Om zicht te krijgen op de bewijsvoering bij onderzoeksjournalistiek wordt onderzocht hoe onderzoeksjournalisten vaststellen wat er aan de hand is. De vraagstelling luidt: op welke manier maken onderzoeksjournalisten gebruik van hypothesen? Uit gesprekken met gerenommeerde Nederlandse onderzoeksjournalisten komt naar voren dat de vorming van een hypothese samenhangt met de constructie van het verhaal waarin deze onderzoeksjournalisten de resultaten van hun onderzoek presenteren. De journalist heeft niet eerst een idee en bedenkt daar vervolgens een verhaal bij, het is eerder andersom: de eisen van het verhaal bepalen de hypothese. Om te vertellen wat er aan de hand is, maakt de journalist vaak gebruik van een herkenbaar karakter dat een geloofwaardige dramatische ontwikkeling doorloopt. De journalist gaat op zoek naar een sleutelscène waarin de hypothese in essentie is vervat. Bij het vaststellen en naar buiten brengen van de hypothese houdt de journalist ook rekening met de interesse van het publiek. Tot slot bepalen ook de rolopvatting van de journalist en de aard van het medium waar hij voor werkt de inhoud van de hypothese.
Deze studie onderzoekt hoe toonaangevende Nederlandse nieuwsorganisaties – de Volkskrant, NOS Nieuws en RTL Nieuws – zijn omgegaan met de toenemende kritiek op hun functioneren in een veranderend medialandschap en in hoeverre de genomen maatregelen ook daadwerkelijk worden toegepast in de journalistieke praktijk. De resultaten laten zien dat het nieuwe verantwoordingsbeleid, vooral bij de Volkskrant en NOS Nieuws, vooraf van bovenaf, door de hoofdredactie, werd geïnitieerd, terwijl de journalisten ter redactie meer terughoudendheid betoonden. Niettemin bestaat er het besef dat door een combinatie van online-technologie, commerciële concurrentie en maatschappelijke veranderingen de journalistiek diepgaand verandert, en het publiek meer serieus genomen moet worden.
Deze studie richt zich op bloggen op dagbladsites en de betekenis hiervan voor dagbladen. De centrale vraag van het onderzoek is hoe de praktijk van het bloggen op dagbladsites de journalistiek bij die dagbladen beïnvloedt. Hebben bloggers invloed op journalistieke producties, het werk van journalisten en de nieuwsselectie en -presentatie? Om vast te stellen welke invloed bloggers hebben die actief zijn op dagbladsites, zijn inhoudsanalyses uitgevoerd en vervolgens interviews gehouden met drie soorten bloggers: journalisten, expertbloggers en burgerbloggers bij vier landelijke dagbladen (Volkskrant, Trouw, NRC Handelsblad en De Telegraaf), één gratis dagblad (DAG) en twee regionale dagbladen (TCTubantia en AD/Utrechts Nieuwsblad). Daarnaast zijn er gesprekken gevoerd met redacteuren die verantwoordelijk zijn voor het blog-deel op de website.
Er wordt in de media steeds meer gecommuniceerd over toekomstige behandelingen voor chronische ziektes. Patiënten waarbij huidige behandelingen niet effectief genoeg zijn, worden hier ook aan blootgesteld. Welk effect heeft dit op ze?Doel Het doel van het onderzoek is tweeledig: Wetenschappelijk inzicht krijgen in hoe stemming en gedrag van chronisch zieken afhangen van nieuwsberichten over behandelingen. Praktische handvatten creëren voor de communicatie van nieuwe behandelingen in groepen chronisch zieken. Resultaten Dit onderzoek loopt nog. Na afronding vind je hier een samenvatting van de resultaten. Looptijd 01 november 2015 - 01 augustus 2020 Aanpak We kijken naar de kwalitatieve en kwantitatieve eigenschappen van berichten in media over toekomstige behandelingen. We richten ons hierbij op Diabetes Mellitus type 1 en 2 en de Ziekte van Parkinson omdat over deze ziektes veel gecommuniceerd wordt en de doelgroep relatief toegankelijk en mondig is. We kijken naar (nieuws)berichten in kranten, fora en magazines en onderzoeken de volgende vraagstellingen: Welke trends zijn zichtbaar over aantallen, bronnen en journalistieke genres? In welke fase van onderzoek zitten de besproken therapieën? In hoeverre wordt er overdreven in deze berichten? Welke berichten zorgen voor een snelle verspreiding van informatie, ofwel geruchten? Welke eigenschappen van berichten leiden tot effecten op kennis, emotie en gedrag van de patiënt?
Recente onderzoeken naar klimaatverandering en de rol van de journalistiek daarin, wijzen op het belang van representatieve taal en beelden waarmee de ernst van de situatie belicht wordt en een wenkend perspectief geboden wordt (Schafer, 2020; Van Eck, 2021; ONeill et al.2023). In dit journalistieke living lab onderzoeken we het effect van taal en beelden in klimaatjournalistiek op de doelgroep jongvolwassenen. In journalistieke beschrijvingen over klimaatveranderingen worden volgens Stibbe (2015) veelal ineffectieve metaforen gebruikt. Zo wordt regelmatig de metafoor van een tikkende tijdbom gebruikt. Daarmee wordt volgens Stibbe onterecht gesuggereerd dat we met een snelle actie de bom onschadelijk kunnen maken. Andere metaforen zetten veelal in op angst; dat zou vooral een verlammend effect hebben. Stibbe adviseert journalisten nieuwe metaforen te gebruiken die onze relatie met klimaatveranderingen beter weergeven (Stibbe, 2015). Ook de in de journalistiek gebruikte beelden rondom klimaatverandering zijn volgens recente onderzoeken niet representatief en leiden tot verlamming (Schafer, 2020; ONeill et al.2023). Zo worden bij een hittegolf veelal foto’s getoond van mensen aan het strand; daarmee wordt de ernst van de situatie ontkend (ONeill et al. 2023). Tevens spelen ook journalistieke beelden regelmatig in op angst; dat zou resulteren in verlamming (Schafer, 2020). Schafer (2020) en ONiell et al (2023) adviseren beelden te gebruiken waarin concrete acties en oplossingsrichtingen getoond worden bijvoorbeeld het gebruik van hernieuwbare energiebronnen of duurzame vervoersmiddelen. Deze beelden zouden een gevoel van zelfredzaamheid creëren en een sterk motiverend effect hebben. Vooralsnog worden deze beelden volgens Schafer in de journalistiek spaarzaam gebruikt omdat ze een lage attentiewaarde zouden hebben (2020). In dit living lab van Fontys Journalistiek & het Nationaal Klimaat Platform vertalen we het lopende onderzoek naar taal-een beeldgebruik naar de Nederlandse journalistieke praktijk en brengen we effecten van oude en nieuwe begrippen en beelden in kaart.
In afgelopen jaren zijn er ten behoeve van het journalistieke informatieverzamelingsproces steeds meer digitale, geautomatiseerde en zelflerende ofwel zogenoemde AI (artificial intelligence) tools op de markt verschenen. Wij onderzoeken hoe AI-tools in journalistieke researchproces gebruikt worden en of dat invloed heeft op de selectie en gebruik van informatie en bronnen. Doel Dit onderzoeksproject heeft als doel om na te gaan wat de gevolgen zijn van het gebruik van door algoritmes gestuurde tools op de onafhankelijkheid, objectiviteit, betrouwbaarheid en transparantie van de journalistiek en hoe het bewustzijn over de werking van algoritmes onder journalisten vergroot kan worden. Resultaten Dit onderzoek loopt momenteel nog Looptijd 01 juli 2020 - 31 juli 2022 Aanpak Het is eerst van belang om via interviews na te gaan hoe journalisten AI, bewust of onbewust, gebruiken. Daarna worden op redacties online observaties gedaan en experimenten uitgevoerd om na te gaan wat het effect is op het eindproduct van de journalist. Tot slot, wordt een tool ontworpen rondom de transparantie en werking van AI in het journalistiek.