Types
0Instelling
26Publicatiejaar
6Producttype
19Bestandstype
9Taal
5Onderzoeksthema's
13Publicaties met bestand/URL
2Projectstatus
3Om concreet te maken wat er precies verandert in de techniek en wat dat betekent voor de competenties die technici in de toekomst nodig hebben, riepen wij de hulp in van werkgevers in de techniek. Technische bedrijven maken de opkomst van de Smart Industry en/of daaraan verwante ontwikkelingen ten slotte van dichtbij mee, als ze die niet al zelf vormgeven. Om een idee te krijgen van de competenties die van belang zouden zijn, hebben wij onderzoek gedaan onder 236 werkgevers in de technische sector. Wij bevroegen ze uitgebreid over de kennis, vaardigheden en houdingsaspecten (competenties) die ze onontbeerlijk achten voor technici die tussen nu en vijf jaar afstuderen. Wij stelden ze daarbij de vraag om zowel op huidige én toekomstige werksituaties te reflecteren, rekening houdend met technologische ontwikkelingen in hun werkveld. Na de introductie in Hoofdstuk 1, duikt Hoofdstuk 2 allereerst in de belangrijkste veranderingen in werk in de technische sector, volgens de door ons ondervraagde werkgevers. Hoofdstuk drie gaat vervolgens in op de gevolgen van deze veranderingen: welke competenties hebben werknemers van de toekomst hierdoor nodig? Het vierde hoofdstuk neemt je mee naar de werkvloer. We maken kennis met technici van de toekomst door een achttal portretten van werknemers die al (deels) over de benodigde competenties bezitten. Hoofdstuk vijf bevat een interview met innovatiedeskundige en wetenschapper Janina den Hertog waarin zij vertelt hoe bedrijven technici van de toekomst kunnen enthousiasmeren om te blijven vernieuwen. Het zesde en laatste hoofdstuk bespreekt ten slotte de belangrijkste bevindingen van ons onderzoek. Daarnaast bevat het concrete tips voor zowel (aankomende) technici, als werkgevers en docenten om zoveel mogelijk ‘toekomstproof’ te worden. Het boekje wordt afgesloten met een praktisch voorbeeld hoe het in de praktijk werkt: Smart Industry vereist Smart HRM!
BOEK
VTB (Verbreding Techniek Basisonderwijs), het programma van het Platform Bèta Techniek dat zich richt op het primair onderwijs, is in 2004 een project gestart op de pabo gericht op de versterking van techniek. Het gaat ons in dit artikel vooral om de factoren die bijdroegen aan (eventueel) succes, de knelpunten, en uitdagingen voor verduurzaming. Hebben de projecten hun doelstellingen gerealiseerd? Zo ja: wat droeg dear wezenlijk aan bij? Zo nee: wat bleken de knelpunten te zijn? En: zijn we nu klaar met de invoering van wetenschap & techniek op de pabo of valt er nog wat te doen? Zijn er lessen te trekken wear (andere) pabo's hun voordeel mee kunnen doen?
ARTIKEL
In deze oratie wordt ingegaan op de problemen en paradoxen bij de versterking van de positie van wetenschap en techniek in het basisonderwijs. Waarom is het belangrijk dat (alle) kinderen hiermee in aanraking komen? Welke invulling moet wetenschap en techniek krijgen willen we kinderen effectief 'oriënteren op de wereld', het centrale kerndoel in dit domein? Kunnen we leerkrachten hiertoe in staat stellen? Het basisonderwijs is niet gediend met de associatie van wetenschap en techniek met 'moeilijk, vies, gevaarlijk'. Daarom wordt vaak benadrukt dat wetenschap en techniek 'leuk' is. Maar: dit kan leiden tot een verwaarlozing van het leren. We willen leraren die een onderzoekende houding bij leerlingen kunnen stimuleren en ontwikkelen. Maar: op school domineren instruerende didactiek en kant en klare werkbladen. We willen leraren die niet terugschrikken voor een domein van enorme omvang en die zich willen blijven verdiepen. Maar: de pabo trekt overwegend studenten met talenten die niet op het cognitieve vlak liggen. We willen dat scholen meer tijd besteden aan wetenschap en techniek. Maar: de politiek fixeert zich eenzijdig op rekenen en taal, en er zijn geen standaarden voor wetenschap en techniek. In de oratie worden oplossingsrichtingen verkend, evenals de mogelijkheden die praktijk te veranderen. Daarbij gaat het om het versterken van kennisbasis en zelfvertrouwen van leraren en pabostudenten, uitwerking van de didactiek van onderzoekend en ontwerpend leren, curriculumontwikkeling voor de pabo en versterking van de samenwerking met scholen, ook via het concept 'opleiden in de school'. Integratie speelt een sleutelrol. Kunnen we wetenschap en techniek niet beter als opwaartse kracht voor al het onderwijs van de basisschool positioneren in plaats van als het zoveelste vakje?
LEZING
De aandacht voor wetenschap en techniek in het basisonderwijs wordt vaak impliciet gebaseerd op de theorie van leren door doen. Er moet voorkomen worden dat wetenschap en techniek alleen beschouwd worden als praktisch handelend bezig zijn. Wetenschap en techniek bieden ook veel kansen om kinderen stevige cognitieve uitstapjes te doen.
ARTIKEL
1.1 Techniek verliest talent Verschillende branches in de technische sector kampen met een tekort aan personeel en de verwachting is dat deze tekorten ook in de komende jaren zullen blijven bestaan (ROA, 2013). Om de tekorten op te vangen wordt hard gewerkt aan het motiveren van jongeren om een technische opleiding te gaan volgen (zie bijvoorbeeld (Platform Bèta Techniek, 2012), (Platform Bèta Techniek, 2014)). Daarbij wordt met name ook aandacht besteed aan het werven van meisjes. Recente cijfers laten zien dat deze inspanning succes heeft: tussen 2007 en 2013 steeg het aandeel meisjes dat op de havo een Natuur en Techniekprofiel kiest van 15% naar 26% en op het vwo van 20% naar 38%. In het hbo groeide het percentage vrouwelijke studenten in bètarichtingen in die periode van 14% naar 20% (SCP, 2014). Hoewel er dus veel wordt geïnvesteerd in het werven van jongeren voor technische studies blijkt tegelijk dat een aanzienlijk deel (ruim 40%) van de jongeren die een technische opleiding hebben gevolgd niet terecht komen in een technisch beroep (Gelderblom & Hek, 2014) (Volkerink, Berkhout, & Graaf, Bèta-loopbaanmonitor 2010, 2010). Om te zorgen voor voldoende geschoolde medewerkers voor technische bedrijven is dus naast aandacht voor de werving van jongeren voor technische opleidingen, ook aandacht nodig voor het voorkomen dat technisch geschoolde medewerkers ‘weglekken’ naar andere sectoren. In dat kader voeren de hogescholen Windesheim en Saxion, met financiële ondersteuning van Tech Your Future, onderzoek uit naar hoe technische bedrijven hun HR-beleid zo kunnen aanpassen dat uitstroom voorkomen wordt en dat hun bedrijven aantrekkelijk worden voor nieuwe instromers (Vos, Rademaker, Jong, Alons, Riemsdijk, & Vries, 2014). 1.2 Vooral vrouwen stromen uit Opvallende uitkomst in de onderzoeken naar uitstroom uit de technische sector is dat de uitstroom van technisch opgeleide vrouwen hoger is dan die van mannen (Gelderblom & Hek, 2014): bètavrouwen werken minder vaak in een bètaberoep dan bètamannen (Volkerink, Berkhout, & Graaf, 2010). Dat is jammer, niet alleen gezien het geld dat is geïnvesteerd in het motiveren van meisjes om voor een technische studie te kiezen, maar ook omdat de instroom van vrouwen een manier kan zijn om het personeelstekort in de techniek te beperken. Bovendien toont onderzoek aan dat diversiteit in het personeelsbestand (zoals bijvoorbeeld diversiteit qua gender) een positief effect heeft op bedrijfsresultaten en met name ook goed is voor de innovatiekracht (European Commission, 2013). Maatregelen om het weglekken van vrouwen te voorkomen dragen dus niet alleen bij aan het voorkomen van personeelstekorten maar ook aan het verhogen van de kwaliteit van de sector. Er zijn dus verschillende redenen om aandacht te besteden aan de oorzaken van het ‘weglekken’ van technisch opgeleide vrouwen uit de technische sector. Over dit onderwerp is nog niet veel bekend: de meeste onderzoeken over vrouwen en techniek gaan over keuzes die gemaakt worden tijdens de studieloopbaan. Over de fase erna is veel minder bekend. Met ons onderzoek proberen we een deel van de kennislacune op te vullen.
RAPPORT
Wetenschap en Techniek (W&T) worden met vaart de basisschool ingeduwd.Het werd tijd, gezien de enorme voorsprong van andere landen op dit gebied, en de rijke leeromgeving die W&T bieden. Maar wil je met zo’n vakgebied belangstelling voor bèta en techniek kweken, of veel meer? En hoe geef je vorm aan het onderzoekend leren dat gepropageerd wordt? Hoe krijg je kinderen van manipuleren van objecten in een onderzoekje, naar manipuleren van ideeen en begrippen? En hun leerkrachten tot het effectief begeleiden daarvan? Deze Openbare Les geeft een rondleiding door de keuken van de W&Tpracticumdidactiek en onderzoekend leren. De tekst in dit boekje is uitgebreider en vollediger dan de Openbare Les zelf. Enkele onderdelen komen in de lezing zelfs niet aan de orde.
BOEK
In de herziene kerndoelen wordt 'Natuur en Techniek' als één samenhangend geheel aangeduid. Eigenlijk zijn leerkrachten in de kleutergroepen al vaak met natuur en techniek bezig. Maar waarmee dan precies? Zomaar doen is niet genoeg; er is diepgang nodig om het kind zich cognitief te laten ontwikkelen. In een praktische katern worden een aantal techniekactiviteiten rond het natuurkundig fenomeen "Licht" concreet uitgewerkt.
ARTIKEL
De overdracht van kennis in publiek-private samenwerkingen is sterk afhankelijk van individuen. Dit bemoeilijkt de continuïteit en het leren in de samenwerking. Ook tussen regio’s wordt slechts beperkt kennis overgedragen. Deze publicatie bevat een Integraal model voor zij-instroom naar de techniek en beschrijft vier praktijkvoorbeelden. Uitgave van Tech Your Future.
RAPPORT
Steeds meer onderbouwleerkrachten ondernemen activiteiten om technisch handelen en denken bij jonge kinderen te stimuleren. Ze zijn er van overtuigd dat dit aansluit bij hun ontwikkelingsbehoefte en daarom goed is voor een harmonische ontwikkeling. Voorbeeldgedrag en begeleidingsvaardigheden van de leerkracht spelen bij techniek een belangrijke rol. Het stellen van goede vragen is een erg belangrijke vaardigheid. Inclusief een praktische katern met technische activiteiten op basis van het natuurkundig fenomeen "Wind".
ARTIKEL