Aims and objectives To gain insight into the perceived added value of a decision support App for district nurses and case managers intended to support a problem assessment and the provision of advices on possible solutions to facilitate ageing in place of people with dementia, and to investigate how they would implement the App in daily practice. Background District nurses and case managers play an important role in facilitating ageing in place of people with dementia (PwD). Detecting practical problems preventing PwD from living at home and advising on possible solutions is complex and challenging tasks for nurses and case managers. To support them with these tasks, a decision support App was developed. Methods A qualitative study using semi‐structured interviews was conducted. A photo‐elicitation method and an interview guide were used to structure the interviews. The data were analysed according to the principles of content analysis. Results In five interviews with seven district nurses and case managers, the added value was described in terms of five themes: (a) providing a broader/better overview of possible solutions; (b) providing a guideline/checklist for problem assessment and advice on solutions; (c) supporting an in‐depth problem assessment; (d) being a support tool for unexperienced case managers/district nurses; and (e) providing up‐to‐date information. The participants regarded the App as complementary to their current work procedure, which they would use in a flexible manner at different stages in the care continuum. Conclusions The participants valued both parts, the problem assessment and the overview of possible solutions. An important requisite for the usage would be that the content is continuously updated. Before implementation of the App can be recommended, an evaluation of its effectiveness regarding decision‐making should be conducted. Relevance to clinical practice This study underpins the need of nurses and case managers for decision support with regard to problem assessment and providing advices on possible solutions to facilitate ageing in place of PwD. There results also show the importance of listening to users experience and their perceived added value of decision support tools as this helps to explain the lack of statistically significant effects on quantitative outcome measure in contrast to a high willingness to use the App in a previous study.
Cybersecurity threat and incident managers in large organizations, especially in the financial sector, are confronted more and more with an increase in volume and complexity of threats and incidents. At the same time, these managers have to deal with many internal processes and criteria, in addition to requirements from external parties, such as regulators that pose an additional challenge to handling threats and incidents. Little research has been carried out to understand to what extent decision support can aid these professionals in managing threats and incidents. The purpose of this research was to develop decision support for cybersecurity threat and incident managers in the financial sector. To this end, we carried out a cognitive task analysis and the first two phases of a cognitive work analysis, based on two rounds of in-depth interviews with ten professionals from three financial institutions. Our results show that decision support should address the problem of balancing the bigger picture with details. That is, being able to simultaneously keep the broader operational context in mind as well as adequately investigating, containing and remediating a cyberattack. In close consultation with the three financial institutions involved, we developed a critical-thinking memory aid that follows typical incident response process steps, but adds big picture elements and critical thinking steps. This should make cybersecurity threat and incident managers more aware of the broader operational implications of threats and incidents while keeping a critical mindset. Although a summative evaluation was beyond the scope of the present research, we conducted iterative formative evaluations of the memory aid that show its potential.
Due to the existing pressure for a more rational use of the water, many public managers and industries have to re-think/adapt their processes towards a more circular approach. Such pressure is even more critical in the Rio Doce region, Minas Gerais, due to the large environmental accident occurred in 2015. Cenibra (pulp mill) is an example of such industries due to the fact that it is situated in the river basin and that it has a water demanding process. The current proposal is meant as an academic and engineering study to propose possible solutions to decrease the total water consumption of the mill and, thus, decrease the total stress on the Rio Doce basin. The work will be divided in three working packages, namely: (i) evaluation (modelling) of the mill process and water balance (ii) application and operation of a pilot scale wastewater treatment plant (iii) analysis of the impacts caused by the improvement of the process. The second work package will also be conducted (in parallel) with a lab scale setup in The Netherlands to allow fast adjustments and broaden evaluation of the setup/process performance. The actions will focus on reducing the mill total water consumption in 20%.
Dit onderzoek gaat over het verbeteren van de multidisciplinaire samenwerkingsvaardigheden van hbo-docenten. Binnen Hogeschool Rotterdam Business School worden er meerdere initiatieven ondernomen om uit te zoeken welke methode deze belangrijke vaardigheid kan helpen ontwikkelen en ook past binnen de hbo-onderwijspraktijk. De “geïntegreerde casemethode” is geïdentificeerd door docenten als de meest effectieve methode. Deze methode gaat een stap verder dan de huidige algemeen gebruikte Harvard business methode. Dit gaat langs drie lijnen van integratie: 1) het integreren van onderzoek, schrijven en doceren van een case: in plaats van het gebruik van bestaande en vaak dure Harvard cases, worden hbo-docenten getraind om zelf een organisatieprobleem te onderzoeken, een case te schrijven en te doceren; 2) het integreren van regionale cases in business curricula: in plaats van buitenlandse (vaak Amerikaanse business stijl) cases te gebruiken, worden hbo-docenten geholpen om real-life cases te schrijven van organisaties en bedrijven in de regionale omgeving van de hogeschool; 3) het integreren van beroepspraktijk in onderwijspraktijk: aanvullend op behandeling van casestudies in theorie, worden bedrijven betrokken in de onderwijspraktijk. Studenten houden interviews met CEO’s/managers, voeren veldonderzoek uit in het bedrijf. Het bedrijf geeft feedback en beoordeelt eindresultaten. Deze methode is uitgeprobeerd door acht docenten van vier verschillende opleidingen tussen 2016-2018. Deze multidisciplinaire samenwerking leidde tot een succesvolle Engelstalige minor “Business Pressure Cooker” en “de Rotterdam International Case Competition”. Om dit succes te vergroten en een breder draagvlak te krijgen voor de geïntegreerde casemethode, is een methodiek nodig. Hierin kunnen meerdere docenten van verschillende opleidingen worden getraind. Het gewenste resultaat is dat a) docenten handvatten krijgen om de casemethode professioneler toe te passen in hun onderwijspraktijk; b) een kennisnetwerk ontwikkelen waardoor docenten van diverse opleidingen hun kennis/ervaring kunnen uitwisselen, kracht bundelen om case-based onderwijsonderdeel gezamenlijk uit te ontwikkelen.
Traditioneel vindt communicatie tussen zorgvragers en zorgprofessionals één op één plaats: fysiek, telefonisch of digitaal in de vorm van beeldbellen. De laatste jaren, en zeker sinds de coronacrisis, zijn meer diverse vormen van communicatie en samenwerking ondersteund door digitale platforms onder de aandacht gekomen. Digitale communicatiesystemen, ontworpen door gespecialiseerde MKB's, bieden in theorie mogelijkheden om langer thuis wonen te faciliteren, door zorggebruikers de regie te geven om hun eigen netwerk en hun zorg- en hulpverleners te organiseren en met elkaar te laten communiceren. Zorggebruikers zien echter nog maar beperkt de meerwaarde van de systemen. Zorgprofessionals op hun beurt maken zich zorgen dat de platforms de werkdruk verhogen vanwege de extra administratieve handelingen die ze meebrengen. Ook vragen zij zich af of de platforms het primaire zorgproces wel ondersteunen. Participatief ontwerp van platforms kan in theorie bijdragen aan goede aansluiting bij behoeften van diverse gebruikers, echter, in de praktijk gebeurt echte, volledige participatieve vormgeving nog te weinig. Onze centrale vraag: Hoe kunnen digitale platforms van mkb’s ontwikkeld in volledige samenwerking met gebruikers bijdragen aan een groter en beter gebruik van de platforms en aan het goed organiseren van zorg en ondersteuning bij mensen thuis, en daarmee langer thuis blijven wonen faciliteren? We doen een ontwerpgericht actieonderzoek met meerdere cases, waarin de context van gebruikers en hun ervaringen in relatie tot de platforms worden onderzocht en ontwerpprincipes voor een optimale gezamenlijke ontwikkeling en gebruik van digitale communicatieplatforms worden gegenereerd. Het consortium van het onderzoeksproject bestaat uit: - 3 mkb’s en een stichting die digitale platforms ontwikkelen (Eljakim, OZOverbindzorg, Wijzelf en GezondheidFabriek) - 5 lectoren van de hogescholen Windesheim, -Arnhem en Nijmegen en -Rotterdam die deel uitmaken van het Lectorenplatform Zelfmanagement - 2 zorgorganisaties, te weten Zorggroep Almere en huisartsenpraktijk Medi-Mere - 3 vertegenwoordigers van cliëntenbelangenorganisaties - meerdere onderzoekers in zorg en hulpverlening.