The traditional paternalistic approach in health care is increasingly developing towards a patient-centered care (PCC) approach. However, not all patients are able to take advantage of the positive effects of PCC. Inadequate health literacy (HL) is an important limiting factor in the ability of patients to take on an active role and exchange information with their health care provider effectively. A provenly effective approach to improvement of provider-patient interaction and health outcomes is the use of health-related questionnaires. The aim of the research project described within this thesis was to adapt the most frequently-used questionnaire in Dutch physical therapy practice and add information and communication technology to it. A Dutch and Turkish version of the tool called Talking Touch Screen Questionnaire (TTSQ) was developed and evaluated on both usability and validity aspects. The current prototype of the tool does not yet fully solve the problems native and minority patients with low (health) literacy have with completing the adapted questionnaire. Big challenges in future development and testing the TTSQ are the recruitment of vulnerable members of the hard-to-reach native and minority target populations and finding research methods that suit the abilities and needs of these participants. This is expected to be a very challenging, labor- and time-consuming process. On the other hand, having a usable, valid and reliable TTSQ may well save a lot of time and money in both research and clinical practice in the future.
In Amsterdam kampt een derde van de mensen met meerdere aandoeningen waaronder chronische gewrichtsaandoeningen. Mensen met chronische gewrichtsaandoeningen hebben vaak beperkingen in hun dagelijks functioneren. Leefstijlfactoren zoals overgewicht en inactiviteit spelen een belangrijke rol in het ontstaan van beperkingen in het dagelijks functioneren. Lector chronische gewrichtsaandoeningen dr. Martin van der Esch gaat in zijn rede in op de relatie tussen gewrichtsaandoeningen en beperkingen in dagelijks functionerenen de mogelijkheden om beperkingen te voorkomen of te verminderen. Hij zal hiaten in kennis toelichten en ingaanop de integratie van onderzoek in het onderwijs. Het bijzonder lectoraat chronische gewrichtsaandoeningen isingesteld in samenwerking met Reade, centrum voor revalidatie en reumatologie te Amsterdam
Phantom limb pain following amputation is highly prevalent as it affects up to 80% of amputees. Many amputees suffer from phantom limb pain for many years and experience major limitations in daily routines and quality of life. Conventional pharmacological interventions often have negative side-effects and evidence regarding their long-term efficacy is low. Central malplasticity such as the invasion of areas neighbouring the cortical representation of the amputated limb contributes to the occurrence and maintenance of phantom limb pain. In this context, alternative, non-pharmacological interventions such as mirror therapy that are thought to target these central mechanisms have gained increasing attention in the treatment of phantom limb pain. However, a standardized evidence-based treatment protocol for mirror therapy in patients with phantom limb pain is lacking, and evidence for its effectiveness is still low. Furthermore, given the chronic nature of phantom limb pain and suggested central malplasticity, published studies proposed that patients should self-deliver mirror therapy over several weeks to months to achieve sustainable effects. To achieve this training intensity, patients need to perform self-delivered exercises on a regular basis, which could be facilitated though the use of information and communication technology such as telerehabilitation. However, little is known about potential benefits of using telerehabilitation in patients with phantom limb pain, and controlled clinical trials investigating effects are lacking. The present thesis presents the findings from the ‘PAtient Centered Telerehabilitation’ (PACT) project, which was conducted in three consecutive phases: 1) creating a theoretical foundation; 2) modelling the intervention; and 3) evaluating the intervention in clinical practice. The objectives formulated for the three phases of the PACT project were: 1) to conduct a systematic review of the literature regarding important clinical aspects of mirror therapy. It focused on the evidence of applying mirror therapy in patients with stroke, complex regional pain syndrome and phantom limb pain. 2) to design and develop a clinical framework and a user-centred telerehabilitation for mirror therapy in patients with phantom limb pain following lower limb amputation. 3) to evaluate the effects of the clinical framework for mirror therapy and the additional effects of the teletreatment in patients with phantom limb pain. It also investigated whether the interventions were delivered by patients and therapists as intended.
Ongeveer één op de vijf vrouwen die borstkanker overleven, ontwikkelen (lymf)oedeem. Oedeem is een ophoping van vocht in een lichaamsdeel en kan zeer ingrijpende gevolgen hebben voor het dagelijks leven. Behandelingen van oedeem worden uitgevoerd door bijvoorbeeld huid -en oedeemtherapeuten, (mammacare)verpleegkundigen, fysiotherapeuten en bandagisten. Vaak bestaan deze behandelingen uit een combinatie van manuele lymfedrainage (massagetechniek), lymfetaping en compressietherapie. De behandelingen van odeem zijn voor patiënten zeer pijnlijk, langdurig, intensief en kostbaar. Tevens is het geven van massagetechnieken voor fysiotherapeuten en oedeemtherapeuten lichamelijk zeer zwaar, wat resulteert in eerder ziekteverzuim en hogere zorgkosten. Daarnaast zijn deze behandelingen vooral gericht op armen en benen, en niet op de borst. Speciale compressie bh’s of inleg-pads die in de markt verkrijgbaar zijn werken onvoldoende of zijn zo volumineus dat dagelijks gebruik eigenlijk onmogelijk is. De focus van dit KIEM project ligt op het ontwikkelen van een innovatieve bh die oedeem na borstkanker kan beperken en/of voorkomen. De specifieke samenwerking tussen Bratelle, ISKO, Vechtstreek Fysiotherapie, Witte Vlinder Fysiotherapie en de lectoraten Verpleegkunde en Sustainable & Functional Textiles biedt nieuwe mogelijkheden en inzichten. Dit project kan een doorbraak betekenen voor innovatieve textielmaterialen met medische toepassingen, specifiek oedeem. Door gebruik te maken van hightech apparatuur op Saxion, kunnen nieuwe concepten of materialen ontwikkeld worden, die ‘op-schaalbaar’ zijn. Ook kunnen ontwikkelingen van speciale materialen in combinatie met confectietechnieken, tot nieuwe inzichten leiden. Daarnaast zetten we een onderzoeksplan op gericht op het meten van de werking van de bh, waarbij de rol van verschillende zorgprofessionals essentieel is. Tevens is het streven om het consortium verder uit te breiden met praktijkprofessionals en leveranciers van textielmaterialen.
STEADY; Sustained Technology for Evaluation of lumbar Atrophy and DYsfunction Aspecifieke lage rugpijn (aLRP) is als aandoening lastig te begrijpen en te behandelen. De zorgconsumptie en het arbeidsverzuim ten gevolge van deze aandoening is hoog. De fysiotherapeut staat voor de maatschappelijke uitdaging de meest effectieve en efficiënte behandeling voor patiënten met aLRP toe te passen, waarbij het vaststellen van subgroepen van patiënten één van de internationale speerpunten van onderzoek is. Op dit moment wordt het gebruik van technologie voor de diagnostiek van aLRP niet algemeen in de fysiotherapie gebruikt. Dit project heeft als hoofddoelstelling innovatieve technologie te gebruiken en te optimaliseren om de diagnostiek van aLRP door de fysiotherapeut te verbeteren. Diagnostische technologie voor het meten van functie (kracht, coördinatie, bewegingspatronen) en morfologie (spierkwaliteit) van de wervelkolom musculatuur wordt gevalideerd voor het classificeren van subgroepen van aLRP-patiënten. Het innovatieve element van STEADY is het inzetten van technologie in de dagelijkse fysiotherapiepraktijk ten behoeve van objectieve classificatie. STEADY bevindt zich op het snijvlak van techniek en gezondheid. STEADY bestaat uit een samenwerkingsverband tussen het publieke fysiotherapeutische domein, twee hogescholen, een buitenlandse universiteit, een universitair medisch centrum, een technische universiteit, diverse perifere kennisinstellingen en het MKB.