Sociaal werkers spelen een belangrijke rol spelen in de aanpak van eenzaamheid. Zij kunnen niet alleen signalen opvangen, maar het onderwerp ook bespreekbaar maken. Train jezelf daarom in gespreksvoering, zegt Eric Schoenmakers, zodat je kunt bepalen of iemand lijdt onder eenzaamheid, je de ander kunt helpen bij het ordenen van zijn of haar gedachten en naar de juiste hulp kunt verwijzen.
LINK
Het project verwijsstroom huisartsen is gestart op 1 januari 2020. Het doel van het project is om de samenwerking tussen huisartsen en het gebiedsteam 1.Hoorn te versterken waardoor de gemeente en betrokken zorgpartijen: • Eerder problemen signaleren en sneller passende zorg bieden, waar het kan lichte zorg inzetten en minder snel diagnosticeren. • Zorgvragen normaliseren.• Actief regie voeren op het resultaat waarbij gezin en professional betrokken zijn. Zeker in gevallen waarbij er sprake is van multiproblematiek.• Escalaties en doorverwijzingen naar tweedelijnsvoorzieningen voorkomen.
Professionals in het jongerenwerk en straathoekwerk willen graag bijdragen aan een positieve seksuele en relationele vorming van jongeren (10-24 jaar), op een manier die diversiteitsensitief is en aansluit bij hun (online) leefwereld. Laagdrempelige ondersteuning gericht op een positief zelfbeeld, relaties en ervaringen heeft namelijk een preventieve werking en is belangrijk om zware problematiek te voorkomen. Nog niet alle jeugdprofessionals blijken echter goed in staat om structureel aandacht te besteden aan seksuele en relationele vorming. Professionals ervaren schaamte rondom dit thema, hun persoonlijke normen- en waardenkader kan botsen met de opdracht om seks/relaties open bespreekbaar te maken, of beschikbare interventies sluiten onvoldoende aan bij de (online) leefwereld van hun doelgroep. Hiernaast blijken materialen en methodieken vaak gericht op risico’s en risicogroepen, terwijl een positieve benadering van seksuele en relationele vorming het welzijn en de gezondheid van alle jongeren bevordert. Binnen dit onderzoek slaan praktijkpartners in het jongeren- en straathoekwerk uit Amsterdam, Zaandam en Haarlem de handen ineen om samen met landelijke kennispartners en twee lectoraten strategieën te verkennen om op een positieve, bekrachtigende manier met jongeren te werken aan hun seksuele en relationele vorming. Door middel van ontwerpgericht onderzoek genereren we eest inzicht in hoe op dit moment aandacht wordt besteed aan seksuele vorming in het jongeren- en straathoekwerk, welke ondersteuningsbehoeften jongeren die gebruikmaken van deze voorzieningen hebben en welke behoefte aan deskundigheidsbevordering professionals hebben. Daarnaast inventariseren we ‘good practices’ en ontwikkelen we samen met praktijkprofessionals passende handvatten of instrumenten die hen zullen helpen om seks/relaties op een positieve, alledaagse manier te behandelen met jongeren. We beogen een principieel werkzaam instrumentarium te ontwikkelen waarmee de beroepspraktijk van het jongeren- en straathoekwerk breed kan worden versterkt. Met dit onderzoeksproject wordt een stap gezet naar het normaliseren van de aandacht voor seksualiteit en relaties in de preventieve, pedagogische ondersteuning van jongeren.
De transitie en transformatie in de Jeugdhulp gaat samen met de wens van gemeenten en rijksoverheid om kinderen die niet meer thuis kunnen wonen niet meer in (gesloten) residentiele voorzieningen maar zo veel mogelijk in pleeggezinnen en gezinsgerichte voorzieningen op te vangen. Als gevolg hiervan, neemt het aantal jeugdigen met complexe zorgvragen toe in gezinshuizen (in 2016 50% meer! bron: factsheet gezinshuizen). Onderzoek aan Hogeschool Leiden heeft de afgelopen jaren aangetoond dat in gezinshuizen een beter leefklimaat aanwezig is dan in residentiële voorzieningen en de gesloten jeugdhulp. Toch gaat plaatsing niet altijd goed, vaak vanwege complexe problemen van deze kinderen. Dan moeten ze weer naar een andere plek. Volgens recent onderzoek hebben kinderen in gezinshuizen gemiddeld al 3,6 plaatsingen achter de rug. Voor het kind en de hulpverlening is een overplaatsing een traumatische gebeurtenis zoals in de aangrijpende documentaire ‘Alicia’ was te zien (Zdoc november j.l.). Deze negatieve jeugdervaring komt bovenop eerdere negatieve jeugdervaringen in hun leven en heeft grote gevolgen voor hun latere ontwikkeling. Samen met een landelijk dekkend netwerk van ongeveer 400 gezinshuizen en overkoepelende (zorg)instellingen onderzoeken drie hogescholen (Leiden, Windesheim en CHE) en een universiteit (Tilburg) voor welke kinderen (achtergrond, problematiek) gezinshuizen een geschikte hulpverleningsvorm zijn en wat dit betekent voor zowel de organisatie van de hulpverlening als deskundigheid van gezinshuisouders. Dit leidt tot implicaties voor het werkveld, maar ook voor het hbo-onderwijs. Hierbij is er ook aandacht voor wat gezinshuisouders nodig hebben om hun werk goed te kunnen doen en het vol te kunnen houden. Opbrengsten van het onderzoek zullen worden gebruikt om een beloftevol transformatiedoel te realiseren: overplaatsingen voorkomen en een stabiele en duurzame plek voor kinderen die het niet getroffen hebben omdat ze niet meer thuis kunnen wonen.
In Nederland redden veel jongeren het niet zelfstandig een plek in de samenleving te krijgen: passend onderwijs te volgen, een baan te vinden en gezond te leven met mensen om hen heen. De sociale kwaliteit staat voor hen onder druk. Het gaat om jongeren die door fysieke of verstandelijk beperkingen, gedrags-, psychische- of sociale problematiek ondersteuning nodig hebben. Sociale kwaliteit gaat over mogelijkheden om te participeren op een manier die bij de persoon past. Het onderzoek richt zich op het vergroten van sociale kwaliteit voor deze jongeren (leeftijd 12-27 jaar) door: - Beter toerusten van jongeren - Beter toerusten van professionals - Interprofessionele samenwerking en schottenoverstijgend leren en werken Dit postdocproject wordt gekoppeld aan het leeratelier Jongeren Inclusie en Participatie van de Werkplaats Sociaal Domein van Arnhem en Nijmegen. De werkplaats is verbonden aan het lectoraat Versterken van Sociale Kwaliteit. Daarnaast worden de onderzoeksactiviteiten van de Postdoc verbonden met haar onderwijsactiviteiten binnen de Master en Bachelor pedagogiek. Het onderzoek vindt plaats in drie praktijken: 1. Werkgevers: Leerwerktrajecten gericht op jongeren zonder startkwalificatie bij MKB ondernemingen. 2. Zorginstelling: Begeleidingstrajecten gericht op jongeren met licht verstandelijke beperking. 3. Onderwijs: Ondersteuning voor studenten van de HAN vanuit Werklab. Onderzocht wordt: 1) )Wat zijn werkzame factoren om sociale kwaliteit voor jongeren met een ondersteuningsbehoefte te bevorderen en 2) wat betekent dit voor de interprofessionele samenwerking van betrokken professionals. De onderzoeksmethodologie is participatief actie-onderzoek waarbij diverse onderzoeksmethoden worden ingezet om deze onderzoeksvraag te onderzoeken in de drie praktijken. Jongeren, professionals en werkgevers worden bevraagd op werkzame factoren om jongeren op een optimale manier te kunnen begeleiden en hoe de fysieke en sociale omgeving hier op aan te passen is. In het leeratelier worden met jongeren, studenten, docenten, professionals en werkgevers in de praktijk producten ontwikkeld die jongeren en professionals beter toerusten.