Welzijnswerk is uiterst gevoelig voor trends, veranderingen en discussies. De vraag hoe je het sociaal leven van mensen tot op zekere hoogte kunt reguleren en versterken levert geen eenduidige antwoorden op. Voor gemeentes en gemeenschappen is één ding wel duidelijk, er zijn momenten dat je in actie moet komen, dat je iets moet doen. Soms vanwege het gevoel van solidariteit, bewogenheid, rechtvaardigheid soms omdat je mensen moet beschermen, omdat mensen bedreigd worden, omdat het minder prettig wordt om er te wonen. In het spel tussen burgers en overheden heeft het welzijnswerk een vaste plek gekregen. 'Vast' niet in de zin van een duidelijke positie of een sterk profiel maar wel als niet meer weg te denken, je komt het steeds weer tegen. Het werk is permanent in uitvoering ondanks alle trends, veranderingen en twijfels. Dat is een troostrijke gedachte voor werkers in de sector maar geen excuus om niet te zoeken naar een steviger profiel en grotere herkenbaarheid. Dat is ook het debat van vandaag. Ik zal in dit debat stelling nemen. Ik doe dit door eerst kort drie belangrijke ontwikkelingen die het welzijnswerk raken toe te lichten om daarna een profielschets te geven van een moderne maatschappelijke dienstverlening, waarvan het welzijnswerk deel uitmaakt.
DOCUMENT
In bestemmingsplannen worden inmiddels maatregelen opgenomen om groepsrisico 's te beheersen, maar worden deze maatregelen ook daadwerkelijk uitgevoerd? Onderzoek naar de uitvoering van de maatregelen in milieuregio De Vallei laat zien dat de uitvoering van maatregelen niet vanzelfsprekend is. De beperkte juridische afdwingbaarheid van maatregelen vormt, naast de kosten van maatregelen een belangrijke belemmering. De uitvoering van maatregelen vereist hierdoor de inzet van meerdere partijen en instrumenten. Taken en verantwoordelijkheden van deze partijen zijn echter niet helder, waardoor voorgestelde maatregelen niet automatisch worden uitgevoerd. Doordat maatregelen die opgenomen zijn in het bestemmingsplan niet altijd worden uitgevoerd, komt de bestuurlijke onderbouwing van het bouwen in risicovol gebied onder druk te staan. Het onderzoek in De Vallei brengt hiermee enkele vraagstukken bij de uitvoering van maatregelen naar voren en vervult daarmee een belangrijke signaalfunctie voor de uitvoering van maatregelen elders in het land.
MULTIFILE
Jeugdbescherming regio Amsterdam (JBRA) is eind 2011 gestart met werken volgens de principes van Generiek Gezinsgericht Werken (GGW). GGW is een basismethodiek voor casemanagement voor gezinnen van kinderen waarbinnen kinderen onveilig opgroeien en wiens ouders niet kunnen of niet willen veranderen zonder drang of dwang. Nieuw in GGW is het continuüm van zorg en de vraaggerichte inzet van interventies, ongeacht of er sprake is van een jeugdbeschermings- of jeugdreclasseringsmaatregel of dat er sprake is van cases in de ‘toegang’ tot de jeugdzorg. Binnen GGW werken de gezinsmanagers altijd met Functional Family Parole Service (FFPS).Op basis van dossieronderzoek is de uitvoering van de centrale elementen van GGW in kaart gebracht. De programmatrouw van FFPS is onderzocht op basis van het bijbehorende kwaliteitsinstrumentarium, bestaande uit een driemaandelijks instrument, twee metingen die na elke inbreng in het basisteamoverleg worden gegeven en de geschreven reflectieverslagen van gezinsgesprekken. Dit onderzoek is een voortzetting van het in 2012 gestarte onderzoeksprogramma van Jeugdbescherming naar de uitvoering van haar methodiek.Dit rapport is een tweede rapport over de uitvoering van GGW bij Jeugdbescherming. In het eerste rapport is de uitvoering van GGW bij de eerste twee cohorten van teams in kaart gebracht. Ontwikkelpunten uit het vorige rapport (2013) waren de huisbezoeken, gezinsgesprekken en het herkennen en inzetten van de relationele functies binnen het gezin. Deze cruciale voorwaarden voor een geslaagde begeleiding door Jeugdbescherming zijn nu nog steeds de onderdelen van het GGW die onvoldoende worden uitgevoerd, ditmaal gebaseerd op gegevens uit de hele organisatie. Wel is zichtbaar dat inmiddels alle basisteams zijn gestart met het monitoren van de uitvoering van de methodiek FFPS doordat de senior gezinsmanagers het programmatrouw instrumentarium gebruiken en gezinsmanagers reflectieverslagen schrijven. Ook worden de scores op dit instrumentarium geleidelijk hoger, waaruit blijkt dat de mate van FFPS programmatrouw gestaag toeneemt.Aanbevelingen die uit de conclusies van dit rapport volgen zijn a) het stimuleren van huisbezoeken en gezinsgesprekken, b) het effectief inzetten van de relationele functies in het gezin, c) meer aandacht voor de afsluitende FFPS fase waarin borging en generalisatie centraal staat. Ten aanzien van de ondersteuning bij uitvoering is het belangrijk om d) supervisie en reflectie meer te baseren op basis van directe observaties, door middel van audio- of video-opnames of door met een collega mee te gaan op huisbezoek. Zo wordt bevorderd dat in het teamoverleg gezinsgesprekken worden besproken en wordt de mogelijkheid gecreëerd direct te oefenen met het toepassen van de relationele functies. Tot slot wordt aanbevolen e) om zo spoedig mogelijk het FFPS instrumentarium inhoudelijk aan te passen aan de GGW context bij Jeugdbescherming en f) te starten met onderzoek naar de effectiviteit, waarbij tegelijkertijd de kwaliteit van uitvoering wordt bevorderd.
DOCUMENT
In regio “De Vallei”, bestaande uit de gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Scherpenzeel en Wageningen, bestaat er onvoldoende inzicht in de mate waarin maatregelen voor de beheersing van het groepsrisico worden uitgevoerd en de manier waarop deze uitvoering is georganiseerd. Het doel van dit onderzoek is om te verkennen op welke manieren de doorwerking en mate van uitvoering van maatregelen voor de beheersing van het groepsrisico in Regio De Vallei kan worden vergroot. Om inzicht te krijgen in de mate van uitvoering van maatregelen zijn acht ruimtelijke ontwikkelingen in De Vallei onderzocht. Het onderzoeken van meer projecten was hierbij niet mogelijk, omdat er in de periode 2004-2009 niet meer bestemmingsplannen zijn vastgesteld waarin maatregelen voor de beheersing van het groepsrisico zijn opgenomen. Via literatuuronderzoek, dossieronderzoek, interviews met betrokkenen en inspectie is voor deze projecten onderzocht: welke maatregelen voor de beheersing van het groepsrisico zijn voorgesteld; in hoeverre en op welke manier voorgestelde maatregelen zijn uitgevoerd; op welke manier toezicht op en handhaving van maatregelen plaats vindt; waardoor voorgestelde maatregelen wel of niet gerealiseerd zijn.
MULTIFILE
Of het nu om arbeidsmigratie gaat of om flexwerk, om de inzet van zzp’ers of om vaste contracten: ‘werk’ is een centraal onderwerp in het maatschappelijk en politiek debat. De ‘hardwerkende Nederlander’ lijkt maatgevend voor politieke besluitvorming te zijn geworden. Veel minder gaat het over de inhoud en kwaliteit van het werk zelf. Wanneer is werk van voldoende kwaliteit en wie bepaalt dat? En welke bijdrage levert werk aan de samenleving? Werk moet ook bij iemand passen – hoe kan werk bijdragen aan het welzijn van de werknemer? Over al die aspecten van werk gaat het in Goed werk in uitvoering – werk dat goed is, goed doet en goed voelt. Deze publicatie is het resultaat van een meerjarig onderzoekstraject van The Work Lab, in samenwerking met het Centre for Economic Transformation van de Hogeschool van Amsterdam. De centrale onderzoeksvraag was: wat is goed werk? De onderzoekers keken wat hierover in de bestaande literatuur te vinden is, spraken met deskundigen en interviewden tientallen werknemers uit uiteenlopende sectoren. Hun bevindingen leidden tot een analyse en karakterisering van wat zij als goed werk zien: werk dat goed is, goed doet en goed voelt. Beschrijvingen vanuit de praktijk maken een belangrijk deel uit van deze publicatie. De persoonlijk verhalen geven een indringend beeld van de verwikkelingen en overwegingen die een rol spelen bij de keuzes van mensen voor werk dat zij moeten, kunnen of willen verrichten. Het zijn verhalen over goed én slecht werk, die een bijzonder reliëf geven aan de bevindingen van de onderzoekers. Naast inzicht in de kwaliteiten van werk, biedt deze publicatie – voor werknemers, werkgevers en de overheid – concrete handvatten voor het vormgeven van goed werk. Goed werk in uitvoering – werk dat goed is, goed doet en goed voelt is een onmisbare gids voor iedereen die zich beroepsmatig of vanuit interesse wil verdiepen in wat in het leven van velen een centrale plaats inneemt: werk.
MULTIFILE
In dit hoofdstuk wordt het Nederlandse beleid geschetst van het tegengaan van radicalisering en het voorkomen van terroristisch geweld. Hierin neemt het ‘Actieprogramma integrale aanpak Jihadisme’ een belangrijke plaats in. Besproken wordt wat er goed gaat en wat de ontwikkelingsvragen zijn. Het hoofdstuk eindigt met een beschouwing over de behoefte aan sociale innovatie. Aangezien een aantal preventieve interventies behoorlijk ingrijpend kunnen zijn, is het zaak om bij de uitvoering te letten op eenduidigheid en adequate rechtsbescherming.
MULTIFILE
Een begeleidende tekst bij de publicatie 'Beelden van Buiten, Academie Minerva in het UMCG'. Tentoonstelling en publicatie van Academie Minerva, Projectbureau/AMP.Studenten van Minerva werden door het European Research Institute for the Biology of Ageing (ERIBA) in de gelegenheid gesteld door middel van fotografie onderzoek te doen gerelateerd aan veroudering.
DOCUMENT