De beleidsuitdagingen in Nederland en Europa zijn fors: woningnood, economische groei, klimaat, geopolitiek en veiligheid. Wij werken graag mee aan de nadere uitwerking van het coalitieakkoord ‘Aan de Slag’. Wij zien dat de stimulering van biogrondstoffen ter vervanging van fossiele grondstoffen een essentieel onderdeel kan zijn van de oplossingen op al deze beleidsterreinen. Inzet van biogrondstoffen draagt bij aan versnelde woningbouw, innovatie en groei in Nederlandse focussectoren, lagere CO2-uitstoot en meer strategische onafhankelijkheid voor gevoelige grondstoffen. Wij pleiten voor de ontwikkeling van een Nederlandse interdepartementale strategie. In deze paper beschrijven we zowel de reikwijdte als de mogelijke onderdelen van zo’n strategie en bieden onze hulp aan.
DOCUMENT
Dit rapport analyseert de staat van circulair ondernemen in Nederland in 2025 vanuit een economisch en strategisch perspectief, op basis van de Circulaire volwassenheidsmeting (CVM) en interviews met publieke en private organisaties. 1. Van ecologische ambitie naar economische noodzaak Circulariteit ontwikkelt zich van een primair milieudoel tot een strategisch instrument voor economische weerbaarheid. De urgentie verschuift naar leveringszekerheid, grondstoffenschaarste, kostenbeheersing en risicoreductie. Organisaties zetten circulariteit steeds vaker in om concurrentiekracht en continuïteit te versterken, in plaats van uitsluitend vanuit intrinsieke motivatie. De resultaten van de Circulaire Volwassenheidsmeting bevestigen dat economische en geopolitieke motieven prominenter worden. Circulariteit is daarmee minder een idealistisch streven en meer een randvoorwaarde voor toekomstbestendig ondernemerschap. 2. Stijgende volwassenheid, beperkte executie De gemiddelde circulaire volwassenheid stijgt licht naar 2,86 uit 5 (+3% t.o.v. 2024). Vooral op strategie en producten dienstontwikkeling is vooruitgang zichtbaar. Ruim 80% van de ondervraagden geeft aan dat circulariteit stevig op de strategische agenda staat. De vertaalslag naar concrete implementatie met meetbare doelstellingen, uitgewerkte plannen en schaalbare verdienmodellen blijft echter achter. De focus ligt vooral op materiaalbehoud en levensduurverlenging; de omzetpotentie wordt nog onvoldoende benut. 3. Economische kansen erkend, systeemverandering nodig Bedrijven zien circulariteit steeds vaker als bron van concurrentievoordeel en kostenbesparing. Tegelijkertijd ervaren zij diverse barrières: investeringsonzekerheid, kennisgebrek, beperkte capaciteit, complexe regelgeving en onvoldoende marktvraag. Deze barrières overstijgen het individuele handelingsvermogen. Versnelling vraagt om samenhangende interventies vanuit overheid, markt en kennisinstellingen. Circulariteit is een systeemvraagstuk. 4. Regio als motor van versnelling De voortgang van circulariteit wordt sterk bepaald door het regionale ecosysteem. Omdat regelgeving en markten nog lineair zijn ingericht, is regionale samenwerking cruciaal. Het Rijk geeft richting, provincies verbinden en gemeenten scheppen randvoorwaarden. De uitvoeringskracht ontstaat echter in de regio, bij ondernemers en ketenpartners. Naarmate initiatieven volwassen worden, groeit ook de noodzaak om regio-overstijgend samen te werken, aangezien waardeketens niet aan regiogrenzen gebonden zijn.
DOCUMENT
Business model innovation is essential to drive the systemic change required for a new economy. The Sustainable Development Goals (SDGs) provide focus and direction towards this transition. For companies in the agriculture and horticulture sectors, SDG 12, Responsible Consumption and Production, is particularly relevant. Designing, renewing, and innovating business models requires courageous and creative leadership. A new business model involves more than just analyzing problems and making well-considered decisions. It’s about creating something new, discovering innovative solutions, and testing them in practice. Design thinking is a method well-suited to addressing complex challenges that do not yet have clear solutions, such as the societal issues that characterize this era of transition. In this publication, the method is applied to real-world challenges faced by entrepreneurs in the agricultural and horticultural value chain. The iterative nature of design thinking leads to unexpected and innovative outcomes. This creative approach makes a valuable contribution to the realization of SDG 12.
MULTIFILE
De consumptie van veldbonen (Vicia faba L. ssp. minor) als lokale eiwitbron heeft een lagere klimaatimpact dan de consumptie van vlees of geïmporteerde sojabonen. In deze studie werden tien veldbonenrassen, geteeld in Nederland, onderzocht op opbrengst, voedingswaarde, anti-nutritionele factoren en techno-functionele eigenschappen, en vergeleken met soja en gele erwten. Veldbonen bevatten meer eiwit dan gele erwten, maar minder dan soja. Door hun hogere opbrengst per hectare leveren ze echter meer eiwit dan soja. Wel was het aminozuurprofiel minder gunstig en bevatten veldbonen meer vicine, convicine en fytinezuur. Ontvliezen van veldbonen verlaagde het tanninegehalte aanzienlijk. Wat betreft techno-functionele eigenschappen vertoonden veldboonrassen een goed schuimvormend vermogen en -stabiliteit, evenals een adequate water- en oliebindende capaciteit in vergelijking met sojabonen en gele erwten, zonder significante verschillen tussen de rassen. Veldbonen zijn een veelbelovend alternatief voor sojabonen en dierlijke eiwitten. Het selecteren van de juiste ras is essentieel voor een optimale (anti)nutritionele samenstelling en technofunctionele eigenschappen voor specifieke voedseltoepassingen.
MULTIFILE
In substraatteelt van paprika voegen telers ijzer toe aan de voedingsoplossing in de vorm van ijzerchelaat. Een meststof die via een complex chemisch proces wordt geproduceerd. Door ijzer als chelaat te gebruiken voorkomt de teler dat ijzer neerslaat en daardoor slecht op te nemen is door de plant. Bij de circulaire teelt op organische substraten is ijzervoorziening wel een uitdaging. Wat wij kennen als circulaire teelt is op het Amerikaanse continent toegestaan als “Organic”. In dit onderzoek is gekeken naar de effecten van microbiële biostimulanten en natuurlijke chelaten op de opname van ijzer en de gevolgen ervan op de groei en ontwikkeling van paprikaplanten op organische substraten. Experiment 1 liet zien dat ijzerchelaat niet eenvoudig te vervangen is; biostimulanten hadden onvoldoende effect en ijzergebrek trad in te hoge mate op. Fulvinezuur toepassing leek enige verbetering te geven. Experiment 2 toonde dat fulvinezuur en ijzermeststoffen met heptagluconaat, vooral in combinatie met bladbemesting, ijzergebrek sterk konden beperken bij dagelijkse toediening en wachttijd na het mengen. Bladkleur bleef iets lichter, maar productie en kwaliteit waren vergelijkbaar met ijzerchelaat. De toedieningsmethode was nog wel erg arbeidsintensief. Experiment 3 toonde aan dat circulaire ijzermeststoffen ook praktisch toepasbaar zijn in een substraatsysteem; bladbespuiting verbeterde bladkleur en wortelontwikkeling, maar was niet noodzakelijk. Ondanks een laag meetbaar ijzerconcentratie nam de plant toch voldoende op. Conclusie: Circulaire ijzermeststoffen met complexvorming op basis van natuurlijke zuren kunnen ijzerchelaat vervangen in een paprikateelt op organisch substraat. Het gewas blijft iets lichter van kleur en groeit generatiever, maar zonder negatieve impact op productie. Verdere optimalisatie van dosering en toediening kan in een praktijksituatie uitgevoerd worden. Verstopping door neerslag is hierbij nog een aandachtspunt.
DOCUMENT
Generatiewisseling binnen de agrarische wereld is een complexe proces. Voor de toekomst van de sector is het daarentegen noodzakelijk. Deze sector is van groot belang voor ons voedselsysteem en de leefbaarheid van stad en ommeland. De complexiteit zit in de duur van het bedrijfsovername proces en het aantal betrokkenen met verschillende belangen en inzichten. In deze bundel richten we ons op bedrijfsoverdragers, bedrijfsovernemers, partners, niet overnemende familie, adviseurs. De verhalen komen uit de praktijk, waarbij de bedrijfsovernames in verschillende fases zitten. Naast een inleiding beschrijven we ook de lessen die we geleerd hebben door in gesprek te zijn met de praktijk.
MULTIFILE
In de agrarische sector van vandaag werken duizenden vrouwen met passie, visie en doorzettingsvermogen. Zij leiden bedrijven, nemen strategische beslissingen, zetten duurzame innovaties in gang en vormen de ruggengraat van het familiebedrijf. Toch worden ze nog te vaak over het hoofd gezien, onderschat of zelfs buitengesloten. Deze indringende en hoopvolle essaybundel geeft een stem aan vrouwen op het platteland. Aan dochters die bedrijven overnemen. Aan partners die ondernemen. Aan adviseurs, bestuurders en pioniers. Aan vrouwen die, ondanks vooroordelen en systeemdruk, bouwen aan een duurzame toekomst voor de landbouw.
MULTIFILE
How is climate change risk perception shaped? The role of risk framing, external incentives, and personal norms in agriculture
DOCUMENT
In dit artikel wordt onderzocht hoe regeneratief toerisme kan fungeren als een Non-Timber Forest Product (NTFP) en een duurzaam alternatief kan bieden voor schadelijke economische activiteiten zoals illegale houtkap en goudwinning in Suriname. Regeneratief toerisme gaat verder dan traditioneel duurzaam toerisme: het richt zich op het herstellen en versterken van ecologische, sociale, culturele en economische systemen. Door middel van een praktijkgericht, kwalitatief onderzoek – bestaande uit deskresearch, focusgroepen en studentprojecten – is verkend welke kansen er zijn voor gemeenschappen in Suriname om toerisme te ontwikkelen dat waarde toevoegt op meerdere niveaus. Toerisme wordt hierbij niet gezien als een consumptiemiddel, maar als een middel tot positieve verandering, waarbij meerwaarde wordt gecreëerd voor zowel bezoeker, locatie als lokale gemeenschap. De resultaten tonen aan dat de Surinaamse gemeenschappen potentie zien in regeneratief toerisme, mits ondersteund door passend beleid, investeringen in infrastructuur, marketing en educatie. Kleinschalige initiatieven, lokale betrokkenheid en samenwerking met buurlanden zijn cruciaal. Er is een duidelijk verband gelegd tussen regeneratief denken en het ontwerpen van een Sustainable Business Model dat sociale cohesie, ecologische balans en economische levensvatbaarheid combineert. De conclusie is dat regeneratief toerisme een kansrijk perspectief biedt voor Suriname, zowel als motor voor duurzame ontwikkeling als middel om de biodiversiteit en culturele diversiteit te behouden. Het model is samengevat in een Sustainable Business Model Canvas, met KPI’s voor het meten van impact, gebaseerd op de 3 R’s: Regeneration, Resilience, Responsibility.
DOCUMENT