studenten en docenten), onderzoek, het werkveld en maatschappelijke partners. Sommige labs hebben een tijdelijk karakter, andere, zoals de hogeschool zelf, zijn continu een omgeving waarbinnen onderzoek gedaan wordt. De Haagse Labs zijn bij uitstek de plek waarin nauw samengewerkt wordt met andere hogescholen of kennisinstellingen (veelal zijn ze ontstaan uit een samenwerking zoals The Green Village, of het Basalt SmartLab). De keuze voor de Haagse Labs geeft verdieping aan regionale samenwerkingen en bijbehorende speerpunten. De huidige, meer informele inrichting, kan met behulp van Impuls 2020, verder structuur krijgen, leiden tot een betere kennisdeling tussen de kenniscentra heen en de regionale netwerkvorming versterken. Naast het formaliseren van ‘de Haagse Labs’ zetten we in op zichtbaarheid van de Hogeschool in de regio door te investeren in communicatie (denk bijvoorbeeld aan het opzetten van podcasts, en digitale middelen in Corona-tijd). Die profilering van ons onderzoek wordt verder ondersteunt door een traject rond visievorming en strategische positionering. De kenniscentra zullen begeleid worden om einde 2021 een visie te ontwikkelen met bijbehorende acties om de rol van de hogeschool in de regio te versterken.