De vraag wat in het hbo wordt bedoeld met de term praktijkgericht onderzoek staat volop in de belangstelling. Ook de vraag wat de belangrijkste kwaliteitsindicatoren zouden moeten zijn, staat hoog op de agenda. Indicatoren maken zichtbaar wat kenniscentra doen op het gebied van onderzoek en hoe ze presteren op de domeinen kennis, onderwijs en beroepspraktijk. In de praktijk ligt bij indicatoren de nadruk vaak op de kwantiteit (telfunctie). Kwaliteit wordt dan afgemeten aan de mate waarin wordt gescoord op voor iedereen geldende, vooraf vastgestelde indicatoren, zoals aantal publicaties en aantal presentaties. In De padvinder en het oude vrouwtje wordt betoogt dat het van belang is een meer pluriforme benadering van kwaliteit als uitgangspunt te nemen, die beter recht doet aan het brede, gevarieerde palet aan kwaliteitsuitingen binnen de lectoraten. De padvinder en het oude vrouwtje is een pleidooi voor transparante en pluriforme kwaliteit van praktijkgericht onderzoek en geeft een aanzet voor integraal prestatiemanagement op dit vlak.
De glastuinbouw in Nederland is wereldwijd toonaangevend en loopt voorop in automatisering en data-gedreven bedrijfsvoering. Voor de data-gedreven teelt wordt, naast het monitoren van de kas-parameters ook het monitoren van gewasparameters steeds meer gevraagd. De sector is daarbij vooral geïnteresseerd in niet-destructieve, contactloze en persoonsonafhankelijk monitoring van gewassen. Optische sensortechnologie, zoals spectrale afbeeldingstechnologie, kan veel waardevolle informatie opleveren over de staat van een gewas of vrucht, bijvoorbeeld over het suikergehalte, maar ook de aanwezigheid van plantziektes of insecten. Echter is dit vaak een te kostbare oplossing voor zowel de technologiebedrijven die oplossingen leveren als voor de telers zelf. In dit project onderzoeken wij de mogelijkheid om spectrale beeldvorming tegen lagere kosten te realiseren. Het beoogde resultaat is een prototype van een instrument dat tegen lage kosten met spectrale beeldvorming een of meerdere gewaseigenschappen kan kwantificeren. Realisatie van dit prototype heeft een sterke Fotonica-component (expertise Haagse Hogeschool) maakt gebruik van Machine Learning (expertise perClass) en is bedoeld voor toepassing op scout robots in de glastuinbouw (expertise Mythronics). Een betaalbare oplossing betekent in potentie voor de teler een betere controle over kwaliteit van het gewas en automatisering voor detectie van ziekte-uitbraken. Bij een succesvol prototype kan deze innovatie leiden tot betere voedselkwaliteit en minder verspilling in de glastuinbouw.
BENEFIT staat voor: BedrijfsmodEl verandering, dyNamische capaciteiten & prestatiE-indicatoren in FysIoTherapie-organisaties. Fysiotherapie-organisaties zijn kleine zorgbedrijven die actief zijn in een gereguleerde markt. Ondanks het ontbreken van volledige ondernemersvrijheid, worden ze uitgedaagd slim en goed in te spelen op de veranderende vraag naar fysiotherapie en daarbij een gezonde bedrijfsvoering te voeren. Doel BENE-FIT het als doel kennis te verzamelen over capaciteiten die fysiotherapie-organisaties nodig hebben om de inrichting van hun bedrijf aan te kunnen passen aan de snel veranderende markt en zodoende hun bedrijfsprestaties te verbeteren. Resultaten BENE-FIT beoogt opbrengsten te creëren voor zowel de wetenschap, de praktijk en het onderwijs: Wetenschap: Met dit onderzoek wordt bijgedragen aan de kennis over ‘dynamische capaciteiten’ van eerstelijns zorgorganisaties, in het bijzonder fysiotherapie-organisaties, en de invloed van bedrijfsmodel verandering hierop. Praktijk: Dit onderzoek geeft eenduidigheid over de prestatie-indicatoren voor bedrijfsprestaties en dynamische capaciteiten van eerstelijns fysiotherapie-organisaties Praktijk: De kennis over de prestatie-indicatoren en de dynamische capaciteiten worden gebruikt om een tool te ontwikkelen die fysiotherapie-organisaties in staat stelt om hun bedrijfsprestaties te monitoren en dynamische capaciteiten toe te passen; Onderwijs: Dit project is een voorbeeld van interdisciplinair onderzoek, wat interdisciplinair onderwijs kan versterken. Met name cross-overs tussen het Institute for Finance and Accounting en het Instituut voor Bewegingsstudies zullen actief gelegd worden. Looptijd 01 april 2002 - 31 maart 2028 Aanpak Het onderzoek is opgedeeld in vier opeenvolgende stappen. Gestart wordt met een literatuuronderzoek naar prestatie-indicatoren voor bedrijfsprestaties van eerstelijns fysiotherapie-organisaties. Vervolgens wordt via interviews met eigenaren en managers van fysiotherapie-organisaties inzicht verkregen in capaciteiten die een organisatie nodig heeft om haar processen te integreren, bouwen en her-configureren (dynamische capaciteiten). Via het herhaald ondervragen van een grote groep fysiotherapie-organisaties over een periode van twee jaar willen we helder krijgen hoe de dynamische capaciteiten van een organisatie samenhangen met de bedrijfsprestaties van deze organisaties. De opgedane kennis verwerken we tot een hulpmiddel die fysiotherapie-organisaties kunnen inzetten in hun praktijkvoering. In de laatste deelstudie volgen we een klein aantal fysiotherapie-organisaties die het hulpmiddel gebruiken nauwgezet om erachter te komen of en hoe het hulpmiddel bijdraagt aan het verbeteren van bedrijfsprestaties van deze organisaties. Relevantie Fysiotherapie-organisaties spelen in potentie een belangrijke rol in het behoud van gezondheid van een grote groep mensen met (chronische) aandoeningen. Op dit moment ervaren ze druk om hun hoofd financieel boven water te houden én tegelijkertijd kwalitatief goede zorg te bieden. Inzicht, kennis en vaardigheden zijn nodig om fysiotherapie-organisaties te ondersteunen bij het optimaal inzetten van dynamische capaciteiten ten behoeve van hun bedrijfsprestaties. Op die manier kunnen ze hun potentiële voor de zorg van de toekomst waarmaken. Bovendien is de kennis die in dit onderzoek opgedaan wordt niet enkel toe te passen door fysiotherapie-organisaties, maar ook andere eerstelijns zorgbedrijven.
AanleidingIn navolging van onder meer Perspectief 2030 en het advies over Waardevol Toerisme van de Raad van de Leefomgeving staat de inwoner de laatste jaren steeds meer centraal in (beleids)keuzes over toerisme. Als onderdeel van de verschuiving in denken van toerisme als doel naar toerisme als middel om bij te dragen aan maatschappelijke opgaven en het welzijn van inwoners, gaat er meer aandacht uit naar hoe inwoners zo veel mogelijk van het toerisme kunnen profiteren.Onder partijen als provincies, gemeenten en DMO's heerst in dat kader een brede behoefte aan inzicht in de manieren waarop bewonersprofijt gemeten kan worden. Oftewel, in hoeverre en op welke manier is vast te stellen welke (gepercipieerde) waarde bewoners ontlenen aan de aanwezigheid van toerisme? Dit vraagstuk is onderdeel van het bredere vraagstuk "meten van balans", waarbinnen inzicht in de positieve impacts van toerisme en de manier waarop inwoners daar tegenaan kijken een belangrijk thema is.DoelHet doel van het project "Meten van bewonersprofijt: verkenning van indicatoren en methodieken" is om te komen tot een set van indicatoren voor het meten van bewonersprofijt en vervolgens diverse methoden voor het verzamelen van informatie over die indicatoren te evalueren en vergelijken.Dit enerzijds door te kijken naar bestaande voorbeelden, en anderzijds door zelf methoden toe te passen in een Nederlandse regio, te weten Schouwen-Duiveland. Dit leidt uiteindelijk tot inzichten die stakeholders zoals gemeenten en DMO's helpen om te bepalen welke methode voor het meten van bewonersprofijt het beste bij hun situatie past. Daarnaast zullen de resultaten van de praktijktesten voor Schouwen-Duiveland ook inhoudelijke inzichten opleveren over bewonersprofijt op het eiland.AanpakFase 1 van het onderzoek bestaat uit literatuuronderzoek en expertraadplegingen waar achterhaald wordt wat bewonersprofijt precies is, uit welke onderdelen het bestaat, hoe het nu wordt gemeten en welke voor- en nadelen aan deze methoden kleven. In fase 2 wordt een aantal methoden toegepast op de bestemming Schouwen-Duiveland. Door meerdere methoden toe te passen op dezelfde bestemming kunnen deze met elkaar vergeleken worden. Dit kan bijvoorbeeld duidelijk maken of de methoden leiden tot dezelfde, complementaire of juist tegenstrijdige inzichten over bewonersprofijt.De uitkomst van het project is een keuzetool met een visueel aantrekkelijke layout, welke stakeholders in staat stelt een weloverwogen (bewuste) keuze te kunnen maken over welke methode in te zetten om bewonersprofijt te meten.PartnersHotelschool Den Haag, HZ University of Applied Sciences, Stichting Eilandmarketing Schouwen-Duiveland, NBTC.