A promising contribution of Learning Analytics is the presentation of a learner's own learning behaviour and achievements via dashboards, often in comparison to peers, with the goal of improving self-regulated learning. However, there is a lack of empirical evidence on the impact of these dashboards and few designs are informed by theory. Many dashboard designs struggle to translate awareness of learning processes into actual self-regulated learning. In this study we investigate a Learning Analytics dashboard based on existing evidence on social comparison to support motivation, metacognition and academic achievement. Motivation plays a key role in whether learners will engage in self-regulated learning in the first place. Social comparison can be a significant driver in increasing motivation. We performed two randomised controlled interventions in different higher-education courses, one of which took place online due to the COVID-19 pandemic. Students were shown their current and predicted performance in a course alongside that of peers with similar goal grades. The sample of peers was selected in a way to elicit slight upward comparison. We found that the dashboard successfully promotes extrinsic motivation and leads to higher academic achievement, indicating an effect of dashboard exposure on learning behaviour, despite an absence of effects on metacognition. These results provide evidence that carefully designed social comparison, rooted in theory and empirical evidence, can be used to boost motivation and performance. Our dashboard is a successful example of how social comparison can be implemented in Learning Analytics Dashboards.
MULTIFILE
The purpose of this study was to explore the experiences and impact of peer-to-peer shadowing as a technique to develop nurse middle managers’ clinical leadership practices. A qualitative descriptive study was conducted to gain insight into the experiences of nurse middle managers using semi-structured interviews. Data were analysed into codes using constant comparison and similar codes were grouped under sub-themes and then into four broader themes. Peer-to-peer shadowing facilitates collective reflection-in-action and enhances an “investigate stance” while acting. Nurse middle managers begin to curb the caring disposition that unreflectively urges them to act, to answer the call for help in the here and now, focus on ad hoc “doings”, and make quick judgements. Seeing a shadowee act produces, via a process of social comparison, a behavioural repertoire of postponing reactions and refraining from judging. Balancing the act of stepping in and doing something or just observing as well as giving or withholding feedback are important practices that are difficult to develop.
Full tekst beschikbaar met HU-account Het verbeteren van de ervaren gezondheid van gezinnen in Kanaleneiland in Utrecht is het doel van het project ‘Gezinnen in hun kracht’. In samenwerking met lokale partners werkt Stichting Nieuw Welgelegen aan dit project om gezondheidsachterstanden terug te dringen. Aan het einde maken we de balans op. In hoeverre zijn we erin geslaagd om gezinnen te bereiken? Welke interventies passen we toe? Wat zijn de leerervaringen en opbrengsten?
LINK
De maatschappij verandert continu en vraagt om leraren die zich blijven ontwikkelen en nadenken over de vraag hoe ze hun onderwijs met de kennis van nu kunnen verbeteren. Van hen wordt gevraagd om zelf sturing te geven aan en verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen professionele ontwikkeling. In de literatuur wordt in dit verband gesproken over ’agency’ (Eteläpelto, Vähäsantanen, Hökkä, & Paloniemi, 2013). Bij agency gaat het om het bewust uitoefenen van invloed op de eigen professionele ontwikkeling en de vormgeving van de onderwijspraktijk door het maken van keuzes en nemen van initiatieven. Een verbijzondering van het begrip agency is voortgekomen uit het promotieonderzoek van de postdoc-kandidaat (Van der Heijden, 2017). Uit dit onderzoek blijkt dat binnen het begrip agency vier hoofdcategorieën zijn te onderscheiden, namelijk meesterschap, samenwerken, ondernemerschap en levenslang leren. Deze hoofdcategorieën zijn onder te verdelen in negen agency-kenmerken: - Meesterschap: (1) focus op leerlingen, (2) focus op het leren van leerlingen, (3) vertrouwen in eigen kunnen, (4) beroepsmotivatie, - Samenwerken: (5) professionele collegialiteit, - Ondernemerschap: (6) focus op innovatie op klasniveau, (7) focus op innovatie op schoolniveau, - Levenslang leren: (8) focus op de eigen kennisontwikkeling en (9) focus op het professioneel handelen. Voor lerarenopleidingen is het van belang van om agency van studenten te ontwikkelen zodat zij regie nemen over hun eigen professionele ontwikkeling en in de beroepsuitoefening doelbewust initiatieven nemen om onderwijspraktijken te veranderen met het oog op het bevorderen van de (brede) ontwikkeling en het leren van leerlingen. In het voorgestelde onderzoeksproject wordt in een lerarenopleiding (Hogeschool de Kempel) een interventie uitgevoerd die erop is gericht dat Pabo-studenten agency ontwikkelen met betrekking tot de uit het promotieonderzoek voortgekomen negen agency-kenmerken. De centrale onderzoeksvraag heeft betrekking op welke wijze waarop de opleiding tot leraar basisonderwijs kan bijdragen aan agency van studenten en onder welke condities.
Het doel van dit PD traject is om zowel vanuit de mondzorg als vanuit de maatschappij betere mogelijkheden te creëren om meer jongvolwassenen (18-25 jaar) te bereiken met preventieve mondzorg om hun mondgezondheid te bevorderen. De invloed van peers, marketing en socialmedia op keuzes van jong volwassenen om te komen tot een geambieerde levensstijl is enorm. Gewenning aan onverstandige keuzes maakt een urgent en complex praktijkprobleem. Het is algemeen bekend dat de gevolgen op termijn desastreus zijn voor het gehele lichaam, maar de mond wordt hierbij vaak vergeten. Voor de mond zijn aanwezigheid van geassocieerde risicofactoren een gestaag groeiende ramp. Dit PD traject wil aansluiting gaan zoeken bij deze leeftijdsgroep en deze te begeleiden in het zelfstandig gezonde keuzes maken. Dit zal plaats gaan vinden binnen reguliere mondzorgpraktijken door te kijken naar innovatieve, effectieve, efficiënte en praktisch haalbare verbeteringen die kunnen worden uitgevoerd door mondzorgprofessionals. Daarnaast gaan we werken aan een betere aansluiting bij de doelgroep zelf en aansluiting bij zorg- en welzijnsorganisaties. Er wordt gewerkt vanuit het concept positieve gezondheid. Via transdisciplinaire samenwerking beogen we jongvolwassenen empowerment te geven om gezond mondgezondheidsgedrag te stimuleren en daarmee in de toekomst o.a. hoge kosten, kiespijn, schaamte en daardoor sociale isolatie te voorkomen. Deze leeftijdsgroep ervaart significante levensveranderingen en loopt tevens risico op verminderd contact met preventieve mondzorg vanwege de beëindiging van de mondzorgvergoeding vanuit het jeugdbasispakket. Het traject gaat ook vanuit een flink aantal mondzorgpraktijken in kaart brengen wat de huidige prevalentie is van tandbederf, erosieve gebitsslijtage, tandvlees problemen en de uitval van deze leeftijdsgroep in de mondzorgpraktijk. Als we dat weten kunnen we gaan bekijken welke preventieve behandelstrategieën geïmplementeerd of afgebouwd moeten worden voor een succesvol mondzorgpreventie programma bij jongvolwassenen. Daarbij zullen we kennis op gaan doen over een passende implementatiestrategie.
My research investigates the concept of permacomputing, a blend of the words permaculture and computing, as a potential field of convergence of technology, arts, environmental research and activism, and as a subject of future school curricula in art and design. This concept originated in online subcultures, and is currently restricted to creative coding communities. I study in what way permacomputing principles may be used to redefine how art and design education is taught. More generally, I want to research the potential of permacomputing as a critical, sustainable, and practical alternative to the way digital technology is being taught in art education, where students mostly rely on tools and techniques geared towards maximising productivity and mass consumption. This situation is at odds with goals for sustainable production and consumption. I want to research to what degree the concept of permacomputing can be broadened and applied to critically revised, sustainable ways of making computing part of art and design education and professional practice. This research will be embedded in the design curriculum of Willem de Kooning Academy, focused on redefining the role of artists and designers to contribute to future modes of sustainable organisation and production. It is aligned with Rotterdam University of Applied Sciences sectorplan masters VH, in particular managing and directing sustainable transitions. This research builds upon twenty years of experience in the creative industries. It is an attempt to generalise, consolidate, and structure methods and practices for sustainable art and design production experimented with while I was course director of a master programme at WdKA. Throughout the research I will be exchanging with peers and confirmed interested parties, a.o.: Het Nieuwe Instituut (NL), RUAS Creating 010 kenniscentrum (NL), Bergen Centre for Electronic Arts (NO), Mikrolabs (NO), Varia (NL), Media Arts department at RHU (UK), Media Studies at UvA (NL).