A method to analyze the sound environment and its relation with typical professional tasks is described in which structured non participative observations are combined with audio recordings. First results of a field study are reported, directed towards the day shift of hospital nurses, working at a surgical ward. With this method we want to contribute context specific outcomes which we consider a prerequisite for the design of dedicated laboratory experiments which can reveal insights transferrable to natural work settings. In our reading of the literature we see many studies on task-sound interaction with one or more of the following shortcomings: 1. The sound conditions used in the experiment are not representative for the dedicated environment. 2. The experimental task is not representative for tasks performed in the dedicated environment. 3. The task-sound interaction is such that subjects are instructed to ignore environmental sounds while in real life they first need to attach meaning to each sound in order to decide whether it is (ir)relevant. It is our expectation that the proposed method helps design experiments that overcome these shortcomings.
DOCUMENT
Nederland staat de komende jaren voor een enorme woningbouwopgave, die voor een aanzienlijk deel via verdichting zal worden gerealiseerd. Dit leidt tot druk op de openbare ruimte en tot discussies over wie er voorrang heeft bij het gebruik. Zijn dit bijvoorbeeld kinderen die willen spelen of bewoners die zich storen aan het lawaai? In dit essay wordt verkend hoe gemeenten kunnen zorgen dat alle bewoners beschikken over voldoende aantrekkelijke openbare ruimte die uitnodigt om te bewegen en anderen te ontmoeten.
MULTIFILE
In de laatste jaren is er in Nederland toenemende aandacht voor de condities waarin leerlingen les krijgen. Randvoorwaarden zoals temperatuur, akoestiek, luchtkwaliteit, lichtkwaliteit en beschikbare ruimte vormen met elkaar de basisomstandigheden waarin leerlingen en leerkrachten functioneren. Er is betrekkelijk weinig aandacht voor de invloed die akoestiek en luisteromstandigheden hebben op het leerproces van de leerlingen, terwijl het evident is dat deze enkele van de belangrijkste randvoorwaarden vormen voor het kunnen volgen van het onderwijs in de klas. De verwerving van taal èn het leerproces op school vinden immers voor een groot deel plaats via luisteren en talige interactie. Om meer inzicht te krijgen in de invloed die luisteromstandigheden in de klas hebben op leerlingen, is een onderzoek uitgevoerd met klassenversterkingsapparatuur, ook wel Soundfield apparatuur genaamd. Het onderzoek vond plaats op vijf Friese basisscholen in tien verschillende klassen en duurde vier weken. De Soundfield apparatuur bestaat uit een leerkrachtmicrofoon met zender en een luidsprekersysteem met versterker en ontvanger. Met de apparatuur ontstaat er een gelijkmatig „geluidsveld‟ in de klas, waardoor de leerkracht overal even goed hoorbaar is. Er werd gebruik gemaakt van apparatuur met infrarood technologie (Redcat: Infrared Classroom Amplification Technology van Lightspeed Technology).
DOCUMENT
Veiligheidszorg draait om beïnvloeding van gedrag, percepties en emoties van mensen. Langzaam maar zeker begint in de veiligheidzorg de idee te ontstaan dat die beïnvloeding (ook) kan plaatsvinden langs andere wegen dan de tot nu toe gebruikelijke. Bijvoorbeeld via directe beïnvloeding van de zintuigen. Op diverse andere vakgebieden zijn immers al interessante resultaten met deze manier van beïnvloeding geboekt. Op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties initieerde het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid daarom een ontwikkelproject. Doel daarvan is praktisch uitvoerbare manieren te vinden om via zintuigbeïnvloeding bij te dragen aan veiligheid en veiligheidsbeleving in de (semi) openbare ruimte.
DOCUMENT
Wat opvalt aan het debat over overlast is dat er in dit debat twee dominante vragen de boventoon voeren: wie 'plegen' er overlast, en wat is eraan te doen? De vraag 'Wat is overlast - wanneer is iets overlast, en voor wie?' wordt echter niet of nauwelijks gesteld. In dit artikel wordt er beargumenteerd dat het debat juist met deze vraag zou moeten beginnen - hoe moeilijk deze vraag wellicht ook te beantwoorden is.
DOCUMENT
Wat is zingeving? Welke rol speelt zingeving in de hulpverlening? Hoe geef je zingeving een plek in je werk? Daarover gaat deze brochure. We nodigen je uit om na te denken over wat zingeving betekent. In het leven van je cliënten, maar ook in je eigen leven. De citaten, gedichten en foto’s zijn grotendeels afkomstig van daken thuisloze cliënten en van hulpverleners. Aan het eind van de brochure staan enkele werkvormen die gesprekken over zingeving kunnen ondersteunen. Met deze brochure willen we je inspireren om meer aandacht aan zingeving te besteden. Want zin, daar draait het uiteindelijk toch allemaal om?
DOCUMENT
De bijdragen in deze bundel geven aldus een veelzijdig beeld van hedendaags burgerschap in de grote stad.
DOCUMENT
Landschapsbeheerorganisaties ondersteunen vrijwilligers bij hun activiteiten in het landschap, zoals onderhoud aan knotbomen en poelen. Hoewel het aantal vrijwilligers stijgt, loopt de financiering van de ondersteuning niet gelijk op. Landschapsbeheerorganisaties moeten duidelijk maken wat vrijwilligerswerk in het landschap toevoegt. In vier expertmeetings is het verschil in beheer tussen professionals en vrijwilligers besproken. Hieruit blijkt dat vrijwilligers in een eigen niche in het landschap werken. De locatie, activiteit of het doel van de landschapselementen geven de doorslag waar vrijwilligers of professionals ingezet worden.
DOCUMENT
Nederland vergrijst snel en dat werkt op allerlei vlakken door: de kosten voor de gezondheidszorg blijven stijgen, de mantelzorg komt steeds meer onder druk, de gezondheidszorg en andere werkgevers krijgen te maken met een krappe arbeidsmarkt. Dit zijn slechts enkele voorbeelden. Rond 2020 zijn de babyboomers 65+ en kan de samenleving rekenen op een toevloed aan ouderdomsproblematiek. Hoe kunnen bestaande en eventueel nieuwe netwerken hierop een antwoord bieden? In gesprek met de drie lectoren van het cluster Kwaliteit van leven, van de Haagse Hogeschool.
DOCUMENT
De potentie van ‘natte bedrijventerreinen’ voor de circulaire economie wordt stelselmatig onderschat. Met hun ligging aan het water zouden binnenhavens een belangrijke factor kunnen zijn voor het stimuleren van de lokale kringloopeconomie. Maar in veel gemeenten wordt er nog veel te weinig mee gedaan, ziet Cees-Jan Pen, lector de Ondernemende Regio bij Fontys Hogescholen. Hij publiceert samen met collega-experts Evert-Jan de Kort (STEC groep) en Joep Janssen (Ginder) een manifest.
LINK