Klimaatadaptatie, waar, wat en met wie kunnen we maatregelen nemen? PhD onderzoek naar de klimaatadaptieve stad
Beschrijving
Stedelijke omgevingen zijn gevoelig voor extreem weer, iets wat door klimaatverandering steeds vaker gaat voorkomen. Extreem weer kan een negatief effect hebben op de leefbaarheid van stedelijke kernen, dit betekent dat hier een noodzaak tot klimaatadaptatie bestaat. De mate waarin steden aangepast kunnen worden aan extreem weer is echter sterk beperkt door een aantal padafhankelijkheden in stedelijke ontwikkeling, zichtbaar in 1) ruimtelijke ontwikkeling, 2) governance en 3) informele instituties. Deze drie zaken hebben geleid tot een situatie waar de risico's van klimaatverandering zich sneller ontwikkelen dan de draagkracht van onze leefomgeving, met grotere klimaatrisico's als gevolg.
Het doel van deze PhD is om meer inzicht te krijgen in waar klimaatadaptieve maatregelen gerealiseerd kunnen worden en hoe participatie en beleidsinstrumenten bij kunnen dragen aan het versnellen van stedelijke klimaatadaptatie.
Gerelateerde producten
7GOVERNANCE BIJ KLIMAATADAPTATIE BIJ MIDDELGROTE STEDEN
‘Iedere schop in de grond klimaatbestendig’ was het motto van Deltaprogramma 2022 want ‘Klimaatadaptatie gaat langzamer dan het klimaat zich ontwikkelt’. Dit tempoverschil is veelal toe te schrijven aan de kloof tussen beleid en implementatie. Het overbruggen van deze kloof is complex en vereist een beter inzicht in hoe klimaatadaptatie-governance functioneert. Middelgrote steden staan vaak voor een grote uitdaging door relatief sterke interpersoonlijke relaties en beperkte middelen, wat vraagt om innovatieve adaptatiestrategieën. In dit onderzoek hebben we een Klimaat-Adaptatie-Governance-Arrangementenraamwerk ontwikkeld, gebaseerd op bestaande governance-arrangementen en klimaatadaptatieliteratuur. Dit raamwerk heeft als doel de bevorderende en belemmerende condities binnen klimaatadaptatie-governance beter te begrijpen. Om het raamwerk te testen, is de governance van klimaatadaptatie in de stad Groningen geanalyseerd. Door middel van beleidsanalyses en achttien interviews hebben we het governance-arrangement in kaart gebracht. De belangrijkste bevindingen zijn als volgt. Ten eerste koppelt de gemeente Groningen klimaatadaptatie aan ruimtelijke kwaliteit, wat bijdraagt aan integrale besluitvorming. Ten tweede leiden afhankelijkheden vaak tot een fixatie op watergerelateerde vraagstukken, wat andere adaptatiethema’s kan beperken. Tot slot blijkt dat investeren in sterke relaties met bewoners, bedrijven en regionale overheden bijdraagt aan de implementatie van zowel kleinschalige als grootschalige klimaatadaptieve maatregelen. Toepassing van dit raamwerk kan de effectiviteit van kennis opdoen en uitwisseling tussen projecten bevorderen.
NIET BEKEND
Unravelling the Policy-to-Implementation Gap
Urban areas are increasingly facing climate-related risks that outpace the implementation of adaptation measures, often attributed to a persistent policy-to-implementation gap. Bridging this gap requires a deeper understanding of the underlying governance dynamics. This paper adopts a governance arrangement perspective, drawing on recent insights from urban climate adaptation literature to introduce a Climate Adaptation Governance Arrangement (CAGA) framework. This framework examines institutional conditions that either enable or constrain climate adaptation planning, helping to unravel barriers to effective implementation. It was applied to analyse climate adaptation efforts in the medium-sized city of Groningen (the Netherlands). Medium-sized cities are less prevalent in adaptation research, even though growing evidence suggests that their limited resources and strong interpersonal relationships can foster innovative adaptation strategies. Through a policy analysis and interviews with stakeholders from local and regional governments and society, we found that Groningen has been innovative in linking climate adaptation to spatial quality, which makes climate adaptation a central goal in urban planning. However, the development of a holistic and integrated approach remains hindered by existing path dependencies, leading to an overemphasis and usage of water-related measures and budgets.
NIET BEKEND
Middelgrote steden als brug over de beleid-naar-implementatiekloof voor klimaatadaptatie?
Stedelijke gebieden worden steeds vaker geconfronteerd met klimaatrisico’s, vaak in een sneller tempo dan waarin klimaatadaptieve maatregelen kunnen worden gerealiseerd. Dit tempoverschil is veelal toe te schrijven aan de kloof tussen beleid en implementatie. Het overbruggen van deze kloof is complex en vereist een beter inzicht in hoe klimaatadaptatie-governance functioneert. Middelgrote steden vormen hierbij een interessant studieobject, omdat zij gekenmerkt worden door sterke interpersoonlijke relaties en beperkte middelen, wat vraagt om innovatieve adaptatiestrategieën. In dit onderzoek hebben we een Klimaat-Adaptatie-Governance-Arrangementen-raamwerk ontwikkeld, gebaseerd op bestaande governance-arrangementen en klimaatadaptatieliteratuur. Dit raamwerk heeft als doel de bevorderende en belemmerende condities binnen klimaatadaptatie-governance beter te begrijpen. Om het raamwerk te testen, is de governance van klimaatadaptatie in de stad Groningen geanalyseerd. Door middel van beleidsanalyses en achttien
interviews hebben we de governance-arrangementen in kaart gebracht. De belangrijkste bevindingen zijn als volgt. Ten eerste koppelt de gemeente Groningen klimaatadaptatie aan ruimtelijke kwaliteit, wat bijdraagt aan integrale besluitvorming. Ten tweede leiden padafhankelijkheden vaak tot een fixatie op watergerelateerde vraagstukken, wat andere adaptatiethema’s kan beperken. Tot slot blijkt dat investeren in sterke relaties met bewoners, bedrijven en regionale overheden bijdraagt aan de implementatie van zowel kleinschalige als grootschalige klimaatadaptieve maatregelen. Toepassing van dit raamwerk kan de effectiviteit van kennisgeneratie en -uitwisseling tussen projecten
bevorderen.
NIET BEKEND