We present an economic impacts model based on direct expenditures for European cycle routes, originally designed in 2009 as part of a study commissioned by the European Parliament. At its request, the study was updated in 2012, including a refined version of our model which takes some limitations of the former model into account. Our main findings are that cycle tourists’ daily spending is comparable to that of other tourists, and that cycle tourism can contribute significantly in particular to rural economies that have not previously enjoyed mainstream tourism development. (European) cycle tourism thus proves to be useful as an (additional) tool for regional rural development. We arrived at a total estimated direct expenditures in Europe of almost €44 billion (€35 billion from day trips and €8.94 billion from overnight trips). We applied the model to the routes of EuroVelo, the European cycle route network which is currently being developed, showing their considerable economic potential of over €7 billion in direct expenditures. Furthermore, cycle tourism has a far lower negative impact on the environment (in terms of carbon dioxide emissions) than other forms of tourism. Cycle tourism is therefore a good example of a low carbon tourism product which could be developed as a major slow travel opportunity across (rural) Europe.
LINK
Across Western Europe, the emphasis has shifted from physical manufacturing to the development of ideas, new products and creative processes. This has become known as the knowledge economy. While much has been written about this concept, so far there has been little focus on the role of the city. Bringing together comparative case studies from Amsterdam, Dortmund, Eindhoven, Helsinki, Manchester, Munich, Münster, Rotterdam and Zaragoza, this volume examines the cities' roles, as well as how the knowledge economy affects urban management and policies. In doing so, it demonstrates that the knowledge economy is a trend that affects every city, but in different ways depending on the specific local situation. It describes a number of policy options that can be applied to improve cities' positions in this new environment.
Re-structuring of a Dutch mono-industrial region; example of TwenteTable of contents of the chapter Introduction Geography and location of Twente Industrialization of Twente and development of the Textile Industry Decline of the Textile Industry Restructuring Twente: arguments for a regional innovation strategy Moving towards a more diversified economy Stronger co-operation between governments, universities, and industries The role of universities and the example of ‘Kennispark Twente’ Further regional and international co-operation Twente today
MULTIFILE
Onze huidige voedselvoorziening wordt gekenmerkt door overmatig gebruik van bestrijdingsmiddelen zoals antibiotica, genetische manipulatie, overdadig veel transport, water en andere grondstoffen worden gebruikt en productieprocessen gebaseerd op fossiele brandstoffen. Ook wordt veel landbouwgrond dusdanig uitgeput dat de kwaliteit van de grond en de diversiteit sterk achteruit gaan. Gezonde en duurzaam geproduceerde voeding zou voor iedereen bereikbaar moeten zijn. Bovendien is er veel leegstand in verschillende regio’s, deze leegstand kan door middel van aquacultuur systemen zeer waardevol worden benut. Dit is de aanleiding geweest om te zoeken naar alternatieve mogelijkheden voor duurzame productie van voedsel binnen de agrifoodsector. Geïntegreerde aquacultuur systemen worden verwacht goed toepasbaar te zijn voor duurzame voedingsproductie. Deze systemen verminderen de afhankelijkheid van de huidige voedselvoorziening van chemie, olie en gas. Bovendien stimuleert het de lokale en regionale economie en schept het duurzame werkgelegenheid. De doelstelling is het sluiten van de materiaalstroomketen, het voorkomen van afvalstoffen en het stimuleren van grondstof besparing. De aanpak van dit project is daarom gericht op de transitie naar circulaire materiaalstromen waarbij hoogwaardig hergebruik van de materialen mogelijk is op een manier waarbij waarde wordt toegevoegd. Hierbij worden mogelijkheden verkent in het kader van de biobased economy en nieuwe business- en verdienmodellen van dergelijke geïntegreerde aquaculturen. De onderzoeksvraag voor A2FISH is welke circulaire business- en verdienmodellen er realiseerbaar zijn voor kansrijke geïntegreerde aquacultuursystemen binnen de agrifoodsector. Om die onderzoeksvraag uiteindelijk te kunnen beantwoorden, zijn een aantal deelvragen geformuleerd: • Welke aquacultuursystemen zijn kansrijk toepasbaar binnen de agrifoodsector? • Aan welke technische en economische aspecten moet een aquacultuursysteem voldoen om te komen tot kansrijke business- en verdienmodellen? • Welke soorten planten kunnen worden met waardevolle inhoudsstoffen kunnen worden gekweekt met de aquacultuursystemen? • Welke soorten gangbaar industrieel visvoer kan worden gefabriceerd uit reststromen uit de voedingsmiddelenindustrie en welke invloed heeft dit voer als bemesting op de waterkwaliteit? • Hoe ziet een vervolgtraject voor een geïntegreerd circulair aquacultuursysteem eruit en in hoeverre is dit anders dan voor gangbare alternatieven?
Op weg naar de Biobased Economy zijn er nationaal en internationaal belangrijke vraagstukken die om oplossing vragen. Het HBO levert met praktijkgericht onderzoek een relevante bijdrage aan de realisatie van innovaties op weg naar een biobased economy. Hogescholen staan met hun onderzoek relatief dicht bij de afzetmarkten, die voor de Biobased Economy nog sterk in ontwikkeling zijn. Wil het biobased HBO onderzoek, met zijn eigen thematiek en aanpak een goede positie in de kennisinfrastructuur krijgen en houden, dan is het noodzakelijk de krachten te bundelen. De oprichtende lectoren van het Platform Biobased Economy willen via het kennisplatform biobased economy hier graag actief aan bijdragen. Het hoofddoel van het Lectorenplatform Biobased Economy is gericht op agenderen. Vanuit het Platform willen de lectoren de komende twee jaar mede vormgeven aan de onderzoeksagenda’s van SIA, de Nationale Wetenschapsagenda, de kennisagenda van het Ministerie van Economische Zaken om het thema Biobased Economy sterker te verankeren en de transitie naar een Biobased Economy te versnellen. Onder andere door het leveren van informatie en inzichten, door signalen op te halen uit het kennis- en het beroepenveld (met name MKB). Afgeleide doelen: 1. Het Platform zal een aanspreekpunt zijn voor HBO-onderzoek voor de topsectoren (TKI BBE, TS Chemie, Energie en Agro&Food) en haar intermediairs (Chemielink, Innovatielink) en op die manier de onderzoekspijler binnen het Landelijk Kennisnetwerk vormgeven. 2. Het nationale platform zal een rol spelen in de afstemming tussen diverse thematische en regionale agenda’s binnen de Biobased Economy, en de onderlinge samenhang verwoorden, bewaken en uitdragen. 3. Het Platform zal een rol spelen in het verwoorden van de HBO aanpak en het HBO belang in diverse beleids-, onderzoeks- en innovatiegremia. 4. Het Platform zal een rol spelen in het belang van de Biobased Economy binnen de circulaire economie
Het Lectorenplatform Biobased Economy richt zich op de innovatie en adoptie van biobased materialen en energie, een integraal onderdeel van de circulaire economie. De biobased economy betreft het vervangen van materialen en energie uit fossiele grondstoffen door alternatieven uit oneindig hernieuwbare, plantaardige grondstoffen. Dit vraagt om zowel technologische als economische en maatschappelijke ontwikkeling. Dehuidige energie-en materialenschaarste onderstrepen nog eens extra de noodzaak voor veranderingen-in het belang van de klimaatdoelstellingen die gesteld zijn voor 2030 en 2050. De biobased economy is omarmd in alle drie de KIA’s Energie en Duurzaamheid, Circulaire Economie en Landbouw, Voedsel en Water. De leden en de thema's van het Platform zijn goed ingebed in relevante regionale, nationale en internationale onderzoeksagenda’s en overlegstructuren. Het onderling overleg draagt ertoe bij dat de lectoren op deze diverse niveaus effectief en efficiënt impact kunnen maken en bij kunnen dragen aan het gezamenlijk realiseren van de biobased ambities. Het Lectorenplatform gaat met dit plan zijn derde termijn in. Het heeft de afgelopen twee periodes al veel van zijn ambities kunnen realiseren. Het Platform heeft mede aan de wieg gestaan van GoChem, en participeert sinds een jaar volop in de organisatie van de Nationale Biobased Conferentie van TKI BBE. De doelstellingen en resultaten voor deze derde fase van het Lectorenplatform Biobased Economy zijn dan ook deels doorlopend: het Platform beoogt bestaande resultaten met betrekking tot agendering, programmering, vindbaarheid, internationalisering en kwaliteitsborging verder te valoriseren en uit te bouwen, en vertraagde doelstellingen alsnog vorm te geven. Verder zijn er ook enkele nieuw doelstellingen voor deze fase, zo wil het Platform ook impact maken op HCA, onderwijs en het MBO en de internationalisering uitbreiden naar Europese partners.