De Werktafel Welzijn van het kennisplatform Utrecht Sociaal Domein timmert sinds 2018 aan de weg door een aantal cruciale kwesties in de sociale basis aan de orde te stellen en de kwaliteit van het sociaal werk daarin stapsgewijs verder te onderbouwen. De Werktafel Welzijn is een uniek samenspel tussen een groeiend aantal bestuurders van brede welzijnsorganisaties in de regio Utrecht en Gooi en Vechtstreek. Het gaat bijvoorbeeld over veronachtzaamde zaken als welzijn in kleine kernen, om de rol die welzijnswerk speelt bij inclusie en sociale cohesie, de bijdrage die mensen in kwetsbare situaties kunnen hebben in wijken, buurten en dorpen, en om het zichtbaar maken van de kracht van welzijnswerk in al haar verschijningsvormen.
Deze notitie beoogt een bijdrage te leveren aan de discussie over sociale integratie in Limburg in het algemeen en aan de emancipatie en integratie van enkele (doel)groepen in de provincie Limburg, te weten: jongeren, allochtonen en homoseksuelen in het bijzonder.
We zijn tegenwoordig allemaal wel actief op sociale netwerksites zoals Facebook of Linkedin. Hoewel sociale netwerken op die manier zowel privé als zakelijk maximaal worden ingezet en positief worden gewaardeerd, lijkt de sociale sector dat vreemd genoeg beduidend minder te doen. Dat is niet altijd zo geweest, enkele decennia geleden was er wel degelijk de nodige theorievorming en ontwikkeling van sociale interventies. Het nieuwe sociaal beleid in Nederland, mede naar aanleiding van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), vraagt om meer zorgkracht uit sociale netwerken van burgers. Die zorgkracht is er niet automatisch, maar kan en moet door professionals 'ontgonnen' worden. In dit boek wordt daarom de oude vakkennis van onder het stof gehaald en geactualiseerd met nieuwe relevante ervaringen. Deze publicatie bevat resultaten van de Wmo-werkplaats Noord-Brabant.
Mensen met minder geld leven korter en vooral minder lang in goede gezondheid. Geldgebrek maakt het namelijk moeilijker om gezond te eten en leven, en om hulp te vragen. Dit project onderzoekt of en hoe sociale beleidsinterventies de mentale gezondheid en leefstijl van mensen met een bijstandsuitkering of schulden kunnen verbeteren.Doel Dit project wil structurele veranderingen teweegbrengen en makers en uitvoerders van sociaal beleid inzicht bieden in hoe je de gezondheid van mensen met minder geld kunt verbeteren. Dit alles met doel om effectieve sociale beleidsinterventies in te voeren. Resultaten Een literatuurverkenning over sociaal beleid Inzicht in welke combinaties van doelgroepen, context en mechanismen leiden tot gezondheidswinst bij mensen met minder geld Beleidsrichtingen die de weg bereiden voor een toekomstige beleidsdoorbraak Producten om de resultaten met een breed publiek te delen Looptijd 25 augustus 2022 - 24 augustus 2026 Aanpak Dit onderzoek achterhaalt hoe en waarom interventies werken. Dit wordt gedaan door beleidsinterventies in acht verschillende gemeentes te beschrijven en het effect op mentale gezondheid en leefstijl te onderzoeken. In een reeks workshops worden bestuurders, beleidsmakers, en professionals samen met ervaringsdeskundigen uitgedaagd om het beleid van de toekomst te ontwerpen. Op die manier wordt de weg bereid voor een toekomstige beleidsdoorbraak. Relevantie Dit project beoogt structurele verandering in gang te zetten, zodat sociaal beleid mensen met een uitkering of schulden in staat stelt om zo gezond mogelijk te leven. Samenwerking met kennispartners Consumptie en gezonde leefstijl - Wageningen Universiteit Sociaal beleid en volksgezondheid - Universiteit Utrecht Departement Bestuurs- en organisatiewetenschappen, Universiteit Utrecht Afdeling Economie - Universiteit Leiden Gemeentes Amsterdam, Rotterdam, Doetinchem, Ermelo, Aalten, Bronckhorst, Brummen, Elburg Academische Werkplaats Publieke Gezondheid (AGORA) Gelderland Landelijke Federatie Belangenverenigingen Onderling Sterk (LFB) Schouders Eronder Divosa GGD Noord- en Oost-Gelderland Raad voor Volksgezondheid en Samenleving Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Cofinanciering Gefinancieerd door NWO NWO: Funding for studies on improving the health of people in low socioeconomic positions NWA: Gezondheidsverschillen - beter benutten van het gezondheidspotentieel
Zorgrobot Paro is de meest gebruikte zorgrobot van Nederland. Deze sociale robot in de vorm van een zeehondpup helpt mensen met dementie te activeren en biedt tal van therapeutische mogelijkheden die de kwaliteit van leven van ouderen verbeteren. Zorgprofessionals hebben echter ook zorgen over Paro. De vacht van Paro wordt gezien als onhygiënisch en daarmee als potentiele bedreiging voor kwetsbare ouderen. De Japanse fabrikant van Paro stelt dat Paro een anti-bacteriële coating heeft gehad en daarmee veilig is. Het bewijs hiervoor is echter onvoldoende en in de praktijk overtuigt dit zorgprofessionals niet, wat de implementatie en het gebruik van Paro in de alledaagse zorgpraktijk in de weg staat. Wat nodig is, is praktijkgericht onderzoek naar de hygiëne van Paro: Hoe wordt Paro gebruikt in de dagelijkse zorgpraktijk en hoe draagt dit gebruik bij aan de verontreiniging van Paro? Hoe meten we de potentiële verontreiniging, in welke mate is Paro verontreinigd en is die gevonden microbiële flora gevaarlijk voor kwetsbare ouderen? En hoe kunnen we met deze kennis een stap zetten naar een betere hygiëne van Paro in de toekomst? Om dit onderzoek te kunnen uitvoeren werken de Avans-lectoraten Active Ageing (sociaalwetenschappelijk onderzoek naar ouderen) en Analysetechnieken in de Life Sciences (microbiologische onderzoek) samen met twee werkveldpartners: Focal Meditech, de leverancier van Paro in de Benelux en Alpheios, ontwikkelaar en leverancier van schoonmaakproducten voor de zorg. Het project zal gemanaged worden vanuit het lectoraat Active Ageing dat ruime ervaring heeft met interdisciplinaire projecten op het breukvlak van sociale wetenschappen en techniek. Het project zal een methode opleveren voor de detectie van de microbiële flora van de Paro, (vak)publicaties over hygiëne en robotica, advies voor de verbetering van hygiëne in het dagelijks gebruik en mogelijk een onderzoeksvoorstel voor nader onderzoek.
Het sinds 2002 bestaande Kennisnetwerk Beroepsonderwijs richt zich op vraagstukken van beroepsonderwijs in relatie met ontwikkelingen in de (regionale) beroepspraktijk en maatschappelijke uitdagingen. Deelnemers zijn lectoren, hoogleraren en recent ook practoren met een breed scala aan expertise, zowel vanuit de praktijk van beroepsonderwijs als de disciplines die vraagstukken van beroepsonderwijs bestuderen zoals de onderwijswetenschappen, psychologie, pedagogiek, economie, organisatiewetenschappen. Het netwerk is onderscheidend en uniek omdat de kennispartners uit de volledige beroepsonderwijsketen samenwerken en sterk verankerd zijn in de praktijk van het beroepsonderwijs zelf. Het Kennisnetwerk beoogt de continue kennisontwikkeling over, in en met het beroepsonderwijs te versterken en is daarmee gericht op de fundamentele bijdrage die beroepsonderwijs levert aan de ontwikkelkracht van Nederland in de breedte. Het Kennisnetwerk richt zich dus niet op één van de topsectoren maar op - de Human Capital Agenda van - alle sectoren en past daarmee naadloos bij de KIA Maatschappelijk Verdienvermogen en sluit aan bij de NWA-route Veerkrachtige Samenleving. Het Kennisnetwerk wil via de platformregeling een duurzame en verbindende werkwijze ontwikkelen én praktiseren waarin vraagarticulatie, agendering en doorwerking met, door en voor het beroepsonderwijs en de samenwerkingspartners de bouwstenen zijn voor krachtenbundeling. Cruciaal is dat beroepsonderwijs samen met bedrijven en sociale partners werkt aan een toekomstbestendige regio. Kennisontwikkeling met het oog op het vormgeven en realiseren van deze partnerschappen vormt de motivatie voor dit platform. De inhoudelijke focus van het Kennisnetwerk betreft de kwaliteit van het beroepsonderwijs in het algemeen, de bijdrage van het beroepsonderwijs aan het leven lang ontwikkelen en het onderzoekende en responsieve vermogen van het beroepsonderwijs. Het Kennisnetwerk is ook een strategische alliantie om de kennisinfrastructuur over leren en ontwikkelen van en voor het gehele beroepsonderwijs te versterken omdat de omvang van het onderzoek en onderzoekscapaciteit gericht op beroepsonderwijs, achterlopen op de omvang en het belang van het beroepsonderwijs in Nederland.