Teneinde het opnemen van onderzoeksvaardigheden in het curriculum van de Faculteit Educatieve Opleidingen van de Hogeschool Utrecht te vergemakkelijken en ter ondersteunen, vonden wij het zinvol om een stuk te schrijven over de vermeende tegenstelling tussen kwalitatief en kwantitatief onderzoek. Een belangrijk uitgangspunt is dat we niet uitgaan van een in de wandelgangen vaak gehoorde tegenstelling tussen universitair en hogeschool onderzoek, waarbij de universiteit kwalificaties als fundamenteel en theoretisch opeist en de praktische kruimels voor het hoger beroepsonderwijs wil laten liggen. Wij gaan daar niet van uit omdat wij geen fundamenteel verschil zien tussen fundamenteel onderzoek en toegepast onderzoek. De grondslagen, de redeneringen, de systematiek zijn in beide gevallen hetzelfde. Op de achtergrond speelt, in ieder geval bij de humaniora van de hoge scholen, nog een andere tweedeling een rol: kwantitatief versus kwalitatief onderzoek. Belangrijke kenmerken van kwantitatief onderzoek zoals ingewikkelde onderzoeksdesigns, grote steekproeven en gecompliceerde statistische analyses zouden het natuurlijk domein van universiteiten zijn. Ook dit werpen we verre van ons. Volgens onze opvatting gaat het in de eerste plaats om 'goed onderzoek' en goed onderzoek vereist niet persé een kwalitatieve benadering of een kwantitatieve benadering. Goed onderzoek geeft in de eerste plaats een antwoord op een vraag die gesteld wordt: de probleemstelling. Zoals het overgrote deel van onderzoekers tegenwoordig rekenen wij ons niet tot kwantitatieve onderzoekers of tot kwalitatieve onderzoekers. Met behulp van onderzoek willen wij een slechts een antwoord geven op de gestelde vraag, de probleemstelling.
Based on the results of two research projects from the Netherlands, this paper explores how street oriented persons adapt and use digital technologies by focusing on the changing commission of instrumental, economically motivated, street crime. Our findings show how social media are used by street offenders to facilitate or improve parts of the crime script of already existing criminal activities but also how street offenders are engaging in criminal activities not typically associated with the street, like phishing and fraud. Taken together, this paper documents how technology has permeated street life and contributed to the ‘hybridization’ of street offending in the Netherlands—i.e. offending that takes place in person and online, often at the same time.
Samenleven staat in de eenentwintigste eeuw vooral te boek als bron van zorg. Sinds de eeuwwisseling zijn Nederlanders tevredener met zichzelf, maar ontevredener over de nabijheid en de omgang met anderen. Zoals het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) het in 2004 verwoordde: ‘Met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht.’ In het Continu Onderzoek Burgerperspectieven van het SCP tonen Nederlanders zich sindsdien telkens bezorgd over de ‘manier waarop we samenleven’. Mensen ‘ervaren dat het individualisme toeneemt, normen en waarden vervagen en hebben het idee dat tegenstellingen toenemen, onder andere op en door sociale media’ (SCP, 2021). Ze benoemen problemen als tweedeling, verharding, vereenzaming en ‘ieder voor zich’.
MULTIFILE