DOEL: Deze studie onderzoekt de mogelijke invloed van gender op de historische dynamiek rond verpleegkundig leiderschap. METHODE: Gebruikmakend van een historische onderzoeksbenadering voert deze studie een bronnenanalyse uit met gender als analytische lens, gericht op de ontwikkeling van het verpleegkundig directeurschap in het Sint Radboudziekenhuis vanaf de oprichting van de medische kliniek (1956) tot de uitsluiting van de verpleegkundig directrice uit de directie (1971). RESULTATEN: Er worden zes gendergaps geïdentificeerd, namelijk verschillen in vermeende capaciteiten en kwaliteiten, werk-privébalans, opleiding, salarisstructuur, ondersteuning en gebruik van retoriek. Dit wijst op betrokkenheid van stereotype denkbeelden bij het vormen van de genderasymmetrie binnen het verpleegkundig beroep en de perceptie ervan op de werkplek en daarbuiten. DISCUSSIE: Een geleidelijke uitsluiting van verpleegkundigen op basis van geslacht op strategisch niveau in directies wordt benadrukt. Deze asymmetrie en vooroordelen creëerden een onevenwichtig speelveld, wat de onderhandelingen over de status van het verpleegkundig beroep bemoeilijkte en belemmeringen opwierp voor verpleegkundig leiderschap. CONCLUSIE: Het zichtbaar en bespreekbaar maken van deze vooroordelen kan het bewustzijn vergroten over de wijze waarop historisch gegroeide ideeën en overtuigingen hedendaags verpleegkundig leiderschap beïnvloeden.
LINK
Onderscheidend voor het beroepsonderwijs is dat het leerproces van studenten in het perspectief staat van kwalificeren tot startend beroepsbeoefenaren en dat het leren en begeleiden van dat leren plaatsvindt op school én op de werkplek. In het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) is het aandeel leren op de werkplek aanzienlijk. Het gaat om 80% in de beroepsbegeleidende leerwegen (bbl) met 30,6 % van de studentenpopulatie en om minimaal 20% tot maximaal 60% in de beroepsopleidende leerwegen (bol) met 69,4% procent van de studentenpopulatie.1 Zowel de docenten in onderwijsinstellingen als praktijkopleiders/werkbegeleiders2 in leerbedrijven spelen een belangrijke rol in het opleidingsproces van mbo-studenten.
Wanneer docenten in de scholen als (mede)opleiders gaan fungeren voor leraren, zullen ze ander gedrag moeten gaan vertonen. De eerste ervaringen wijzen uit dat de docenten ervaringsleren belangrijk vinden en nog geen zicht hebben op hun veranderde situatie.
Data, data, data, data en nog eens meer data. Binnen de Innnovatiewerkplaats Healthy WorkPlace worden veel werkplek- en persoonsgerelateerde data verzameld. De vraag is nu wat we met die data kunnen, welke data gaan echt helpen om een ‘healthy workplace’ te creëren? Dit project richt zich op het ontwikkelen van een Proof of Concept, op basis waarvan vervolgens tools ontwikkeld kunnen worden met, door en voor de MKB-partners uit de creatieve sector.
Doel van deze postdoc-aanvraag is om een interventie te ontwikkelen en te evalueren bij werkenden met een lage sociaal economische status (SES) en beperkte gezondheidsvaardigheden, om verergering van beginnende musculoskeletale klachten (MSK) te beperken. Bestaande interventies hebben beperkt effect en te weinig aansluiting bij werkenden met een lage SES en beperkte gezondheidsvaardigheden. Daarom wordt deze interventie door middel van de intervention mapping methode in co-creatie met werkenden ontwikkeld en geëvalueerd. Betrokken praktijkpartners zijn schoonmaakbedrijf Aalbers, cateraar Compass groep en HAN Facility & ICT. Allereerst wordt aan de hand van input van de praktijkpartners de behoefte en het kennishiaat op het gebied van cognities met betrekking tot gezondheid en gedrag vastgesteld. Dit kennishiaat wordt met hulp van scoping literatuuronderzoek nader gespecificeerd. Ten tweede wordt het doel van de interventie bepaald, plus de passende methoden en strategieën. De gedragsmatige interventiemethode is gebaseerd op een wetenschappelijke theorie. Per praktijkpartner vindt er een aanpassing plaats, zodat het aansluit bij de context. De interventie wordt daarna uitgevoerd bij de verschillende praktijkpartners en geëvalueerd, waarbij succesfactoren, barrières en voorlopige effectiviteit bepaald worden. De postdoc is coördinator en onderzoeksdocent van de Master Musculoskeletale Revalidatie van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). Ze is in 2014 gepromoveerd op “fysieke capaciteit en werkvermogen bij cliënten met musculoskeletale pijn”. Door het voorgenomen postdoc-project kan ze de verbinding tussen opleidingen en lectoraten versterken en professionalisering van studenten en medewerkers stimuleren. Er wordt verbinding gelegd met bachelor- en masteropleidingen en interdisciplinaire minoren. De postdoc is ingebed in het lectoraat ”Werkzame Factoren in Fysiotherapie en Paramedisch Handelen”. Daarnaast wordt samengewerkt met het lectoraat “Arbeid & Gezondheid” en sluit het onderzoek aan bij het zwaartepunt Health van de HAN dat zich richt op het complexe vraagstuk hoe sociaal economische gezondheidsverschillen te verkleinen zijn.
Nederlandse zorgorganisaties hebben - mede door de corona-uitbraak - te maken met personeelstekorten, oplopend verzuim, een hoge werkdruk en een toename van psychische klachten onder medewerkers. In 2019 gaf bijna 44 procent van alle zorgmedewerkers aan een hoge tot zeer hoge werkdruk te ervaren. Psychische klachten onder zorgmedewerkers zijn in 2018 met 40% toegenomen en 37% heeft een burn-out gehad. En sinds de corona-uitbraak ervaart 70% van de zorgmedewerkers een toename in mentale belasting. Een belangrijk risico voor de psychische gezondheid zijn ook slaapproblemen. Gegeven bovengenoemde ontwikkelingen is het van groot belang dat zorgorganisaties investeren in de duurzame inzetbaarheid van hun medewerkers. Werkplekinterventies spelen hier een belangrijke rol in, omdat ze de gezondheid, vitaliteit en welbevinden van medewerkers kunnen vergroten. Innovatieve werkplekinterventies richten zich steeds vaker op werkdruk en slaap. Onderzoek naar het effect van dit soort interventies op de vitaliteit van zorgmedewerkers is echter schaars. En daarbij ondervinden organisaties vaak nog belemmeringen bij het implementeren van dit soort interventies. Veelgenoemde belemmeringen zijn: 1) het ontbreken van integraal gezondheidsbeleid; 2) onvoldoende (financiële) middelen; 3) onvoldoende communicatie en 4) tijdgebrek. Inzoomend op de provincie Utrecht zien we bij de zorgorganisaties aangesloten bij Utrechtzorg (arbeidsmarktorganisatie voor Zorg en Welzijn) eenzelfde beeld. Ook zij hebben te maken met personeelstekorten, oplopend verzuim, een hoge werkdruk en een toename van psychische klachten onder medewerkers. Dit project heeft daarom als doel om: 1) zorgorganisaties aangesloten bij Utrechtzorg te ondersteunen bij het succesvol implementeren van een gecombineerde werkplekinterventie gericht op werkdruk en slaap; 2) de effectiviteit van deze gecombineerde werkplekinterventie op de vitaliteit van zorgmedewerkers te onderzoeken en 3) de hiermee opgedane kennis en ervaring te delen met de gehele Nederlandse zorgsector.