Het toepassen van duurzame energie op land vereist veel ruimte. De ruimte in Zeeland wordt grotendeels gebruikt voor landbouwdoeleinden. Zo laten cijfers van het CBS zien dat 71 procent van de ruimte in Zeeland wordt gebruikt voor de landbouw (zie ook Compendium voor de Leefomgeving, 2023). Gemiddeld is dit in Nederland 60 procent. Het is dan ook niet verwonderlijk dat agrarische bedrijven aantrekkelijke locaties zijn voor bijvoorbeeld het plaatsen van zonnepanelen of windturbines en het ontwikkelen van biomassa-installaties. Op dit moment weten we nog weinig over wat agrariërs drijft om al dan niet mee te doen aan hernieuwbare-energieprojecten. Het beperkte aantal onderzoeken naar dit thema toont aan dat potentiële economische voordelen en het gemak om technologieën toe te passen belangrijke factoren zijn. Verder zouden jonge agrariërs doorgaans eerder deelnemen aan hernieuwbare-energieprojecten dan oudere agrariërs. Ook boerderijen met een diversiteit aan activiteiten zouden eerder deelnemen evenals boerderijen met een hoog energieverbruik, zoals pluimveehouderijen en boerderijen die ook voedsel verwerken en produceren (Brudermann et al., 2013; Ge et al., 2017; Lioutas & Charatsari, 2018). Gezien de rol die agrarische bedrijven kunnen spelen bij hernieuwbare energieprojecten alsook de beperkte onderzoeksaandacht voor dit onderwerp, heeft HZ | Kenniscentrum Zeeuwse Samenleving onderzoek gedaan onder agrariërs met een bedrijf in Zeeland. Dit onderzoek maakt deel uit van het door de Nederlandse Organisatie van Wetenschappelijk Onderzoek gefinancierde project Zeekraal, waarin onderzoekers van de Universiteit Utrecht, University College Roosevelt en de Hogeschool Zeeland de afgelopen jaren onderzoek deden naar de maatschappelijke aspecten van de regionale energietransitie in Zeeland. Deze rapportage biedt inzicht in de belangrijkste bevindingen van dit onderzoek. De inzichten uit dit onderzoek kunnen door beleidsmakers gebruikt worden om toepassingen van duurzame energie op agrarische bedrijven te bevorderen. De vragen die in deze rapportage centraal staan, zijn: • Welke vormen van duurzame energie passen agrarische bedrijven in Zeeland toe? • Welke factoren kunnen een rol spelen in het al dan niet toepassen van duurzame energie op het bedrijf?
DOCUMENT
Inleiding: Wanneer patiënten op de intensive care (IC) worden gevoed met een ‘standaard’ hoeveelheid van een ‘standaard’ soort sondevoeding (2000 kcal, 80 g eiwit) wordt het merendeel van hen niet optimaal gevoed. Om de voedingstherapie te optimaliseren, is daarom op de IC van het VUmc in 2006 een voedingsadviesprogramma ontwikkeld op basis van een zogenoemd energie-eiwit-algoritme en is het assortiment sondevoedingen aangepast. In een simulatiestudie en evaluatiestudie onderzoeken we het effect van deze beleidsaanpassingen op de energie- en eiwitinname van IC-patiënten.
Methoden: Simulatiestudie: Het patiëntencohort bestond uit een databestand van 879 IC-patiënten van het VUmc, opgenomen in de periode 2004-2009, bij wie het energieverbruik was gemeten met behulp van indirecte calorimetrie. Retrospectief werd uitgerekend hoeveel procent van de patiënten een optimale energie- en eiwitinneming (1,2-1,5 g/kg lichaamsgewicht) had als werd gevoed met 2 liter Nutrison Standaard (2000 kcal, 80 g eiwit). Vervolgens werd berekend hoeveel procent van de patiënten een optimale eiwitinneming had als Nutrison Standaard werd toegediend in een op de individuele energiebehoefte aangepaste dosering of als werd gevoed met energie- en/of eiwitverrijkte sondevoeding volgens het voedingsadviesprogramma.Evaluatiestudie: In deze studie werd geëvalueerd of de implementatie van het nieuwe beleid daadwerkelijk leidde tot een toename van het aantal patiënten dat optimaal gevoed werd conform de prestatie-indicator ondervoeding (eiwitinname >1,2 g/kg op de vierde dag van de IC-opname). Het databestand bestond uit historische gegevens over de eiwitinname van alle IC-patiënten op de vierde dag van IC-opname in de periode van 2006-2009.
Resultaten: Simulatiestudie: Bij het virtueel voeden van het patiëntencohort met 2 liter Nutrison werden 37 patiënten (4%) adequaat gevoed. Bij op energiebehoefte aangepaste dosering van deze standaard sondevoeding hadden 120 patiënten (14%) een adequate eiwitinneming. Bij het voeden volgens het voedingsadviesprogramma waren dat er 782 (89%). Evaluatiestudie: Het daadwerkelijke aantal patiënten met een eiwitinname >1,2 g/kg op de vierde dag van de IC-opname nam na implementatie van het voedingsadviesprogramma geleidelijk toe van 30% naar bijna 60%.
Conclusie: Door introductie van een geïndividualiseerd voedingsadviesprogramma op basis van een‘energie-eiwit-algoritme’ kan in theorie ongeveer 90% van de IC-patiënten optimaal (qua energie en eiwit) worden gevoed. In de praktijk is het percentage goed (qua eiwit) gevoede patiënten in de loop der jaren gestegen van 30 naar 60%.
DOCUMENT
Het dorp Buren op Ameland wil als eerste dorp van Ameland en de Wadden CO₂ neutraal te worden. Om te kijken hoe dat kan is Dorpsbelang Buren samen met de gemeente Ameland, de Hanzehogeschool Groningen en GasTerra in 2019 het project Buren geeft Energie gestart. Het project heeft subsidie gekregen van het Iepen Mienskip Fûns van de provincie Fryslân en is daarnaast een casestudie in het ESTRAC-project.
DOCUMENT
Specifieke rapportage over de enquête voor het onderzoek Erfgoed geeft Ameland Energie!
DOCUMENT
Inmiddels zijn vele koplopers in Drenthe initiatieven gestart om de energietransitie een stapje verder te helpen. Maar hoe krijgen we de rest van de inwoners van Drenthe ook mee? Met behulp van de Provincie Drenthe en Buurkracht voeren onderzoekers van het Kenniscentrum Energie van de Hanzehogeschool Groningen een experiment uit waarin mensen die nu nog niet actief meedoen, gevraagd worden hun bijdrage aan de transitie te leveren.
MULTIFILE
Er is nu veel meer vrijheid in energieland dan pakweg 20 jaar geleden; je kunt je eigen provider kiezen, je kunt energie terugleveren aan het net, je kunt zelfs een eigen energiebedrijf oprichten.
De laatste jaren zijn lokale energieinitiatieven een trend, niet alleen in Nederland maar ook in naburige landen. Wij hebben een literatuuronderzoek uitgevoerd naar ‘community energy’ [1] . We vroegen ons af welke landen zijn beschreven, in welke vakgebieden er onderzoek naar is gedaan, en in welke tijdschriften de artikelen zijn verschenen.
Blog.
LINK
Ons energiesysteem bevindt zich in transitie. Het fossiele energiesysteem zoalswe dat kennen, staat onder druk. De wereldwijde vraag naar energie groeitsterk en het blijkt steeds moeilijker om deze (goedkoop) in te vullen met dehuidige fossiele energievoorziening, die bovendien gepaard gaat met negatievemilieueffecten. Er is internationaal consensus dat een omslag naar een duur-zamer energievoorziening noodzakelijk is, en hierbij zijn innovaties onont-beerlijk
DOCUMENT
Binnen de eigen woning of het eigen hekwerk zijn burgers en bedrijven primair zelf aan zet om energie te besparen en te verduurzamen. Geen sinecure en vaak kostbaar. “Goed dat de overheid daarbij helpt. Echter, daarbuiten bepaalt de overheid het volledige spel. Beiden zitten aan elkaar vastgeklonken. In een complexe dynamische omgeving met een internationaal speelveld en voortdurend veranderende werkelijkheden, kansen en risico’s.”
LINK