The New Aesthetic and Art: Constellations of the Postdigital is an interdisciplinary analysis focusing on new digital phenomena at the intersections of theory and contemporary art. Asserting the unique character of New Aesthetic objects, Contreras-Koterbay and Mirocha trace the origins of the New Aesthetic in visual arts, design, and software, find its presence resonating in various kinds of digital imagery, and track its agency in everyday effects of the intertwined physical world and the digital realm. Contreras-Koterbay and Mirocha bring to light an original perspective that identifies an autonomous quality in common digital objects and examples of art that are increasingly an important influence for today’s culture and society.Influenced by a diverse range of figures, ranging from Vilém Flusser, Arthur Schopenhauer, Immanuel Kant, David Berry, Lev Manovich, Olga Goriunova, Ernst Mayr, Bruce Sterling and, of course, James Bridle, The New Aesthetic and Art: Constellations of the Postdigital doesn’t just propose a description of a new set of objects but radically asserts that New Aesthetic objects analogously function as organisms within a broader digital-physical ecosystems of things and agents.
Transcript of a lecture during the conference 'Is contemporary art history', Institute of Fine Arts, New York, 28th february 2014.
MULTIFILE
Background: Art therapy (AT) is frequently offered to children and adolescents with psychosocial problems. AT is an experiential form of treatment in which the use of art materials, the process of creation in the presence and guidance of an art therapist, and the resulting artwork are assumed to contribute to the reduction of psychosocial problems. Although previous research reports positive effects, there is a lack of knowledge on which (combination of) art therapeutic components contribute to the reduction of psychosocial problems in children and adolescents. Method: A systematic narrative review was conducted to give an overview of AT interventions for children and adolescents with psychosocial problems. Fourteen databases and four electronic journals up to January 2020 were systematically searched. The applied means and forms of expression, therapist behavior, supposed mechanisms of change, and effects were extracted and coded. Results: Thirty-seven studies out of 1,299 studies met the inclusion criteria. This concerned 16 randomized controlled trials, eight controlled trials, and 13 single-group pre–post design studies. AT interventions for children and adolescents are characterized by a variety of materials/techniques, forms of structure such as giving topics or assignments, and the use of language. Three forms of therapist behavior were seen: non-directive, directive, and eclectic. All three forms of therapist behavior, in combination with a variety of means and forms of expression, showed significant effects on psychosocial problems. Conclusions: The results showed that the use of means and forms of expression and therapist behavior is applied flexibly. This suggests the responsiveness of AT, in which means and forms of expression and therapist behavior are applied to respond to the client's needs and circumstances, thereby giving positive results for psychosocial outcomes. For future studies, presenting detailed information on the potential beneficial effects of used therapeutic perspectives, means, art techniques, and therapist behavior is recommended to get a better insight into (un)successful art therapeutic elements.
MUSE supports the CIVITAS Community to increase its impact on urban mobility policy making and advance it to a higher level of knowledge, exchange, and sustainability.As the current Coordination and Support Action for the CIVITAS Initiative, MUSE primarily engages in support activities to boost the impact of CIVITAS Community activities on sustainable urban mobility policy. Its main objectives are to:- Act as a destination for knowledge developed by the CIVITAS Community over the past twenty years.- Expand and strengthen relationships between cities and stakeholders at all levels.- Support the enrichment of the wider urban mobility community by providing learning opportunities.Through these goals, the CIVITAS Initiative strives to support the mobility and transport goals of the European Commission, and in turn those in the European Green Deal.Breda University of Applied Sciences is the task leader of Task 7.3: Exploitation of the Mobility Educational Network and Task 7.4: Mobility Powered by Youth Facilitation.
Aanleiding Sinds kort nemen zorgprofessionals en onderzoekers in Nederland initiatieven om mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB) zo lang mogelijk te laten functioneren in de eigen thuissituatie. Een manier om dit te doen is de inzet van zogenoemde Functional Assertive Community Treatment (FACT) teams. Deze teams gebruiken voornamelijk verbale interventies. Maar mensen met een LVB hebben moeite met het verwerken van verbale informatie. Vaktherapie kan juist met non-verbale en ervaringsgerichte methodieken goed aansluiten bij deze groep. Dit innovatieprogramma richt zich op de vraag van vaktherapeuten hoe en in welke vorm zij, in of rondom FACT LVB-teams, mensen met een LVB kunnen helpen. Doelstelling Het doel van de deelnemers aan het project is de zorg en ondersteuning van mensen met een LVB in de eigen thuissituatie (buurt/wijk) te verbeteren. Liefst zodanig dat deze mensen minder vaak hoeven te worden (her)opgenomen in een behandelcentrum. Het doel van het project is om de meerwaarde vast te stellen van de inzet van vaktherapie in of rondom FACT LVB teams bij het realiseren van deze ambitie. Het project is gefaseerd opgebouwd. In de eerste fase worden de vaktherapeutische behandelvormen bepaald. Vervolgens worden efficiënte interprofessionele werkwijzen en een vaktherapeutische behandel- & ondersteuningsroute vastgesteld, en ten slotte wordt het project geëvalueerd. Beoogde resultaten Het project biedt resulteert in een handreiking voor professionals om interprofessioneel samen te werken in de wijk voor mensen met LVB. Binnen het onderwijs levert het project een bijdrage aan een minor 'Wijkgerichte zorg & ondersteuning'. Het biedt een leerwerkplaats LVB voor studenten vaktherapie en aanpalende gebieden. De handreiking wordt geïmplementeerd in de opleidingen die opleiden tot vaktherapeut. Zogenaamde 'battles', waarin interprofessioneel samenwerken aan problemen vanuit de praktijk en het beste idee bekroond wordt met een stimuleringsprijs, zorgen voor verdere ontwikkeling. Publicaties in vakliteratuur zorgen voor verspreiding van de projectresultaten. De deelnemers aan het project zullen aansluiting zoeken bij symposia - regionaal, nationaal en internationaal - en bijeenkomsten buiten en binnen het netwerk om de resultaten aan een breed publiek te presenteren.
De 2SHIFT SPRONG-groep is een samenwerkingsverband van HAN University of Applied Sciences en Fontys Hogescholen. Onze ambitie is het vergroten van eerlijke kansen op gezond leven. Dit doen we door het vormgeven en versterken van gemeenschappen als fundament voor het creëren van eerlijke kansen op gezond leven. Vanuit deze gemeenschappen wordt in co-creatie gewerkt aan structuur (i.e. systeem), sociale en technologische innovaties. Deze ambitie sluit aan bij de centrale missie KIA Gezondheid en Zorg om bij te dragen aan goede gezondheid en het verkleinen van sociaaleconomische gezondheidsverschillen. Ook draagt het bij aan deelmissie 1. het voorkomen van ziekte, waarbij wij uitgaan van het concept Positieve Gezondheid en Leefomgeving. Én het zorgt voor het verplaatsen van ondersteuning en zorg naar de leefomgeving (deelmissie 2), doordat gemeenschappen hiervoor een stevig fundament vormen. De gemeenschap is geoperationaliseerd als een samenwerking tussen inwonersinitiatieven (i.e. informele actoren) én professionals vanuit wonen, welzijn, zorg en gemeenten (i.e. formele actoren) die bestuurlijk en beleidsmatig worden ondersteund. Toenemend wordt een belangrijke rol en meer verantwoordelijkheid toebedeeld aan inwoners en wordt de noodzaak van sectoroverstijgende, inclusieve samenwerking tussen deze actoren in lokale fieldlabs benadrukt. 2SHIFT start daarom in vier fieldlabs: twee dorpen en twee wijken in (midden-)stedelijke gebieden, waar in vergelijking met groot-stedelijk gebied (zoals Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) andere dynamieken en mechanismen een rol spelen bij het creëren van eerlijke kansen op een gezond leven. Om impact in onderwijs en praktijk te realiseren werken we nauw samen met studenten, docenten én met inwoners, professionals, bestuurders en beleidsmakers uit wonen, welzijn, zorg en gemeenten én landelijke kennispartners (“quadruple helix”). 2SHIFT brengt transdisciplinaire expertise én verschillende onderzoeksparadigma’s samen in een Learning Community (LC), waarin bestaande kennis en nieuwe kennis wordt samengebracht en ontwikkeld. Over 8 jaar is 2SHIFT een (inter)nationaal erkende onderzoeksgroep die het verschil maakt.