Despite ample research on depression after stroke, the debate continues regarding whether symptoms such as sleep disturbances, loss of energy, changes in appetite and diminished concentration should be considered to be consequences of stroke or general symptoms of depression. By comparing symptoms in depressed and non-depressed stroke patients with patients in general practice and patients with symptomatic atherosclerotic diseases, we aim to further clarify similarities and distinctions of depression after stroke and depression in other patient populations. Based on this, it is possible to determine if somatic symptoms should be evaluated in stroke patients in diagnosing depression after stroke. An observational multicenter study is conducted in three hospitals and seven general prac- tices including 382 stroke patients admitted to hospital with a clinical diagnosis of intracere- bral hemorrhage or ischemic infarction, 1160 patients in general practice (PREDICT-NL), and 530 patients with symptomatic atherosclerotic diseases (SMART-Medea).
Objective: Despite the increasing availability of eRehabilitation, its use remains limited. The aim of this study was to assess factors associated with willingness to use eRehabilitation. Design: Cross-sectional survey. Subjects: Stroke patients, informal caregivers, health-care professionals. Methods: The survey included personal characteristics, willingness to use eRehabilitation (yes/no) and barri-ers/facilitators influencing this willingness (4-point scale). Barriers/facilitators were merged into factors. The association between these factors and willingness to use eRehabilitation was assessed using logistic regression analyses. Results: Overall, 125 patients, 43 informal caregivers and 105 healthcare professionals participated in the study. Willingness to use eRehabilitation was positively influenced by perceived patient benefits (e.g. reduced travel time, increased motivation, better outcomes), among patients (odds ratio (OR) 2.68; 95% confidence interval (95% CI) 1.34–5.33), informal caregivers (OR 8.98; 95% CI 1.70–47.33) and healthcare professionals (OR 6.25; 95% CI 1.17–10.48). Insufficient knowledge decreased willingness to use eRehabilitation among pa-tients (OR 0.36, 95% CI 0.17–0.74). Limitations of the study include low response rates and possible response bias. Conclusion: Differences were found between patients/informal caregivers and healthcare professionals. Ho-wever, for both groups, perceived benefits of the use of eRehabilitation facilitated willingness to use eRehabili-tation. Further research is needed to determine the benefits of such programs, and inform all users about the potential benefits, and how to use eRehabilitation. Lay Abstract The use of digital eRehabilitation after stroke (e.g. in serious games, e-consultation and education) is increasing. However, the use of eRehabilitation in daily practice is limited. As a first step in increasing the use of eRehabilitation in stroke care, this study examined which factors influence the willingness of stroke patients, informal caregivers and healthcare professionals to use eRehabilitation. Beliefs about the benefits of eRehabilitation were found to have the largest positive impact on willingness to use eRehabilitation. These benefits included reduced travel time, increased adherence to therapy or motivation, and better health outcomes. The willingness to use eRehabilitation is limited by a lack of knowledge about how to use eRehabilitation.
MULTIFILE
Movement behaviors, that is, both physical activity and sedentary behavior, are independently associated with health risks. Although both behaviors have been investigated separately in people after stroke, little is known about the combined movement behavior patterns, differences in these patterns between individuals, or the factors associated with these patterns. Therefore, the objectives of this study are (1) to identify movement behavior patterns in people with first-ever stroke discharged to the home setting and (2) to explore factors associated with the identified patterns.
Een beroerte is de belangrijkste oorzaak van invaliditeit in Nederland. Revalidatie van mensen die een beroerte hebben gehad, is erop gericht hen zo zelfstandig mogelijk in hun eigen omgeving te laten functioneren. Vaak zijn er na de revalidatie nog altijd gevolgen van een beroerte, die het zelfstandig functioneren bemoeilijken. Mensen die een beroerte overleven houden er vaak chronische gevolgen aan over, zoals loop- en balansproblemen, verhoogd valrisico, vermoeidheid en depressie. Deze problemen bij thuiswonende mensen met een beroerte resulteren vaak in een inactieve leefstijl. Dit leidt tot een neerwaartse spiraal waarin de fysieke activiteit steeds verder afneemt, patiënten steeds verder deconditioneren, de verzorgingsbehoefte toe- en de mate van zelfstandigheid afneemt en het risico op een volgende beroerte toeneemt. Studies laten zien dat fysieke activiteit een positief effect op gezondheid heeft van patiënten na beroerte. De technologie om fysieke activiteit betrouwbaar en valide te meten is aanwezig en er is inzicht in belemmerende en faciliterende factoren voor fysieke activiteit. Er is echter nog geen bewezen effectieve interventie voor het aanleren en behouden van een fysiek actieve leefstijl voor patiënten na beroerte. Omdat alle richtlijnen voor beroerte aangeven dat het belangrijk is dat patiënten na beroerte fysiek actief zijn, vragen fysiotherapeuten zich af hoe krijgen en houden wij patiënten na een beroerte actief, dus hoe krijgen wij een actieve leefstijl bij een patiënt? Deze praktijkvraag is “vertaald” naar de volgende onderzoeksvraag: Wat is het effect van een beweegstimuleringsinterventie bij thuiswonende patiënten na beroerte op fysieke activiteit en aerobe capaciteit? Deze onderzoeksvraag wordt in drie stappen uitgewerkt: 1. Het ontwikkelen van een veldtest om aerobe capaciteit te meten in de praktijk, 2 Het ontwikkelen van een interventie gericht op het (langdurig) bevorderen van een fysiek actieve leefstijl; 3. Het testen van de feasibility van de interventie in een pilot studie.
The main objective is to write a scientific paper in a peer-reviewed Open Access journal on the results of our feasibility study on increasing physical activity in home dwelling adults with chronic stroke. We feel this is important as this article aims to close a gap in the existing literature on behavioral interventions in physical therapy practice. Though our main target audience are other researchers, we feel clinical practice and current education on patients with stroke will benefit as well.
De tentdoeken die gebruikt worden voor overkappingen en podia op evenementen en festivals zijn gemaakt van katoen of van uit aardolie geproduceerde kunststoffen zoals polyethyleen, polyester en nylon. Vaak bestaat tentdoek uit een geweven tussenlaag van polymeervezels om de krachten te verdelen en een (dubbele) folie-laag om het tentdoek winddicht, weer en vuil-bestendig te maken. De festivalorganisatoren willen gebruik gaan maken van meer duurzame en recyclebare materialen. Het bedrijf Tentech, dat gespecialiseerd is in het ontwerpen van overkappingen met tentdoek, ziet net als de MKB partners HemCell en Impershield die actief zijn op het gebied van biobased producten, kansen om nieuwe duurzame materialen voor tentdoek te ontwikkelen die op een creatieve manier kunnen worden toegepast voor uiteenlopende toepassingen. Avans wil de projectpartners ondersteunen in hun ambitie om tot een 100% biobased tentdoek te ontwikkelen. De creatieve industrie loopt vaak voorop bij het ontwikkelen van innovatieve en duurzame producten die vervolgens ook in andere sectoren kunnen worden toegepast. Het project leidt tot meer kennis over duurzame materialen voor tentdoek en nieuwe ontwerpmogelijkheden van dit tentdoek door er bijvoorbeeld kleurenprints op aan te brengen met behulp van natuurlijke materialen of nieuwe objecten op te bevestigen. Er worden meerdere proof of concepts gerealiseerd, die ook worden getest. Het project draagt daarmee ook bij aan de behoefte van de creatieve sector om meer met biobased en circulaire producten te werken.