In dit onderzoek stonden de ervaring en beleving van jongeren (specifiek middelbare scholieren) rondom het opgroeien in de huidige digitale wereld – meer specifiek met sociale mediasites – centraal. Middels dit onderzoek beoogden we enerzijds een bijdrage te leveren aan het begrijpen van de veronderstelde relatie tussen sociale mediagebruik en identiteitsontwikkeling van jongeren, en anderzijds jongeren te positioneren om adviezen te geven aan ouders en professionele opvoeders rondom dit thema. In de rapportage wordt beschreven wat de aanleiding voor dit onderzoek was, waarna de onderzoeksvraag, doelstelling, onderzoeksmethoden en resultaten achtereenvolgens worden weergegeven. Het rapport sluit af met een door de jongeren geformuleerd advies voor een lyceum.
MULTIFILE
Deze vier artikelen uit verschillende hoeken van de HU illustreren uiteenlopende ervaringen met de koppeling tussen onderwijs, onderzoek en beroepspraktijk. Uit hun verhalen blijkt dat deze verbindingen steeds meer vorm krijgen en dat de ervaringen met de HU als kennisinstelling vooral positief zin. Uitgegeven op het HU onderwijscongres 2008 als Passie & Precisie deel 02.
Scholen kunnen potentieel een belangrijke rol spelen in het stimuleren van bewegen bij jongeren, de school bereikt immers vrijwel alle jongeren en bovendien brengen jongeren het grootste deel van de week door binnen de schoolmuren. Er is echter nog maar weinig specifiek onderzoek gedaan naar factoren tijdens de schooldag die invloed hebben op de fysieke activiteit van leerlingen. In dit artikel de eerste resultaten van een onderzoek bij een groep middelbare scholieren waarbij gedurende een week hun energieverbruik is gemeten.
De Maatschappelijke Waarde van Fietsen Elektrische fietsen worden steeds populairder, zowel voor personen als voor vracht. Moderne e-bikes worden daarnaast steeds krachtiger waardoor de benodigde spierkracht ten opzichte van de elektromotor afneemt. Hiermee wordt het verschil tussen volledig elektrisch aangedreven voertuigen en e-(bak)fietsen steeds kleiner. Twee fietsfabrikanten, Van Raam en Nijland Cycling, krijgen regelmatig vragen over het ontwikkelen van voertuigen zonder trapaandrijving. Voor deze bedrijven, met een lange traditie in fietsenbouw, is het moeilijk inschatten in hoeverre een transitie naar 100% elektrisch zal doorzetten naast de markt voor fietsen met trapondersteuning. Vandaar dat men op zoek is naar de maatschappelijke meerwaarde, nu en in de toekomst, voor trapondersteuning, zowel voor personen als voor vrachtfietsen. Ontwikkeling en innovatie op een nieuw terrein (volledig elektrische aandrijving) kan interessant zijn, maar mocht blijken dat de huidige trend van het fietsen in de toekomst zal doorzetten, dan zullen deze bedrijven zich blijven richten op de doorontwikkeling van hun bestaande productlijnen. De verwachting is dat energieverbruik en gezondheid de meerwaarde voor fietsen zullen bepalen. Het doel van dit onderzoek is daarom om beter zicht te krijgen op de vraag wat de maatschappelijke waarde van fietsen is t.o.v. volledig elektrische aandrijving en wat dit betekent voor de fietsindustrie. De centrale vraag die zal worden beantwoord is: Hoe kan de maatschappelijke meerwaarde van fietsen (voor nu en de toekomst) worden bepaald en wat is dan de specifieke bijdrage van de spierkracht in ritten op een voertuig met trap-ondersteuning. Het resultaat is een eerste indicatie van de bijdrage van fietsers aan de energieprestatie en zullen aanbevelingen worden gedaan hoe een en ander kan worden vertaald naar gezondheidsclaims en andere maatschappelijke belangen. Deze zijn van belang bij het maken van een ontwerp voor een Maatschappelijke Kosten baten Analyse voor de fiets. (woorden samenvatting: 292; projectvoorstel: 1408 (t/m hoofdstuk 7))
Het doel van dit project is om de Maastrichtse VO-instelling Porta Mosana College en haar leerlingen inzicht te geven in de leeruitkomsten van het Global Exploration-project. Dit willen we doen door een meetinstrument dat eerder door het lectoraat International Relationship Management (Zuyd Hogeschool) en marktonderzoekbureau Etil is ontwikkeld voor het hoger onderwijs, aan te passen aan de nieuwe doelgroep van middelbare scholieren. De verwachte projectuitkomsten zijn: Een eerste analyse van de internationale leeruitkomsten van het Global Exploration-project bij Porta Mosana met een bijhorende rapportage, zowel op individueel als op instellingsniveau. Een aangepast meetinstrument dat kan worden gebruikt om op bredere schaal leeruitkomsten te meten van internationaliseringsactiviteiten in het voortgezet onderwijs. Een concreet stappenplan voor een nieuwe, grootschaligere projectaanvraag. Deelname aan een wetenschappelijke bijeenkomst met onderwijsprofessionals, beleidsadviseurs en onderzoekers in Nederland waarin de uitkomsten van dit project en de lange-termijndoelstellingen ervan toegelicht worden. Inzicht in de leeruitkomsten van internationaliseringsactiviteiten zoals Global Exploration is belangrijk, omdat het (1) scholen helpt om betere beleidskeuzes te maken ten aanzien van internationalisering, (2) leerlingen helpt om de meerwaarde van internationale ervaringen voor hun persoonlijke ontwikkeling onder woorden te brengen en (3) wetenschappelijke inzichten oplevert die toegepast kunnen worden bij de inrichting van een doorlopende internationale leerlijn in het primair, voortgezet en hoger onderwijs. Deze leerlijn kan op zijn beurt weer een grote bijdrage leveren aan de ontwikkeling van 21st century skills zoals samenwerken met anderen en omgaan met mensen met een andere culturele achtergrond, die cruciaal zijn in een maatschappij die diverser wordt en waarin grenzen tussen landen en regio’s vervagen.
Vaak vinden middelbare scholieren het lastig te spreken in de vreemdetaalles. Ervaring leert dat dramatechnieken (bijvoorbeeld rollenspellen) hierbij kunnen helpen. We ontwikkelen een training voor vreemdetaaldocenten waarin ze leren om dramatechnieken in hun lessen te gebruiken.Doel We ontwerpen een training om docenten moderne vreemde talen te laten werken met 'improvisationele dramatechnieken' (IDT), zoals rollenspellen en theatersport. Deze technieken helpen om een veilige en positieve sfeer te creëren. Hierdoor is de drempel om te spreken lager. Docenten kunnen IDT in de les gebruiken om leerlingen hun spreekvaardigheid te laten oefenen. De training in improvisatietechnieken wordt beschikbaar gesteld voor de lerarenopleidingen moderne vreemde talen. Resultaten Dit onderzoek loopt. Na afronding presenteren we hier een samenvatting van de resultaten. Looptijd 01 februari 2019 - 01 februari 2024 Aanpak Het onderzoek bestaat uit twee fasen. In deze eerste fase ontwikkelen we een training voor professionalisering van docenten. We maken hierbij gebruik van inzichten uit de wetenschappelijke literatuur en observaties in de praktijk. De training zal docenten moderne vreemde talen vaardigheden en materialen bieden die zij nodig hebben om dramatechnieken in te zetten in hun lessen. We geven de training in deze fase aan een eerste groep docenten. Op basis van een evaluatie passen we de training vervolgens aan. Deze aangepaste training bieden we in fase 2 van het onderzoek aan een tweede groep docenten aan. Catherine van Beuningen (hoofddocent Talenonderwijs en Meertaligheid, Hogeschool van Amsterdam) is als copromotor bij dit project betrokken.