The CDIO network works with the extended CDIO syllabus version 2.0 (Crawley et. al., 2011), in which two learning goal sections were added: leadership and entrepreneurship. This paper focuses on entrepreneurship and uses a case study of the Eye on Entrepreneurs (EoE) initiative in the Netherlands to reflect on the similarities and differences between the CDIO learning goals in entrepreneurship and the unconventional approach of EoE in teaching (engineering) students entrepreneurship in practice. Eye on Entrepreneurs (EoE) offers a student an intense learning experience in an informal but authentic learning context. What are the perceived strengths of their approach when it comes to effectively teaching entrepreneurship? When translating this back to the formal learning context of a university, how does this relate to the CDIO framework and syllabus especially? And what would this mean for the lecturer's competencies? Based on a case study discussion with practitioners an answer to these questions was sought. Both stakeholders from the (entrepreneurial) professional field (including talented students) and (entrepreneurship-) educators in general and from the CDIO-network were involved. The results show that what translates back to formal education is for teachers to be open minded, give space to manoeuvre and make mistakes, and have reciprocal dialogue and reflection with students when teaching entrepreneurship. Their main role should be to recognize talents and stimulate them to take initiative, show empathy and take risks in creativity. LinkedIn: https://www.linkedin.com/in/suzannececiliabrink/
Alle leerlingen hebben recht op goed onderwijs dat is afgestemd op hun onderwijsbehoeften. De Rechten van het Kind, de Salamanca Statement en de Canon voor Wereldburgerschap getuigen daarvan. De uitvoering naar een weerbarstige praktijk van nu is een heel ander verhaal. Prisma Co-Teaching is een effectieve werkwijze die tegemoet komt aan het omgaan met een toenemende diversiteit in klassen en scholen. Meerdere onderwijsprofessionals nemen hierbij gezamenlijk de verantwoording voor een groep leerlingen en geven op gestructureerde wijze onderwijs op basis van evidence-based instructie- en ontwikkelstrategie n. Het principe hierbij is 'back to basics': alle beschikbare inzet van mensen en middelen wordt in de klas ingezet. Het woord prisma duidt op de meerkleurigheid van leerlingen en co-teachers. Bij leer- lingen gaat het om leerlingen met en zonder speciale onderwijsbehoeften. Bij leraren kan het gaan om de samenwerking tussen twee reguliere leraren, tussen een speciale leraar en groepsleerkracht of groep van leraren, of bijvoorbeeld een leraar en klassenassistent/ groepsopvoeder. In de klas zie je dan handelingsgerichte co-teachers die met uitdagende doelen ervoor zorgen dat het leren van de leerlingen aansluit bij hun ontwikkelingsmogelijkheden. Dit uitdagende boek is bedoeld voor uitvoerders en leidinggevenden die inspiratie willen bij het realiseren van onderwijs op maat in primair en voortgezet onderwijs.
Within the Netherlands, Content and Language Integrated Learning (CLIL) in foreign language teaching can be considered a sibling of 'Language Oriented Content Teaching' (LOCT), a pedagogy in mainstream classes with second language learners of Dutch, where Dutch is used as language of instruction. This article characterizes two decades of research on LOCT through Dutch in multilingual schools and discusses its relevance for CLIL development.
The European creative visual industry is undergoing rapid technological development, demanding solid initiatives to maintain a competitive position in the marketplace. AVENUE, a pan-European network of Centres of Vocational Excellence, addresses this need through a collaboration of five independent significant ecosystems, each with a smart specialisation. AVENUE will conduct qualified industry-relevant research to assess, analyse, and conclude on the immediate need for professional training and educational development. The primary objective of AVENUE is to present opportunities for immediate professional and vocational training, while innovating teaching and learning methods in formal education, to empower students and professionals in content creation, entrepreneurship, and innovation, while supporting sustainability and healthy working environments. AVENUE will result in a systematised upgrade of workforce to address the demand for new skills arising from rapid technological development. Additionally, it will transform the formal education within the five participating VETs, making them able to transition from traditional artistic education to delivering skills, mindsets and technological competencies demanded by a commercial market. AVENUE facilitates mobility, networking and introduces a wide range of training formats that enable effective training within and across the five ecosystems. A significant portion of the online training is Open Access, allowing professionals from across Europe to upgrade their skills in various processes and disciplines. The result of AVENUE will be a deep-rooted partnership between five strong ecosystems, collaborating to elevate the European industry. More than 2000 professionals, employees, students, and young talents will benefit from relevant and immediate upgrading of competencies and skills, ensuring that the five European ecosystems remain at the forefront of innovation and competitiveness in the creative visual industry.
De maatschappelijke aandacht voor welvaartcreatie die verder reikt dan financiële welvaart en de oproep aan bedrijven om hieraan bij te dragen, groeit. MKB-familiebedrijven vinden het vanzelfsprekend om een bijdrage te leveren, maar geven ook aan dat dergelijke brede welvaartactiviteiten niet zijn ingebed in de huidige bedrijfsstrategie. Hieruit volgt de praktijkvraag: Hoe kunnen we [MKB-familiebedrijven] brede welvaartactiviteiten planmatiger aanpakken zodat we meer maatschappelijke impact kunnen maken? Het doel van het project is om interventies (werkwijzen) te ontwikkelen en te toetsen om brede welvaartcreatie bij MKB-familiebedrijven inzichtelijk te maken en de maatschappelijke impact ervan te vergroten door ‘ad hoc’ uitgevoerde activiteiten planmatiger aan te pakken. De centrale onderzoeksvraag is: Hoe kunnen MKB-familiebedrijven brede welvaartactiviteiten koppelen aan hun bedrijfsstrategie en de maatschappelijke impact van deze activiteiten vergroten? Het project wordt uitgevoerd door het Lectoraat Familiebedrijven van Windesheim, het Kenniscentrum Business Innovation van Hogeschool Rotterdam, en met Utrecht University School of Economics. We starten het project met acht MKB-familiebedrijven, met wie interventies worden ontwikkeld, waarna andere familiebedrijven aansluiten en in twee rondes de interventies worden doorontwikkeld. FBNed is aangesloten voor de valorisatie in Nederland en internationaal via hun koepelorganisatie FBN. De belangrijkste onderzoeksmethode in het project is de meervoudige case study methode. Verwachte outcome: Maatschappelijke impact van MKB-familiebedrijven vergroten door: • Kennis over hoe MKB-familiebedrijven zich (kunnen) ontwikkelen in brede welvaartcreatie; • De (h)erkenning van MKB-familiebedrijven in brede welvaartcreatie; • Bewustwording van kansen die brede welvaarcreatie MKB-familiebedrijven kan bieden. Verwachte output: • Een werkboek met een scan voor MKB-familiebedrijven om de huidige en gewenste situatie t.a.v. brede welvaartcreatie inzichtelijk te maken, inclusief interventies om brede welvaartactiviteiten te verankeren in de strategie en maatschappelijke impact te maken; • Twee wetenschappelijke artikelen, vijf vakpublicaties, acht teaching cases en vijf seminars in samenwerking met FBNed om resultaten breed te delen, voor onderwijs, wetenschappelijk publiek en bedrijven.
Mode heeft een cruciale functie in de samenleving: zij maakt diversiteit en inclusiviteit mogelijk en is een middel voor individuen om zich uit te drukken. Desalniettemin is mode ook een raadsel op het gebied van duurzaamheid, zowel aan de sociale als aan de milieukant. Er bestaan echter alternatieven voor de huidige praktijken in de mode. Dit project heeft tot doel de ontwikkeling van een van die initiatieven te ondersteunen. In samenwerking met twee Nederlandse MKB bedrijven in de mode-industrie, willen we een of meer business modellen co-designen voor het vermarkten van circulair ontworpen laser geprinte T-shirts. Door lasertechnologie te introduceren in plaats van traditionele inktopties, kunnen de T- shirts hun CO2 voetafdruk verder verkleinen en een verstandig alternatief zijn voor individuen, die op zoek zijn naar duurzame modekeuzes. Maar hoewel de technologische haalbaarheid vaststaat, vereist het vermarkten sterke, schaalbare, bedrijfsmodellen. Via een haalbaarheidsstudie willen we dergelijke businessmodellen ontwikkelen en de commercialisering van deze producten ondersteunen. Wij zijn van plan de reacties van de consument op een dergelijke innovatie te bestuderen, evenals de belemmeringen en stimulansen vanuit het oogpunt van de consument, en de inkoop-, toeleveringsketen- en financiële kwesties die kunnen voortvloeien uit de schaalbaarheid van een potentieel bedrijfsmodel. Om praktische relevantie voor de bredere industrie te verzekeren, streven we ernaar om de resultaten te presenteren op evenementen georganiseerd door een van de consortiumpartners (in 2023), als ook om een teaching case en een wetenschappelijk artikel te ontwikkelen op basis van de resultaten van het project.