All Stars CATch; Walk of life is een beschrijving van het All Stars CATch traject dat door Stedelijk Jongerenwerk Amsterdam (SJA) is uitgevoerd in opdracht van Click F1 en is geschreven met toestemming van Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling Amsterdam. De beschrijving van de CATchmethode (H1) is gebaseerd op fragmenten uit: “Hart voor jongeren”, een publicatie over de unieke CATchmethode en hoe deze in de praktijk werkt. De beschrijving van het specifieke All Stars traject, de rol van SJA en de visie over hoe All Stars zich verhoudt t.o.v. CATch is realiseerd door Youth Spot, een samenwerkingsverband tussen de SJA en de Hogeschool van Amsterdam. Deze publicatie is mede financieel tot stand gekomen door het fonds Steunfonds Buurt en Jongerenwerk Amsterdam. CATch is één van de projecten uit het programma Bijzondere Trajecten Risicojongeren dat wordt gefinancierd door DMO (Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling) van de gemeente Amsterdam. CATch is in 2003 opgezet en is in korte tijd uitgegroeid tot één van de grootste cultuureducatieprojecten voor risicojongeren op stedelijke schaal. Een project dat de binding van jongeren met school en arbeid versterkt door middel van actief leren en competentie-ontwikkeling vanuit culturele disciplines.
From the author: " This short paper argues for the need for discussion on the role social media could have in the research life cycle, particularly for Information Systems (IS) scholars. ICTs are pervasive, and their societal impact is profound. Various disciplines including those of social sciences are present in the online discourse and join the public debate on societal implications of ICTs and scholar are familiar with web tools for publishing. Information Systems scholars could not only further explore the possibilities for joining that online discourse, but also could explore the potential social media may have for activities related to the research life cycle. In this paper we do not focus solely on social media as a data collection source but regard their merits as a channel for scholarly communication throughout the whole research life cycle, from the start of getting inspired to conduct a research, finding collaboration partners or funding, through suggestions for literature, to the stage of research dissemination and creating impact beyond the own scientific community. This paper contributes an original approach to research communication by combining the research life cycle with practical insights of how social media can be applied throughout each phase of that lifecycle. We conclude with some questions debating the stance that (future) IS scholars are prepared to become the digital scholar that can manoeuvre well on social media for scholarly communication."
Background: Honorary authorship refers to the practice of naming an individual who has made little or no contribution to a publication as an author. Honorary authorship inflates the output estimates of honorary authors and deflates the value of the work by authors who truly merit authorship. This manuscript presents the protocol for a systematic review that will assess the prevalence of five honorary authorship issues in health sciences. Methods: Surveys of authors of scientific publications in health sciences that assess prevalence estimates will be eligible. No selection criteria will be set for the time point for measuring outcomes, the setting, the language of the publication, and the publication status. Eligible manuscripts are searched from inception onwards in PubMed, Lens.org, and Dimensions.ai. Two calibrated authors will independently search, determine eligibility of manuscripts, and conduct data extraction. The quality of each review outcome for each eligible manuscript will be assessed with a 14-item checklist developed and piloted for this review. Data will be qualitatively synthesized and quantitative syntheses will be performed where feasible. Criteria for precluding quantitative syntheses were defined a priori. The pooled random effects double arcsine transformed summary event rates of five outcomes on honorary authorship issues with the pertinent 95% confidence intervals will be calculated if these criteria are met. Summary estimates will be displayed after back-transformation. Stata software (Stata Corporation, College Station, TX, USA) version 16 will be used for all statistical analyses. Statistical heterogeneity will be assessed using Tau2 and Chi2 tests and I2 to quantify inconsistency. Discussion: The outcomes of the planned systematic review will give insights in the magnitude of honorary authorship in health sciences and could direct new research studies to develop and implement strategies to address this problem. However, the validity of the outcomes could be influenced by low response rates, inadequate research design, weighting issues, and recall bias in the eligible surveys. Systematic review registration: This protocol was registered a priori in the Open Science Framework (OSF) link: https://osf.io/5nvar/.
Aanleiding: De belangstelling voor gezonde en veilige voeding is groot. Bij de gezondheidseffecten van voeding spelen de darmen een cruciale rol. Verschillende soorten bedrijven hebben behoefte aan natuurgetrouwe testmodellen om de effecten van voeding op de darmen te bestuderen. Ze zijn vooral op zoek naar modellen waarvan de uitkomsten direct vertaalbaar zijn naar het doelorganisme (de mens of bijvoorbeeld het varken) en die niet gebruikmaken van kostbare en maatschappelijke beladen dierproeven. Doelstelling Het project 2-REAL-GUTS heeft als doel om twee innovatieve dierproefvrije darmmodellen geschikt te maken voor onderzoek naar voedingsconcepten en -ingrediënten. De twee darmmodellen die worden toegepast zijn darmorganoïden, minidarmorgaantjes bestaande uit stamcellen, en darmexplants bestaande uit hele stukjes darm verkregen uit relevante organismen. Beide modellen hebben potentieel heel uitgebreide toepassingsmogelijkheden en hebben ook grote voordelen ten opzichte van de huidige veelgebruikte cellijnen, omdat ze meerdere in de darm aanwezige celtypen bevatten en uit verschillende specifieke darmregio's te verkrijgen zijn. Gezamenlijk gaan de partners werken aan: 1) het aanpassen van de kweekomstandigheden zodat darmmodellen geschikt worden om de vragen van partners te beantwoorden; 2) het vaststellen van de toepassingsmogelijkheden van de darmmodellen door verschillende stoffen en producten te testen. Beoogde resultaten Kennisconferenties, publicaties en exploitatie van de modellen zullen zorgen voor het verspreiden van de opgedane kennis. Omdat het project gebruikmaakt van moderne, op de toekomst gerichte laboratoriumtechnieken (kweekmethoden met stamcellen en vitaal weefsel, moleculaire analyses en microscopie), leent het zich uitstekend om geïmplementeerd te worden in het hbo-onderwijs. Als spin-off zal het project dan ook voorzien in een specifieke, voor Nederland unieke hbo-minor op het gebied van stamcel- en aanverwante technologie (zoals organ-on-a-chiptechnologie).
Horse riding falls under the “Sport for Life” disciplines, where a long-term equestrian development can provide a clear pathway of developmental stages to help individuals, inclusive of those with a disability, to pursue their goals in sport and physical activity, providing long-term health benefits. However, the biomechanical interaction between horse and (disabled) rider is not wholly understood, leaving challenges and opportunities for the horse riding sport. Therefore, the purpose of this KIEM project is to start an interdisciplinary collaboration between parties interested in integrating existing knowledge on horse and (disabled) rider interaction with any novel insights to be gained from analysing recently collected sensor data using the EquiMoves™ system. EquiMoves is based on the state-of-the-art inertial- and orientational-sensor system ProMove-mini from Inertia Technology B.V., a partner in this proposal. On the basis of analysing previously collected data, machine learning algorithms will be selected for implementation in existing or modified EquiMoves sensor hardware and software solutions. Target applications and follow-ups include: - Improving horse and (disabled) rider interaction for riders of all skill levels; - Objective evidence-based classification system for competitive grading of disabled riders in Para Dressage events; - Identifying biomechanical irregularities for detecting and/or preventing injuries of horses. Topic-wise, the project is connected to “Smart Technologies and Materials”, “High Tech Systems & Materials” and “Digital key technologies”. The core consortium of Saxion University of Applied Sciences, Rosmark Consultancy and Inertia Technology will receive feedback to project progress and outcomes from a panel of international experts (Utrecht University, Sport Horse Health Plan, University of Central Lancashire, Swedish University of Agricultural Sciences), combining a strong mix of expertise on horse and rider biomechanics, veterinary medicine, sensor hardware, data analysis and AI/machine learning algorithm development and implementation, all together presenting a solid collaborative base for derived RAAK-mkb, -publiek and/or -PRO follow-up projects.
Verschillende maatschappelijke veranderingen dwingen de bouwbranche tot innovaties. Ondanks de potentie op het vlak van circulariteit en duurzaamheid van 3D-printen met kunststoffen kent deze technologie nog nauwelijks toepassingen in de bouw. Redenen hiervoor zijn achterblijvende materiaaleigenschappen en het verschil in cultuur tussen de bouwwereld en kunststofverwerkende industrie. Het bedrijf Phidias, richt zich op innovatieve en creatieve vastgoedconcepten. Samen met Zuyd Hogeschool (Zuyd) willen zij onderzoek doen naar het printen van bouwelementen waarbij de meerwaarde van 3D-printen wordt gezien in het combineren van materiaaleigenschappen. Zuyd heeft afgelopen jaren veel onderzoek gedaan naar het ontwikkelen van materialen voor 3D-printen (o.a. 2014-01-96 PRO). De volgende fase is de opgedane kennis toe te passen voor specifieke applicaties, in dit geval om de vraag van het MKB bedrijf Phidias te beantwoorden. Vanuit een ander MKB-bedrijf, MaukCC, ontwikkelaar van 3D printers, komt de vraag om de afstemming tussen materialen en hardware te optimaliseren. De combinatie van beide vragen uit het werkveld en de expertise bij Zuyd heeft geleid tot dit projectvoorstel. In deze pilotstudie ligt de focus voornamelijk op het 3D printen van één specifiek bouwkundig element met meerdere eigenschappen (bouwfysisch en constructief). De combinatie van eigenschappen wordt verkregen door gebruik te maken van twee (biobased) kunststoffen waarbij tevens een variatie wordt aangebracht in de geprinte structuren. Op deze manier kunnen grondstoffen worden gespaard. Het onderzoek sluit aan bij twee zwaartepunten van Zuyd, namelijk “Transitie naar een duurzaam gebouwde omgeving” en “Life science & materials”. De interdisciplinaire aanpak, op het grensvlak van de lectoraten “Material Sciences” (Gino van Strydonck) en “Sustainable Energy in the Built Environment” (Zeger Vroon) staat garant voor innovatief onderzoek. Integratie van onderwijs en onderzoek vindt plaats door studenten samen met een coach (docent) en ervaren professional aan dit onderzoek te laten werken in Communities for Development (CfD’s).