Interoperabiliteit is het vermogen van informatiesystemen om samen te werken binnen en buiten de grenzen van de organisatie. Binnen de gezondheidszorg betreft het dan ondersteuning van een effectieve zorg. Vanwege de snelle technologische ontwikkelingen en de toenemende complexiteit van de communicatie is de verwachting dat aan interoperabiliteit gerelateerde problemen steeds zichtbaarder en merkbaarder worden. Dit is ook bij radiotherapie het geval. Daarnaast is in Nederland een trend gaande van radiotherapie afdelingen die groeien naar multi-locatie afdelingen. De voorbereidingen door de afdeling radiotherapie van het VUmc voor haar satellietlocatie waren de aanleiding om in 2010 te starten met een onderzoek naar interoperabiliteitsproblemen binnen het vakgebied radiotherapie. Hiervoor is een enquête gehouden onder alle afdelingen radiotherapie in Nederland. Meer informatie is verkregen door interviews op vier radiotherapie afdelingen. Op de afdeling radiotherapie van het VUmc is een casus studie uitgevoerd, waarbij de bedrijfsprocessen en informatiestromen werden gemodelleerd. Geïdentificeerde interoperabiliteitsproblemen zijn geanalyseerd en aanbevelingen ter verbetering zijn gedaan. De bevindingen zijn dat de technische interoperabiliteitsproblemen zeldzaam zijn en dat ze meestal op strategisch en semantisch niveau optreden, dat wil zeggen de eenduidigheid van de berichten structuur en de juiste interpretatie van van de informatie. Voor de afdeling radiotherapie van het VUmc zijn geen grote nieuwe interoperabiliteitsproblemen te verwachten in de groei naar een multi-locatie afdeling. Verwacht wordt dat de meeste problemen zullen worden gedekt door bestaande of toekomstige integratieprofielen van 'Integrating the Healthcare Enterprise'.
DOCUMENT
Stereotactische radiotherapie van wervelmetastasen vereist een hoge precisie in alle stappen van de behandeling. Deze techniek werd in het VU medisch centrum in 2009 geïntroduceerd. Data met betrekking tot de behandeling van de eerste 17 klinische patiënten is geëvalueerd. Deze patiënten werden behandeld op een Novalis Tx versneller die beschikt over zowel een kilovolt (kV) cone beam CT (CBCT) scan als het ExacTrac® kV röntgensysteem. De gebruikte methode van de verschillende beeldmodaliteiten voor positionering en verificatie, de behandelingstijd en de intrafractie beweging worden in dit artikel beschreven.
DOCUMENT
Lectorale rede bij de aanvaarding van het ambt van lector Medische Technologie Medische Technologie is een zeer breed begrip dat reikt van infuuspompen tot operatierobots tot lineaire versnellers, et cetera. In het vorige hoofdstuk is al uit de doeken gedaan waar het lectoraat Medische Technologie zich specifiek op richt: medische beeldvorming, radiotherapie en ICT in de zorg. Dat is bij elkaar een zeer breed vakgebied waarvan het lectoraat niet alle facetten kan bestrijken. Daarom richt het lectoraat zich op ontwikkelingen op die terreinen die belangrijke veranderingen in het werkproces teweeg kunnen brengen. Dat zijn de onderwerpen die van belang zijn voor de toekomstige Zorgprofessional 2.0. Hieronder worden de verschillende vakgebieden nader geïntroduceerd en er worden een aantal voor de Zorgprofessional 2.0 belangrijke historische trends beschreven. Samenvattend kan gesteld worden dat het lectoraat Medische Technologie zich heeft ontwikkeld van een specialistisch op radiotherapie gericht lectoraat, naar een breder op medische beeldvorming, radiotherapie, ICT in de zorg en eHealth georiënteerd lectoraat dat op diverse, met name gezondheidszorggerelateerde, terreinen een bijdrage levert aan de opleidingen van Hogeschool Inholland. De bijdrage van het lectoraat Medische Technologie heeft daarbij als doel afstudeerders van diverse studierichtingen op te leiden tot wat in deze rede wordt aangeduid met Zorgprofessional 2.0. Hiermee wordt in deze rede een beroepsbeoefenaar bedoeld die openstaat voor (ICT/technische) innovatie, die zorgconsumenten daarover kan adviseren en die innovatie in de beroepspraktijk weet te implementeren. Praktijkgericht onderzoek speelt daarbij een centrale rol: het draagt bij aan de onderzoekende blik van de Zorgprofessional 2.0, aan het up-to-date houden van de kennis van docenten en studenten en aan de verbinding met het werkveld.
DOCUMENT
Het doel van het onderzoek is om te bepalen welke voordelen de fusie van PET-CT en MRI-CT hebben in het voorbereidingstraject van de behandeling van de gynaecologische patiënt met radiotherapie ten opzichte van CT alleen. Hierbij is gekeken naar voordelen met betrekking tot intekenen van doelvolumina en risico organen, effecten op intekenvariaties en ook de effecten op het bestralingsplan. Vooral MRI blijkt nuttig te zijn voor de intekening van lymfeklieren, het gebruik van PET in combinatie met CT laat een afname van het doelvolume zien van de primaire tumor. Bij het maken van het bestralingsplan wordt het gebruik van één van beide modaliteiten daarom aanbevolen.
DOCUMENT
Een nauwkeurige intekening van de tumor en omliggende kritieke organen is essentieel voor radiotherapie om een zo goed mogelijk behandelresultaat te verkrijgen. Het intekenen van kritieke organen is echter gevoelig voor inter- en intra-observervariatie. Eerder onderzoek heeft uitgewezen dat de kwaliteit van intekenen van kritieke organen door MBRT studenten verbetering behoeft, maar dat hulpmiddelen hiervoor niet voorhanden zijn. In het Panoptes project is een web-based hulpmiddel voor het onderwijs ontwikkeld en getest om het intekenonderwijs te verbeteren. Het project is uitgevoerd door het Lectoraat Medische Technologie van de Hogeschool Inholland in samenwerking met de Universiteit van Manchester en het Amsterdam UMC (locatie AMC). De ontwikkelde tool is, na evaluatie, geïmplementeerd in het curriculum van de opleiding Medisch Beeldvormende en Radiotherapeutische Technieken in Haarlem.
DOCUMENT
Op 16 maart sloten alle opleiding in het Hoger Onderwijs hun deuren in verband met de maatregelen als gevolg van de COVID-19 pandemie. Dit was ook het geval voor de opleiding Medische Beeldvormende en Radiotherapeutische Technieken (MBRT) van de Hogeschool Inholland in Haarlem. Deze vier jarige hbo-opleiding leidt studenten op voor het werk als Medisch Beeldvormings- en Bestralingsdeskundigen (MBB-er) in de Medische Beeldvormende vakgebieden en in de Radiotherapie. Voor dit onderwijs heeft de opleiding een skills lab met daarin diverse beeldvormende apparatuur en een virtuele versneller. Deze virtuele versneller is ontwikkeld door het Britse bedrijf Vertual en wordt naast de MBRT-opleiding van Hogeschool Inholland ook door vergelijkbare opleidingen gebruikt.
DOCUMENT
The COMPASS system (IBADosimetry) is a quality assurance (QA) tool whichreconstructs 3D doses inside a phantom or a patient CT. The dose is predictedaccording to the RT plan with a correction derived from 2D measurementsof a matrix detector. This correction method is necessary since a directreconstruction of the fluence with a high resolution is not possible becauseof the limited resolution of the matrix used, but it comes with a blurring of thedosewhich creates inaccuracies in the dose reconstruction. This paper describesthe method and verifies its capability to detect errors in the positioning of aMLC with 10 mm leaf width in a phantom geometry. Dose reconstruction wasperformed forMLC position errors of various sizes at various locations for bothrectangular and intensity-modulated radiotherapy (IMRT) fields and comparedto a reference dose. It was found that the accuracy with which an error inMLCposition is detected depends on the location of the error relative to the detectorsin the matrix. The reconstructed dose in an individual rectangular field for leafpositioning errors up to 5 mm was correct within 5% in 50% of the locations.At the remaining locations, the reconstruction of leaf position errors larger than3 mm can show inaccuracies, even though these errors were detectable in thedose reconstruction. Errors larger than 9 mm created inaccuracies up to 17% ina small area close to the penumbra. The QA capability of the system was testedthrough gamma evaluation. Our results indicate that themean gamma providedby the system is slightly increased and that the number of points above gamma 1ensures error detection for QA purposes. Overall, the correction kernel methodused by the COMPASS system is adequate to perform QA of IMRT treatmentplans with a regular MLC, despite local inaccuracies in the dose reconstruction.
DOCUMENT
BACKGROUND AND PURPOSE: Radiotherapy of the head and neck is challenged by the relatively large number of organs-at-risk close to the tumor. Biologically-oriented objective functions (OF) could optimally distribute the dose among the organs-at-risk. We aimed to explore OFs based on multivariable normal tissue complication probability (NTCP) models for grade 2-4 dysphagia (DYS) and tube feeding dependence (TFD).MATERIALS AND METHODS: One hundred head and neck cancer patients were studied. Additional to the clinical plan, two more plans (an OFDYS and OFTFD-plan) were optimized per patient. The NTCP models included up to four dose-volume parameters and other non-dosimetric factors. A fully automatic plan optimization framework was used to optimize the OFNTCP-based plans.RESULTS: All OFNTCP-based plans were reviewed and classified as clinically acceptable. On average, the Δdose and ΔNTCP were small comparing the OFDYS-plan, OFTFD-plan, and clinical plan. For 5% of patients NTCPTFD reduced >5% using OFTFD-based planning compared to the OFDYS-plans.CONCLUSIONS: Plan optimization using NTCPDYS- and NTCPTFD-based objective functions resulted in clinically acceptable plans. For patients with considerable risk factors of TFD, the OFTFD steered the optimizer to dose distributions which directly led to slightly lower predicted NTCPTFD values as compared to the other studied plans.
DOCUMENT
In 2008 heeft het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF) de KNGF-beweegprogramma’s herzien; het warden de ‘Standaarden Beweeginterventies’, gericht op mensen met een chronische aandoening. Een dergelijke standaard stelt een voldoende competente fysiotherapeut in staat bij mensen met een chronische aandoening een actieve leefstijl te bevorderen en hun mate van fitheid te verhogen. Basis voor de herziening vormen de oorspronkelijk door TNO ontwikkelde beweegprogramma’s, van waaruit de tekst grondig is geactualiseerd. De gedetailleerde invulling van de programma’s in ‘kookboekstijl’ is niet opnieuw opgenomen. Gekozen is voor een actueel concept dat de fysiotherapeut de mogelijkheid biedt een ‘state-of-the-art’programma te ontwikkelen met respect voor de individuele patiënt en praktijkspecifieke randvoorwaarden
DOCUMENT
Uit de RAAK-projecten van SIA blijkt dat er op een aantal thema’s veel projecten en onderzoeken plaatsvinden. Verspreid over de hogescholen in Nederland zijn onderzoekers actief op dezelfde onderwerpen. Met de Thematische Impulsen wil SIA overleg en afstemming stimuleren tussen de lectoren en landelijke kennisnetwerken onderling en de beroepspraktijk. Met elkaar stellen zij de state-of-the-art vast, bespreken de verwachtingen die zij hebben voor de toekomst en geven aan waar de zwaartepunten in praktijkgericht onderzoek moeten liggen. De Thematische Impuls sluit aan bij de doelstelling om kennisuitwisseling te bevorderen en daarmee het innovatief vermogen van de beroepspraktijk te vergroten. In dit artikel meer over het doen van praktijkgericht onderzoek op medische beeldvormende diagnostiek in de eerste lijn. Er zijn 3 lectoraten betrokken bij deze thematsiche impuls.
DOCUMENT