De Q-sort is een manier om objecten (bv. stimuli, uitspraken, attitudes, woorden, foto's, opstelkenmerken, persoonlijkheidstrekken, etc. etc.) door één of meer personen te laten rangordenen. De resultaten van één of meer Q-sorteringen kunnen objectief geanalyseerd worden. Een onderzoeker vraagt zich bijvoorbeeld af: a) op welke opstelkenmerken letten docenten vooral wanneer zij opstellen nakijken? b) welke typen opstelbeoordelaars kan men onderscheiden? Teneinde deze vragen te beantwoorden, verzamelt de onderzoeker (bv. via literatuurstudie, via interviews, etc.) een groot aantal opstelkenmerken. Een aantal voorbeelden van opstelkenmerken zijn: 1) Ik let op "grammaticale fouten" 2) Ik let op "foutieve samentrekkingen" 3) Ik let er op "of zinnen voor tweeërlei uitleg vatbaar zijn 4) Ik let op "de originaliteit van het opstel" 5) Ik let op de "leesbaarheid van het opstel" 6) Ik let op de "overredingskracht van het opstel"
DOCUMENT
In een eerder uitgevoerd onderzoek naar werken op afstand bij de reclassering (Henskens et al., 2021) bleek dat reclasseringswerkers behoefte hadden aan handvatten bij het structureren van hun online gesprekken met cliënten. Ook wilden zij basisvaardigheden leren om deze online gesprekken meer verdieping te geven. In het huidige project zijn vier leerinterventies verkend omwerken op afstand bij reclasseringswerkers te versterken: een handreiking, training, ‘goede praktijken’ en instructiefilmpjes. Uiteindelijk is alleen de handreiking ontwikkeld. In dit project is een internationale literatuurverkenning gedaan naar de geschiktheid van een handreiking voor reclasseringswerkers: hoe ziet deze eruit qua vorm en inhoud? Hierna is de handreiking in nauwe afstemming met de praktijk ontwikkeld. In een pilot hebben zes reclasseringswerkers de conceptversie van de handreiking uitgetest op respectievelijk leesbaarheid, bruikbaarheid, doelmatigheid en geschiktheid. Uit deze pilot bleek dat werkers de handreiking aantrekkelijk vonden in gebruik en als ondersteunend ervaarden bij het voeren van online gesprekken. Zij vonden de tekst goed leesbaar en overzichtelijk. Ook vonden zij dat er voldoende technische tips in stonden. Ze adviseerden de handreiking goed vindbaar te maken op intranet. Uit de probleemanalyse bleek dat een training geen geschikte leerinterventie zou zijn omdat de reclasseringswerkers geen leervragen hadden. De andere leerinterventies zijn door een combinatie van terugtrekking van de reclassering uit KFZ en een verminderde behoefte aan online interventies niet meer uitgevoerd. Uiteindelijk heeft dit project een product opgeleverd dat positief is geëvalueerd in de pilot. Op het Reclasseringscongres van 11 november jl. reageerde een groep reclasseringswerkers die deelnam aan de workshop ‘Werken op afstand’ positief op de handreiking: zij vonden het prettig om concrete handvatten aangereikt te krijgen om online te kunnen werken.
DOCUMENT
-De opbrengst van het Omgevingslab Fries Platteland bestaat uit drie delen: 1. De “SYNTHESE” van omgevingslabs. De Synthese is een beknopt overzicht van de resultaten en een overzicht van de meest opvallende punten die uit de Omgevingslabs Fries Platteland naar voren komen. 2. Het “PROCESVERSLAG” van de opbrengsten van het Omgevingslab Fries Platteland. Dit verslag is bedoeld als terugkoppeling naar de deelnemers aan de omgevingslabs. Voor de leesbaarheid is deze opgenomen in bijlage 1. 3. Het “MENGPANEEL FRIES PLATTELAND” met bijbehorende gebruiksaanwijzing. Dit hoofdstuk kent als doelgroep/lezerspubliek de opstellers van omgevingsvisies die in samenspraak met hun bestuurders tot een passend invulling van de omgevingsvisie moeten. Het Mengpaneel Fries Platteland is het instrument dat de overheidspartijen in Fryslân kunnen (gaan) gebruiken om hun omgevingsvisies te maken. Het mengpaneel geeft relevante informatie en kan aangevuld worden met andere informatiebronnen zoals om in het onderdeel ‘gebruiksaanwijzing wordt uitgelegd.
DOCUMENT
Begin 2020 heeft de gemeente Den Haag aan De Haagse Hogeschool (Lectoraat Urban Ageing) gevraagd om samen met Hulsebosch Advies en AFEdemy een integrale monitor te ontwikkelen en uit te voeren waarbij, door middel van kwalitatieve en kwantitatieve methoden, onderzoek wordt gedaan naar de stand van zaken van Den Haag als seniorvriendelijke stad en tevens te kijken naar huidige trends aangaande ouderen. Tevens vroeg de gemeente om de ontwikkeling van een meetinstrument dat in de toekomst eenvoudig bij herhaling kan worden ingezet voor onderzoek: de standaard Age Friendly Cities and Communities Questionnaire (AFCCQ) voor ouderen1. In een stadsenquête en in zogenaamde stadsateliers zijn ouderen gevraagd naar hun bevindingen. In totaal hebben 393 Haagse ouderen meegedaan aan de enquête en 50 aan de stadsateliers. De aan de ouderen gestelde vragen gingen over de volgende acht onderwerpen die volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) gezamenlijk de seniorvriendelijkheid van een stad bepalen: ●Huisvesting; ●Sociale participatie; ●Respect en sociale inclusie; ●Burgerschap en werkgelegenheid; ●Communicatie en informatie; ●Sociale en gezondheidsvoorzieningen; ●Buitenruimte en gebouwen; ●Transport; ● en aanvullend, een negende domein: Financiën. CC-BY NC ND https://www.dehaagsehogeschool.nl/onderzoek/lectoraten/details/urban-ageing#over-het-lectoraat
MULTIFILE
In this paper we describe our work in progress on the development of a set of criteria to predict text difficulty in Sign Language of the Netherlands (NGT). These texts are used in a four year bachelor program, which is being brought in line with the Common European Framework of Reference for Languages (Council of Europe, 2001). Production and interaction proficiency are assessed through the NGT Functional Assessment instrument, adapted from the Sign Language Proficiency Interview (Caccamise & Samar, 2009). With this test we were able to determine that after one year of NGT-study students produce NGT at CEFR-level A2, after two years they sign at level B1, and after four years they are proficient in NGT on CEFR-level B2. As a result of that we were able to identify NGT texts that were matched to the level of students at certain stages in their studies with a CEFR-level. These texts were then analysed for sign familiarity, morpheme-sign rate, use of space and use of non-manual signals. All of these elements appear to be relevant for the determination of a good alignment between the difficulty of NGT signed texts and the targeted CEFR level, although only the morpheme-sign rate appears to be a decisive indicator
DOCUMENT
Among other things, learning to write entails learning how to use complex sentences effectively in discourse. Some research has therefore focused on relating measures of syntactic complexity to text quality. Apart from the fact that the existing research on this topic appears inconclusive, most of it has been conducted in English L1 contexts. This is potentially problematic, since relevant syntactic indices may not be the same across languages. The current study is the first to explore which syntactic features predict text quality in Dutch secondary school students’ argumentative writing. In order to do so, the quality of 125 argumentative essays written by students was rated and the syntactic features of the texts were analyzed. A multilevel regression analysis was then used to investigate which features contribute to text quality. The resulting model (explaining 14.5% of the variance in text quality) shows that the relative number of finite clauses and the ratio between the number of relative clauses and the number of finite clauses positively predict text quality. Discrepancies between our findings and those of previous studies indicate that the relations between syntactic features and text quality may vary based on factors such as language and genre. Additional (cross-linguistic) research is needed to gain a more complete understanding of the relationships between syntactic constructions and text quality and the potential moderating role of language and genre.
DOCUMENT
Het vak geschiedenis bestudeert een werkelijkheid die niet meer bestaat. Wie beelden van die werkelijkheid ontwerpt, houdt rekening met de verschillen tussen heden en verleden en doet recht aan hetgeen mensen vroeger normaal en waardevol vonden. Uit dit 'historisch besef' vloeien denk- en redeneerwijzen voort die in Historisch Denken, basisboek voor de vakdocent op overzichtelijke en heldere wijze worden besproken. Omdat deze denk- en redeneerwijzen in het voortgezet onderwijs deel uitmaken van het examenprogramma geschiedenis, is Historisch Denken, basisboek voor de vakdocent een onmisbaar studieboek voor de toekomstige geschiedenisleraar en een handzaam naslagwerk voor de zittende leraar. Het boek bevat: * Veel voorbeelden die de theorie begrijpelijk en gemakkelijk overdraagbaar maken. * Studievragen die de lezer attenderen op de hoofdpunten van de tekst. * Teksten en opdrachten die een zinvolle toepassing van de theorie mogelijk maken. * Een rijke hoeveelheid illustraties. Historisch Denken, basisboek voor de vakdocent is vernieuwd. De voorbeelden en literatuurlijst zijn geactualiseerd, de studievragen waar nodig aangepast en de toepassingsopdrachten achter in het boek bevatten nu verwijzingen naar de theorieparagrafen waarop ze betrekking hebben. De leesbaarheid is door de vernieuwde vormgeving sterk verbeterd. De auteurs zijn historici en als docent verbonden aan de lerarenopleiding geschiedenis van de Hogeschool van Amsterdam, de Hogeschool Inholland en de Hogeschool Utrecht. Als lerarenopleiders misten ze een toegankelijk overzicht over historisch denken voor geschiedenisleraren. Met 'Historisch denken' willen ze in deze leemte voorzien.
DOCUMENT
Presentatie Proactieve palliatieve zorg in de GGZ, Trainingsbijeenkomst 2
DOCUMENT
Dit onderzoek is geproduceerd door het lectoraat Duurzame Paardenhouderij en Paardensport van Hogeschool Van Hall Larenstein. Het rapport biedt inzichten in de ruimtelijke en landschappelijke kenmerken van paardenhouderijen in Nederland. De resultaten dragen bij aan een beter begrip van de rol die paardenhouderijen kunnen spelen in duurzaam landgebruik, biodiversiteitsherstel en landschappelijke inpassing.
DOCUMENT
Recensie van The Innovative School Librarian : Thinking Outside The Box. In dit boek laten de auteurs door middel van praktijk en theorie zien hoe schoolbibliothecarissen hun grenzen kunnen verleggen, hoe ze zich meer in het onderwijs en het curriculum kunnen verdiepen en in samenspraak met management en leidinggevende een nieuwe richting zouden kunnen geven aan de toekomst van de schoolbibliotheek.
DOCUMENT