Het is algemeen bekend dat het binnenmilieu in gebouwen zoals in woningen, scholen en kantoren de gezondheid en het welzijn van de gebruikers beïnvloedt. Een slecht binnenmilieu leidt tot discomfort, verminderde alertheid, vermindering van de prestaties van gebruikers en veroorzaakt zelfs absenties als gevolg van gezondheidsklachten en ziektes. Helaas komen klachten met betrekking tot het binnenmilieu vaak voor. De vraag is hoe het binnenmilieu in klaslokalen kan worden verbeterd. Dit is belangrijk omdat in een ideaal binnenmilieu zowel de student als de docent optimaal kan functioneren en presteren.
LINK
De verpleeghuizen in Nederland bieden zorg en verblijf aan ouderen met een intensieve zorgvraag. Het grote aantal installaties dat in deze woonvorm aanwezig is dient zo te worden ontworpen en geïnstalleerd dat deze optimaal comfort bieden aan bewoners en zorgprofessionals. Ouderen met dementie vormen de grootste groep bewoners en hebben zeer specifieke behoeften voor het binnenmilieu. Door hiervan uit te gaan bij ontwerp en installatie, ontstaat een verpleeghuis dat ten dienste staat van alle bewoners en overige gebouwgebruikers.
DOCUMENT
De wereldwijde energievraag is enorm en blijft stijgen, maar fossiele energiebronnen, waarvan wij nog voor meer dan 80% afhankelijk zijn raken op, voorzieningszekerheid en onafhankelijkheid worden steeds moeilijker te garanderen, en de milieugevolgen van conventionele energieconversiesystemen zijn niet meer aanvaardbaar. Bijna 40% van de Nederlandse energieconsumptie komt voort uit energiegebruik om gebouwen en hun directe omgeving te voorzien van warmte, koude en elektriciteit1. De Europese Unie heeft aangegeven dat in 2020 nieuwbouw energieneutraal moet zijn. In 2050 zou de hele gebouwde omgeving energie neutraal moeten zijn en de CO2-uitstoot zou gereduceerd moeten zijn met 80-95% (t.o.v. 1990). Daarnaast heeft de Nederlandse overheid als doelstelling voor 2020 16% minder CO2-uitstoot, 20% energiebesparing en moet 14% van de energiebehoefte afkomstig zijn van hernieuwbare bronnen.
DOCUMENT
In zijn openbare les “Nieuwe energie in de stad; stip op de horizon laat Ivo Opstelten niet alleen zien dat een transitie naar energieneutrale gebouwde omgeving wenselijk en realiseerbaar is voor het midden van deze eeuw, maar dat deze transitie in feite al begonnen is. Naar analogie met de geslaagde aardgastransitie in Nederland van de jaren zestig, gaat hij in op drie aspecten die de energietransitie tot een succes maken. 1.motivatie van gebruikers om zelf in actie te komen; 2.ontwikkeling van marktrijpe gebouw- en gebiedsconcepten voor de energieneutrale gebouwde omgeving; 3.het vraagstuk van opschaling.
DOCUMENT
In de context van zorghuisvesting voor langdurige zorg wordt verondersteld dat, vanwege de specifieke doelgroep (kwetsbare mensen) die hierin gehuisvest is, aanvullende eisen voor luchtkwaliteit en het thermische binnenklimaat wenselijk zijn ten opzichte van de eisen voor de gemiddelde gezonde (jong) volwassene. Echter, in hoeverre dit vraagt om specifieke eisen ten aanzien van het binnenklimaat is onduidelijk en, indien dit het geval is, welke condities dan de voorkeur zouden hebben is eveneens niet bekend. Om hier antwoord op te vinden is onderzoek nodig dat in dit rapport is beschreven.
DOCUMENT
Het doel van dit onderzoek is het in kaart brengen van maatregelen waarmee de energieprestaties en binnenmilieu van onderwijsinstellingen verbeterd kunnen worden. Maatschappelijk vastgoed is een breed begrip, dit onderzoek zal zich daarom richten op onderwijsinstellingen. De FAME groep richt zich specifiek op het segment onderwijsinstellingen, vandaar dat het onderzoek gefocust wordt op dit segment. In de oriëntatie worden de werkzaamheden en de belangen van de FAME groep nader toegelicht. De probleemstelling in dit onderzoek zal zijn: Welke maatregelen kan de gemeente Zwolle treffen om haar primair, speciaal en voortgezet onderwijsinstellingen te verduurzamen.Studentenonderzoek in het kader van het thema Duurzaam bouwen.
DOCUMENT
In 2004 the first adaptive thermal comfort guideline was introduced in the Netherlands. Recently a new, upgraded version of this ISSO 74 (ATG) guideline has been developed. The new requirements are hybrid in nature as the 2014 version of the guideline combines elements of traditional non-adaptive comfort standards with elements of adaptive standards. This paper describes the new guideline and explains the rationale behind it. Also changes in comparison with the original 2004 version and issues related to performance verification are discussed. The information presented in this paper can be used by others (other countries) as inspiration material for other new adaptive comfort guidelines and standards.
DOCUMENT
What is known in scientific literature at this point in time about the effects of the measures against the transmission of the coronavirus and what is the meaning of this for the organisers of events?
DOCUMENT
This study reports the outcomes of a systematic literature review, which aims to determine the influence of four indoor environmental parameters — indoor air, thermal, acoustic, and lighting conditions —on the quality of teaching and learning and on students' academic achievement in schools for higher education, defined as education at a college or university. By applying the Cochrane Collaboration Method, relevant scientific evidence was identified by systematically searching in multiple databases. After the screening process, 21 publications of high relevance and quality were included. The collected evidence showed that the indoor environmental quality (IEQ) can contribute positively to the quality of learning and short‐term academic performance of students. However, the influence of all parameters on the quality of teaching and the long‐term academic performance could not be determined yet. Students perform at their best in different IEQ conditions, and these conditions are task‐dependent, suggesting that classrooms which provide multiple IEQ classroom conditions facilitate different learning tasks optimally. In addition, the presented evidence illuminates how to examine the influence of the IEQ on users. Finally, this information supports decision‐makers in facility management and building systems engineering to improve the IEQ, and by doing so, allow teachers and students to perform optimally.
DOCUMENT