In opdracht van de Controlecommissie (namens Provinciale Staten van Limburg) is een Forensische Quick Scan uitgevoerd ter beantwoording van de vraag of er bij de aanbestedingen in het kader van het automatiseringsproject Aristoteles in de periode van 1 januari 2003 tot en met 31 december 2009 door betrokken bestuurders, ambtenaren, of Condor/TAF opzettelijk en bewust zodanig gehandeld is dat er voldoende gronden zijn voor een vermoeden van een of meer gepleegde strafbare feiten, waaronder een (ambts)misdrijf?
MULTIFILE
Hardnekkige grootstedelijke kwesties vragen om intensieve betrokkenheidvan meerdere partijen. Dat is een mooi uitgangspunt,maar het komt niet vanzelf van het papier. Praktijk is dat er al eenwereld bestaat van maatschappelijke instellingen en bedrijven,ambtenaren, burgers. Een wereld die al draait en niet vanzelfsprekendzit te wachten op een samenwerking met een hogeschool. De startvan een fieldlab vraagt om een forse investering van verschillendepartijen en dat vraagt om vertrouwen in de meerwaarde. Dit werdpijnlijk duidelijk tijdens de eerste twee moeizame jaren van FieldlabZuidoost. Een dik jaar na het ondertekenen van een samenwerkingsovereenkomstmet partners uit Zuidoost was er van de uitgesprokenambities nog weinig terechtgekomen. Pas toen de hogeschool eenmanier vond om over de dagelijkse dilemma’s van professionals,ambtenaren, burgers en ondernemers in gesprek te komen, werdde meerwaarde van het fieldlab duidelijk en kon het wederzijdsvertrouwen groeien.
In our work as lecturers, teachers, researchers, coaches or managers in a university of applied sciences, we do feel that the amount and variety of societal challenges on higher vocational education (HVE) is growing. Institutions in HE are in a process of transforming from traditional ‘either or’ research or education institutions into more complex hybrid knowledge institutions. Nowadays, universities of applied sciences (as institutions for HVE) in The Netherlands have three main objectives: providing education, conducting practice-oriented research to add to the professional knowledge base, and contributing to innovation in the professional fields of work. Education, research and innovation form the three pillars in the strategy of Dutch Universities of Applied Sciences (Educational Council of The Netherlands, 2015). These changing societal demands form an impetus for educational reform and innovation at both organizational and individual employee levels (Cummings & Shin, 2014). Changes in context and roles lead to questions: As a teacher/lecturer/researcher, how do I relate to the different stakeholders? What is the real meaning of being a ‘good’ lecturer or researcher in creating added values, and for whom? Some propose that the new challenges concern everybody and thus should be everyone’s job. But when everything becomes everyone’s job, how can we really realize the required added values? Others promote a more differentiated approach of accurately fitting talents and tasks to create the flow and employee satisfaction that is needed to realize the desired outcomes. But then how do we work together and cooperate with such an individualistic approach? These opposing positions in the discourse concern the question of how to define the ‘professional me’ amongst the ‘we’. In other words, the challenge is how we define and navigate our professional identities within the context of a dynamic multiple-identity organization with increasing pressures for professional diversity (Foreman & Whetten, 2002; Aangenendt, 2015).
De effecten en de werkzame bestandsdelen van interventies in de openbare ruimte zijn nog weinig onderzocht doordat deelnemers vaak niet geregistreerd worden en het ontbreekt aan een praktisch toegepast en uniform meetinstrument dat vergelijking mogelijk maakt. Gemeenten en sportservice organisaties geven wel aan dat ze behoefte hebben aan monitoring en evaluatie zodat ze op dit thema kunnen bijsturen en opschalen. In dit project willen HAN, Team Sportservice, Clever Sports en twee gemeenten samen met buurtsportcoaches aan de slag gaan omdat zij vanuit gemeenten de taak hebben om meer mensen te laten bewegen in de buurt. Daarbij wordt een meetinstrument ontwikkeld voor effecten in de openbare ruimte. Dit gaat buurtsportcoaches en beleidsambtenaren helpen om samen dezelfde taal over de opbrengsten te spreken en leerervaringen uit te wisselen. Er worden drie interventies op acht plekken onderzocht. De projectresultaten zijn een gevalideerd meetinstrument waarvan het gebruik opgeschaald wordt naar andere gemeenten in het netwerk. Verder worden de opbrengsten van bewegen in de openbare ruimte in een rapportage opgeleverd, waarbij ook aandacht is hoe de opgehaalde opbrengsten gezien worden door professionals in andere beleidsdomeinen. Tot slot helpt dit project de HAN om hun kennis over effecten van sport bij toekomstige evaluaties in te zetten.
Lokale innovatie is essentieel voor steden om te reageren op maatschappelijke uitdagingen zoals de energietransitie, klimaatadaptatie, circulariteit en digitalisering. Om deze innovaties niet alleen economisch haalbaar te maken, maar ook een impact op de maatschappij te laten hebben, is het nodig dat burgers, ambtenaren en lokale ondernemers hier samen aan werken. Creativiteit en creatieve competenties zijn hierbij van cruciaal belang om initiatieven te ontwikkelen met maatschappelijk verdienvermogen. Ontwerpers en ontwerpbureaus hebben al laten zien dat zij een rol willen spelen in deze samenwerkingen. Om deze samenwerkingen verder te versterken, ontwikkelt dit project een Creatieve Competentiekaart voor Co-Creatie (CCCC) voor de stad Rotterdam. De vier fasen van het project behandelen vier daaruit voortvloeiende onderzoeksvragen. Welke initiatieven bestaan al binnen Rotterdam waar burgers, lokale ondernemers en ambtenaren samen aan werken? Welke creatieve competenties bestaan er die relevant zijn voor lokale initiatieven? Hoe werken de Rotterdamse initiatieven samen, welke creatieve competenties komen daarbij van pas en welke missen in de samenwerking? Hoe kunnen Rotterdamse ontwerpbureaus hun creatieve competenties inzetten om initiatieven met burgers, ambtenaren en lokale ondernemers te ondersteunen? De antwoorden op deze vragen vormen vier lagen van de 'Creatieve Competentiekaart voor Co-Creatie'. Hiermee komt het netwerk en kennis beschikbaar over lokale initiatieven met maatschappelijk verdienvermogen en kunnen geïnteresseerden aansluiten. Daarnaast legt de CCCC de basis voor vervolgonderzoek naar methodes om creatieve competenties in de stad te ontwikkelen. Het onderzoek in het project wordt uitgevoerd in samenwerking met drie Rotterdamse ontwerpbureaus die betrokken zijn bij co-creatie-initiatieven in de stad, en in samenwerking met de gemeente en twee actieve burgergemeenschappen. Het onderzoek omvat drie studentenstages. Het project streeft ernaar om gedurende de looptijd van het project een breder netwerk van partners aan te trekken.
Civic crowdfunding is een nieuw en snel groeiend instrument om buurtinitiatieven te financieren. Er bestaan echter nog veel vragen bij gebiedsprofessionals op het gebied van civic crowdfunding. Om maatschappelijke projecten te laten bloeien, moeten ze snel kunnen beoordelen of een project suc-cesvol kan worden en of de gemeente een rol kan nemen. Deze kennis ontbreekt nu. Er is te weinig bekend over welke crowdfunding initiatieven succesvol zijn en hoe gebiedsprofessionals een ge-meentelijke organisatie zo benaderen, dat ze snel en effectief voor bewoners kunnen optreden. Het onderzoek richt zich op nieuwe functies voor professionals binnen gemeenten, zoals gebieds-managers, gebiedsmakelaars en participatiemedewerkers. Zij zoeken in samenwerking met bewo-ners, (sociaal) ondernemers en maatschappelijke organisaties naar mogelijkheden om bewonersini-tiatieven te laten bloeien. Het onderzoek richt zich specifiek op de vraag hoe gebiedsprofessionals hun gemeentelijke organi-satie kunnen inrichten op deze vorm van burgerparticipatie en hoe zij kennis en menskracht kunnen mobiliseren in gebieden (civic crowdsourcing). Door het programma ontstaat een kennisnetwerk tussen Hogeschool van Amsterdam, Hogeschool Rotterdam, de VNG Academie, professionals bij ruim 14 gemeenten en de twee belangrijkste civic crowdfunding platforms in Nederland