Het team van het Healthy Urban Living Lab heeft samen met veel studenten van de Hogeschool van Amsterdam een Health Impact Assessment (HIA) uitgevoerd op de plannen voor het Bajes Kwartier. Dat is een groene, gezonde, duurzameAmsterdamse stadswijk die wordt gebouwd op het terrein van de voormalige Bijlmerbajes, gelegen in Stadsdeel Oost nabij de Amstel. In deze nieuwe wijk komen ongeveer 1.350 koop- en huurwoningen, variërend van betaalbarestarterswoningen tot exclusieve huizen en zorgwoningen. De focus van de HIA lag op drie aspecten die an groot belang zijn voor de gezondheid van inwoners van Amsterdam: bewegen, gezonde voeding en ontmoeten. Daarmeesluit de HIA aan bij de grootste uitdagingen voor de gezondheid van de Amsterdammers, overgewicht en eenzaamheid. Een HIA is een kritische en systematische beschouwing van een project, met als doel de kansen voor gezondheid en onbedoelde aspecten (zoals gezondheidsrisico’s) in kaart te brengen. Om te onderzoeken hoe de ambitie ‘alle bewoners leven hier twee jaar langer en gezonder kan worden gerealiseerd, is het Behaviour Change Wheel van Susan Michie (2011) gebruikt als theoretisch kader. Dit wetenschappelijkonderbouwde gedragsveranderingsmodel wordt ingezet voor het systematisch ontwerpen en evalueren van interventies en voor beleid dat is gericht op gedragsverandering. Het wordt veelal toegepast in de gezondheidsbevordering. Daarbij spelen drie elementen de hoofdrol: Capabilities (fysieke en psychologische vaardigheden), Opportunities (aspecten in de fysieke of sociale leefomgeving) en Motivation (bewuste en onbewuste processen die tot gedrag leiden). Naast een scan van het masterplan voor het Bajes Kwartier – vanuit het oogpunt van gezondheid – is een doelgroepanalyse gemaakt door middelvan een vragenlijst die werd verspreid onder belangstellenden c.q. toekomstige bewoners, een groepsbijeenkomst en doelgroepenonderzoek door studenten. Er is ook een wetenschappelijke literatuurstudie verricht. Vanuit de volksgezondheid kent de gezonde leefomgeving een afwisseling van bebouwing met groen, aantrekkelijke, uitdagende en gevarieerde openbare ruimten die uitnodigen tot bewegen, spelen en sport, gezond eten, het ontmoeten vanbuurtgenoten, een breed voorzieningenaanbod (waaronder ook een openbare toiletten en een maximale bereikbaarheid en verkeersveiligheid met de fiets en het openbaar vervoer). Daarnaast is in de leefomgeving sociale steun en socialeveiligheid nodig. Het beschikbaar maken van een leefomgeving die deze elementen bevat, is op zich niet voldoende. Er zijn ook activiteiten en netwerkennodig die bevorderen dat deze wijkinfrastructuur daadwerkelijk wordt benut. Zowel uit de literatuur als uit het doelgroepenonderzoek kwam dit naar voren als een belangrijke sleutel tot het creëren van gezondheidswinst. De conclusies die volgen uit de resultaten van de HIA, resulteren in vijf basisaanbevelingen.1) Focus op de diverse groepen. Iedere bewoner heeft recht op een gezonde omgeving. De gezondheidswinst die te behalen valt is het grootst onder kwetsbare groepen zoals bewoners met een lage sociaal economische status, ouderen en kinderen. 2) Gezond gedrag vereist participatie van bewoners waarbij alle doelgroepen vertegenwoordigd zijn. 3) Verbind de hardware met de software, maak een koppeling tussen de inrichting van de fysieke en de sociale omgeving 4) Zet alle vormen en varianten van nudging in, het helpt bewoners een gezonde leefstijl aan te nemen. 5) Hanteer een integrale aanpak waarbij deverschillende verantwoordelijke stakeholders zoals ontwerpers, planologen, burgers, kennisinstellingen, private partijen (zoals startups), gemeentes, GGD’en, zorgverzekeraars en zorgverleners vanaf het begin in eenruimtelijk planproces samenwerken
LINK
This study was conducted in the context of primary teacher education. The primary teacher education program at HU University of Applied Sciences is at the start of a curriculum redesign in which assessment for learning and feedback will be emphasized. We know assessment and feedback can increase student learning and performance. In the last couple of years students as feedback receivers are placed in the centre of the feedback process. When students actively take up feedback their engagement in feedback will increase. However, some feedback situations work well for them and some don’t. In this study we try to grasp both situations and figure out which factors of the feedback situation did work or did not. We focused on two processes during the interviews and the coding. The first process was about the feedback situation, which characteristics of the feedback context, the receiver and the sender were at hand, and second what did students do with the feedback, did they try to understand and use the feedback, react to or ask for new feedback. The aim of this study is to provide feedback situations that work for our students and use them as elements in the redesign of the curriculum.
Abstract Business Process Management (BPM) is an important discipline for organizations to manage their business processes. Research shows that higher BPM-maturity leads to better process performance. However, contextual factors such as culture seem to influence this relationship. The purpose of this paper is to investigate the role of national culture on the relationship between BPM-maturity and process performance. A multiple linear regression analysis is performed based on data from six different countries within Europe. Although the results show a significant relationship between BPM-maturity and process performance, no significant moderation effect of national culture has been found. The cultural dimension long term orientation shows a weak negative correlation with both BPM-maturity and process performance. Through a post-hoc moderation analysis on each dimension of BPM-maturity, we further find that long term orientation negatively moderates the relationship between process improvement and process performance. Three other moderation effects are also discovered. The results of this study contribute to insights into the role of culture in the field of BPM.
MULTIFILE
Due to the existing pressure for a more rational use of the water, many public managers and industries have to re-think/adapt their processes towards a more circular approach. Such pressure is even more critical in the Rio Doce region, Minas Gerais, due to the large environmental accident occurred in 2015. Cenibra (pulp mill) is an example of such industries due to the fact that it is situated in the river basin and that it has a water demanding process. The current proposal is meant as an academic and engineering study to propose possible solutions to decrease the total water consumption of the mill and, thus, decrease the total stress on the Rio Doce basin. The work will be divided in three working packages, namely: (i) evaluation (modelling) of the mill process and water balance (ii) application and operation of a pilot scale wastewater treatment plant (iii) analysis of the impacts caused by the improvement of the process. The second work package will also be conducted (in parallel) with a lab scale setup in The Netherlands to allow fast adjustments and broaden evaluation of the setup/process performance. The actions will focus on reducing the mill total water consumption in 20%.
Receiving the first “Rijbewijs” is always an exciting moment for any teenager, but, this also comes with considerable risks. In the Netherlands, the fatality rate of young novice drivers is five times higher than that of drivers between the ages of 30 and 59 years. These risks are mainly because of age-related factors and lack of experience which manifests in inadequate higher-order skills required for hazard perception and successful interventions to react to risks on the road. Although risk assessment and driving attitude is included in the drivers’ training and examination process, the accident statistics show that it only has limited influence on the development factors such as attitudes, motivations, lifestyles, self-assessment and risk acceptance that play a significant role in post-licensing driving. This negatively impacts traffic safety. “How could novice drivers receive critical feedback on their driving behaviour and traffic safety? ” is, therefore, an important question. Due to major advancements in domains such as ICT, sensors, big data, and Artificial Intelligence (AI), in-vehicle data is being extensively used for monitoring driver behaviour, driving style identification and driver modelling. However, use of such techniques in pre-license driver training and assessment has not been extensively explored. EIDETIC aims at developing a novel approach by fusing multiple data sources such as in-vehicle sensors/data (to trace the vehicle trajectory), eye-tracking glasses (to monitor viewing behaviour) and cameras (to monitor the surroundings) for providing quantifiable and understandable feedback to novice drivers. Furthermore, this new knowledge could also support driving instructors and examiners in ensuring safe drivers. This project will also generate necessary knowledge that would serve as a foundation for facilitating the transition to the training and assessment for drivers of automated vehicles.
The aim of the project is to design, test, refine and deploy a new assessment tool focusing on individual Future Literacy of students. Future Literacy is the ability to produce and process complex visions of the future and make sense thereof. FL is therefore an essential component of any 21st Century Skills set, in the sense that it focuses on the ability of students to prepare themselves for uncertainty and unexpected challenges. At present, the competing concepts of 21st Century Skills have a common denominator in the core idea of fostering personal development of "T-shaped individuals" who have depth in a particular field and breadth in their skill set and thinking. The students' individual ability to "use the future": make sense of emergent reality, deal with complex problems, make decisions based on collective intelligence, plan and prepare for the future, is as important in making educational choices as in taking educated bets concerning their professional, personal and political futures. The project outcome: a new tool for FL assessment will test the feasibility of rigorous measurement, and assessment of FL, to inform better curriculum design and methodological development.