Ageing is associated with a decline in daily functioning and mobility. A physically active life and physical exercise can minimize the decline of daily functioning and improve the physical-, psychological- and social functioning of older adults. Despite several advantages of group-based exercise programs, older adults participating in such interventions often do not meet the frequency, intensity or duration of exercises needed to gain health benefits. An exercise program that combines the advantages of group-based exercises led by an instructor with tailored home-based exercises can increase the effectiveness. Technology can assist in delivering a personalized program. The aim of the study was to determine the susceptibility of older adults currently participating in a nationwide group-based exercise program to such a blended exercise program. Eight focus-groups were held with adults of 55 years of age or older. Two researchers coded independently the remarks of the 30 participants that were included in the analysis according to the three key concepts of the Self Determination Theory: autonomy, competence, and relatedness. The results show that maintaining self-reliance and keeping in touch with others were the main motives to participate in the weekly group-based exercises. Participants recognized benefits of doing additional home-based exercises, but had concerns regarding guidance, safety, and motivation. Furthermore, some participants strongly rejected the idea to use technology to support them in doing exercises at home, but the majority was open to it. Insights are discussed how these findings can help design novel interventions that can increase the wellbeing of older adults and preserve an independent living.
Objective: Self-management is a core theme within chronic care and several evidence-based interventions (EBIs) exist to promote self-management ability. However, these interventions cannot be adapted in a mere copy-paste manner. The current study describes and demonstrates a planned approach in adapting EBI’s in order to promote self-management in community-dwelling people with chronic conditions. Methods: We used Intervention Mapping (IM) to increase the intervention’s fit with a new context. IM helps researchers to take decisions about whether and what to adapt, while maintaining the working ingredients of existing EBI’s. Results: We present a case study in which we used IM to adapt EBI’s to the Flemish primary care context to promote self-management in people with one or more chronic disease. We present the reader with a contextual analysis, intervention aims, and content, sequence and scope of the resulting intervention. Conclusion: IM provides an excellent framework in providing detailed guidance on intervention adaption to a new context, while preserving the essential working ingredients of EBI’s. Practice Implications: The case study is exemplary for public health researchers and practitioners as a planned approach to seek and find EBI’s, and to make adaptations.
Objectives: To present the results of the process evaluation of the PLAYgrounds program, using the RE-AIM framework.Design: This study provides information regarding Reach, Adoption, Implementation and Maintenance.Methods: The PLAYgrounds program promotes increasing levels of physical activity in 6–12 years old children and was evaluated using the RE-AIM framework in 4 intervention schools. Data collection consisted of a physical activity questionnaire with children (n = 765, Reach), SOPLAY observations (Implementation and Maintenance), questionnaires on the satisfaction of the implemented elements with teachers (n = 59) and children (n = 730, Implementation) and interviews for increased depth of information. In addition a simple counting of participating schools, describing of non-participating reasons and characteristics of the schools were documented (Adoption).Results: Reach of the target population (i.e. inactive children) was 60.7% (n = 464) and the target population was representative for populations in low-SES neighbourhoods. The PLAYgrounds program was adopted by 4 schools (80%), at which 5 (from 7) program elements were successfully implemented. At 18 monthsfollow-up, 3 of those 5 elements were completely maintained.Conclusions: Adoption, Implementation, and Maintenance proved to be very high. Most likely due to the PLAYgrounds program being a complete intervention package that included financial, material, and staff support. Therefore, it is recommended to retain this high level of support when introducing the PLAYgrounds (or any other intervention) program in schools. In the future it would be recommended to evaluate the PLAYgrounds program on maintenance in schools where the key-person is employed at the school and funding is not available.
LINK
De inzet van blended care in de zorg neemt toe. Hierbij wordt fysieke begeleiding (face-to-face) met persoonlijke aandacht door een zorgprofessional afgewisseld met digitale zorg in de vorm van een platform of mobiele applicatie (eHealth). De digitale zorg versterkt de mogelijkheden van cliënten om in hun eigen omgeving te werken aan gezondheidsdoelen en handvatten tijdens de face-to-face momenten. Een specifieke groep die baat kan hebben bij blended care zijn ouderen die na revalidatie in de geriatrische revalidatiezorg (GRZ) thuis verder revalideren. Focus op zowel bewegen (door fysio- en oefentherapeut) en voedingsgedrag (door diëtist) is hierbij essentieel. Echter, na een intensieve zorgperiode tijdens hun opname wordt revalidatie veelal thuis afgeschaald en overgenomen door een ambulant begeleidingstraject of de eerste lijn. Een groot gedeelte van de ouderen ervaart een terugval in fysiek functioneren en zelfredzaamheid bij thuiskomt en heeft baat bij intensieve zorg omtrent voeding en beweging. Een blended interventie die gezond beweeg- en voedingsgedrag combineert biedt kansen. Hierbij is maatwerk voor deze kwetsbare ouderen vereist. Ambulante en eerste lijn diëtisten, fysio- en oefentherapeuten erkennen de meerwaarde van blended care maar missen handvatten en kennis over hoe blended-care ingezet kan worden bij kwetsbare ouderen. Het doel van het huidige project is ouderen én hun behandelaren te ondersteunen bij het optimaliseren van fysiek functioneren in de thuissituatie, door een blended voeding- en beweegprogramma te ontwikkelen en te testen in de praktijk. Ouderen, professionals en ICT-professionals worden betrokken in verschillende co-creatie sessies om gebruikersbehoefte, acceptatie en technische eisen te verkennen als mede inhoudelijke eisen zoals verhouding face-to-face en online. In samenspraak met gebruikers wordt de blended BITE-IT interventie ontwikkeld op basis van een bestaand platform, waarbij ook gekeken wordt naar het gebruik van bestaande en succesvolle applicaties. De BITE-IT interventie wordt uitgebreid getoetst op haalbaarheid en eerste effectiviteit in de praktijk.
Chronische pijn is een groot, complex en duur probleem en heeft een grote impact op de kwaliteit van leven van patiënten, dagelijks functioneren, stemming en ziekteverzuim. Er zijn verschillende interventies ontwikkeld die met name gericht zijn op het beïnvloeden en veranderen van het gedrag waarbij zelfmanagement een belangrijke rol speelt. Echter het bestendigen van resultaten op lange termijn blijkt een groot probleem en leidt zelfs tot terugval naar “oud” gedrag waardoor patiënten opnieuw vaak kostbare hulp gaan zoeken. Er zijn twee additionele interventies ontwikkeld in een eerder RAAK-project (SOLACE) ter voorkoming van deze terugval: “Do It Your Self” en “Waarde gerichte Doelen” , echter de werkzaamheid van deze interventies op de lange termijn is niet onderzocht. Een eerste feasibility studie lijkt veelbelovend met positieve effecten naar de bruikbaarheid van deze interventies in de betrokken revalidatiecentra. Vanuit dit werkveld maar ook vanuit de patiënten kwam nadrukkelijk de vraag om deze interventies op effectiviteit te toetsen. Dit heeft geleid tot de onderzoeksvraag; “Is een additionele interventie (do it yourself en/of waarde gerichte doelen) gericht op het blijven toepassen van aangeleerde vaardigheden na een succesvol doorlopen pijn programma effectief in het bestendigen van de resultaten op de lange termijn en leidt dit tot een afname van het zorggebruik.” Het onderzoek wordt uitgevoerd in twee werkpakketten; (1) het ontwikkelen van een bruikbare app voor de ontwikkelde interventies in samenwerking met DIO Design en (2) een effectiviteit studie in de revalidatiecentra Adelante in Hoensbroek en Maastricht, Libra R&A locatie Weert en Heliomare Revalidatie in Wijk aan Zee. De doelstelling van het consortium is om de samen met zorgprofessionals, patiënten, beroepsvereniging en ontwerpers een product ter voorkoming van terugval verder te ontwikkelen en te toetsen. Na afronding van dit project zijn de op effectiviteit getoetste additionele interventies, DIY en WD, klaar om landelijk te worden uitgerold.
The HAS professorship Future Food Systems is performing applied research with students and external partners to transform our food system towards a more sustainable state. In this research it is not only a question of what is needed to achieve this, but also how and with whom. The governance of our food system needs rethinking to get the transformative momentum going in a democratic and constructive manner. Building on the professorship’s research agenda and involvement in the transdisciplinary NWA research project, the postdoc will explore collective ownership and inclusive participation as two key governance concepts for food system transformation. This will be done in a participatory manner, by learning from and with innovative bottom-up initiatives and practitioners from the field. By doing so, the postdoc will gain valuable practical insights that can aid to new approaches and (policy) interventions which foster a sustainable and just food system in the Netherlands and beyond. A strong connection between research and education is created via the active research involvement of students from different study programs, supervised by the postdoc (Dr. B. van Helvoirt). The acquired knowledge is embedded in education by the postdoc by incorporating it into HAS study program curricula and courses. In addition, it will contribute to the further professional development of qualitative research skills among HAS students and staff. Through scientific, policy and popular publications, participation in (inter)national conferences and meetings with experts and practitioners, the exposure and network of the postdoc and HAS in the field of food systems and governance will be expanded. This will allow for the setting up of a continuous research effort on this topic within the professorship via follow-up research with knowledge institutes, civic society groups and partners from the professional field.