Praktijkgericht onderzoek is wetenschappelijk onderzoek dat wordt uitgevoerd met als primair doel om praktische impact in relevante werkvelden te realiseren. Praktische relevantie en methodische grondigheid zijn niet alleen abstracte eigenschappen van onderzoek, maar ook competentiedimensies die het praktijkgerichte onderzoek binnen het hoger beroepsonderwijs aandrijven. Bij methodische grondigheid gaat het in de kern om het vermogen de wetenschappelijke bewijskracht van het onderzoek te optimaliseren. Bij praktische relevantie om het vermogen te adviseren en interveniëren in de praktijk op basis van overtuigingskracht en het creëren van draagvlak. Deze twee dimensies verschillen wezenlijk van elkaar en vergroten de conceptuele helderheid binnen het praktijkgerichte onderzoek. Ze dragen zo bij aan betere demarcatie tussen theoriegericht en praktijkgericht onderzoek, betere integratie van onderzoeks- en beroepsonderwijs en betere verbinding tussen onderwijs in onderzoeksvaardigheden en lectoraatsonderzoek. Dit zal leiden tot een aanscherping van de methodologie, didactiek en het assessment van het praktijkgerichte onderzoek en daarmee tot verdere professionalisering en kwaliteitsverbetering.
DOCUMENT
In juni 2006 kwamen sleutelfiguren van hogescholen en universiteiten in een expertmeeting bijeen om ervaringen uit te wisselen over het beoordelen 1 van (competenties van) docenten. Deelnemers bogen zich over ‘good practices’ uit zowel hbo als wo. In dit artikel worden de portfoliobeoordelingsprocedures van vier van deze voorbeeldinstellingen beschreven en vergeleken aan de hand van relevante topics. Vervolgens worden de beoordelingsprocedures zelf beoordeeld aan de hand van kwaliteitscriteria. Er wordt afgesloten met conclusies en aanbevelingen. Met dit artikel hopen we onze ervaringen gesystematiseerd toegankelijk te maken voor andere ho-instellingen. We hopen tevens een bijdrage te leveren aan de discussie over het ontwikkelen en beoordelen van docentcompetenties en aan de verdere kwaliteitsverbetering van portfoliobeoordeling.
DOCUMENT
Deze aanzet tot basismethodiek is bedoeld als een eerste stap om te komen tot een handelingskader voor de generalisten van WIJeindhoven. De hoop is dat deze aanzet in samenspraak met generalisten, specialisten, bewoners en beleidsmakers uitgroeit tot een volwaardige basismethodiek die de generalist houvast geeft wanneer hij dat nodig heeft, maar die hem niet voorschrijft hoe hij in welke situatie moet handelen. De generalist moet immers maatwerk kunnen leveren en mogen vertrouwen op zijn expertise.
DOCUMENT
Interview met Sjoerd van den Heuvel. HR-professionals willen meer doen met data, maar zij missen daarvoor de kennis en vaardigheden. Dat blijkt uit onderzoek dat de Hogeschool Utrecht heeft uitgevoerd onder leden van AWVN. Hoe tilt u people analytics in uw organisatie naar een hoger plan?
MULTIFILE
Integrale wijkteams schieten als paddenstoelen uit de grond. Gemeentebestuurders en beleidsambtenaren hebben er hoge verwachtingen van. Voordat men overgaat tot de vorming van zulke wijkteams zal er over enkele keuzes goed nagedacht moeten worden. Die zijn namelijk bepalend voor de samenstelling en het functioneren van de wijkteams.
DOCUMENT
Ger Groot heeft in zijn artikel over godsdienst (NRC 14 juni 2008) heel wat losgemaakt. We-tenschappers klimmen in de pen om te beargumenteren dat Groot een verkeerd beeld van de wetenschap schetst, theologen reageren met te schrijven dat hij de religieuze ervaring niet echt begrijpt en kunstkenners brengen naar voren dat hij de kunstzinnige ervaring afwaardeert. Henk Smeijsters reageert vanuit het perspectief van de therapie, in het bijzonder de crea-tieve therapie die kunst inzet om het onuitspreekbare tot expressie te brengen.
DOCUMENT
De eindrapportage ‘Evaluatie dorpsvisies’ beschrijft een onderzoek dat in opdracht van Doarpswurk is gedaan naar dorpsvisies van dorpen in Fryslân. Getracht is helder te krijgen of, in het kader van de nota Plattelânsbelied 2004-2008 van de provincie Fryslân, alle dorpen eind 2008 beschikken over een actuele dorpsvisie waarin de gewenste ontwikkelingen in fysieke, economische, sociale en culturele zin zijn opgenomen. Uit de resultaten blijkt dat ca. 25% van de dorpen geen dorpsvisie heeft ontwikkeld. Ook zijn uit het onderzoek factoren voor het wel of niet hebben van een dorpsvisie naar voren gekomen. Vrijwel alle dorpen kennen een belang toe aan het hebben van een dorpsvisie. Opvallend hierbij is dat deze meestal samenhangen met wensen ten aanzien van de fysieke inrichting van het dorp. Het is aan te bevelen de ontwikkeling van een dorpsvisie te stimuleren en ondersteunen, en dan met name een visie die gericht is op ontwikkeling van alle vier gebieden, niet alleen de fysieke
DOCUMENT
Een veeleisender maatschappij vraagt een verandering van competenties van boswachters. Hoe ziet het werk van de moderne boswachter er uit? Wat moet hij daarvoor weten en kunnen? En hoe kunnen deze moderne boswachters zo goed mogelijk ondersteund worden door hun organisatie? Wij geven de resultaten van een onderzoek naar de nieuwe rol van boswachters.
DOCUMENT
Gemeenten moeten in het kader van de Wmo de uitvoering van extramurale begeleiding van hun inwoners met beperkingen gaan verzorgen. Niemand weet hoe dit zal gaan lopen. Ellen Grootegoed en Martijn van Lanen ontwierpen een model met mogelijke scenario's, om van te leren en als vertrekpunt voor debat.
DOCUMENT