Slechts 39% van de Nederlandse jongeren tussen 12 en 17 jaar voldoet aan de beweegrichtlijnen. Om dit aan te pakken is samenwerking tussen burgers, overheid, kennisinstellingen, organisaties en bedrijven nodig. Dit wordt onderzocht binnen ‘VMBO in Beweging’. In het eerste deel verzamelen we de wensen en behoeften van vmbo-jongeren op het gebied van beweging in en rondom school.
MULTIFILE
Kinderen, maar zeker kleuters vinden bewegen doorgaans leuk. Het is namelijk de natuurlijke behoefte van kleuters om in beweging te zijn; zo ontdekken ze de wereld! Ze leren door te spelen en bewegen waarbij de spraak- en taalontwikkeling, cognitieve, sociaal-emotionele, én de motorische ontwikkeling hand in hand gaan.
DOCUMENT
An example for the development of a potential Minimum Data Set (MDS) within the Urban Vitality (UV) themes ‘Gezond ouder worden / Mensen in Beweging’. The goal is to ensure more uniform collection of outcome measures, based on FAIR principles (ref 1), and to facilitate reuse of data and analyses spanning multiple studies. This prototype MDS is based on The Older Persons and Informal Caregivers Survey Minimum DataSet (TOPICS-MDS) (ref 2), the project FAIR: geen woorden maar data (ref 3) in which we examined 14 UV-studies about ageing and frailty of elderly, and the set of common data elements for rare disease registration (ref 4).
DOCUMENT
De hoeveelheid beweging onder basisschool kinderen loopt terug, ook in Brabant. De basisschool is bij uitstek geschikt om hierin een duurzame verandering te bewerkstelligen. Fontys Sporthogeschool in samenwerking met de Provincie Noord-Brabant en de gemeenten Eindhoven, Tilburg, Breda, Den Bosch en Helmond, met ondersteuning van Het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB), hebben daarom de handen ineen geslagen en het project Brabantse Basisscholen in Beweging opgezet. Dit ambitieuze project, dat in augustus 2012 van start is gegaan, is ingezet voor 4 jaar. Het project zal op verschillende scholen in de vijf bovengenoemde steden gaan draaien.
DOCUMENT
De term ‘Best persons’ wordt in deze les gebruikt voor: bijzonder slagvaardige mensen die problemen in achterstandswijken helpen aanpakken. Niet alleen professionals, maar ook vrijwilligers kunnen een best person zijn. Het zijn duidelijk geen doorsnee personen, maar personen die door hun omgeving worden opgemerkt als mensen die ‘het verschil maken’. In deze les worden in totaal 5 verbindingen uitgewerkt, oftewel manier om de beweging van onderop en de beweging aan de top met elkaar te verbinden: • best persons • verhalen • verandermethodieken • teamleren • People Analytics In deze openbare les zet de lector zijn visie en die van zijn kenniskringleden uiteen op het organiseren van verandering in het publieke domein. In zijn woorden: Hoe kijken wij daarnaar en wat gaan we komende jaren doen op de snijvlakken tussen onderwijs, onderzoek en beroepspraktijk? Om te beginnen gaan we in op de alsmaar toenemende snelheid in onze maatschappij. We staan daarmee stil bij de maatschappelijke acceleratie die plaatsvindt en wat dit betekent voor het publiek domein (hoofdstuk 2). In het derde hoofdstuk introduceren we ons onderzoeksmodel, dat we in de twee daarop volgende hoofdstukken uitwerken. In hoofdstuk 6 formuleren we ons programma voor onderzoek en onderwijs en in het laatste hoofdstuk gaan we in op de impact die we met dit lectoraat voor publieke professionals willen genereren.
DOCUMENT
De wereld is volop in beweging - en is natuurlijk ook altijd al in beweging geweest.Alleen ligt alles nu meer onder een vergrootglas. Het is alsof we de grotebewegingen door de kennis en middelen die ons ter beschikking staan beter danooit kunnen waarnemen, begrijpen en delen.
DOCUMENT
De samenleving verandert. Dat is van alle tijden, maar de snelheid van deze veranderingen neemt toe. In mijn openbare les die ik op 20 april 2017 heb ik uitgesproken als lector Organiseren van Verandering in het Publieke Domein, aan het kenniscentrum Sociale Innovatie van de Hogeschool Utrecht heb ik mijn visie gegeven op deze toegenomen snelheid in onze samenleving en is een onderzoeksmodel gepresenteerd waarmee ik door middel van praktijkonderzoek de verbinding zou willen maken tussen de zogenoemde ‘beweging van onderop’ en de ‘beweging aan de top’. Wat deze bewegingen precies inhouden komt verderop aan de orde. Dit artikel is een verkorte weergave van die openbare les. Aan de hand van het werk van Hartmut Rosa laat ik zien welke gevaren de toenemende snelheid oplevert, maar ook hoe er toch verbinding binnen publieke organisaties en lokale samenlevingen tot stand kan komen. Meer specifiek wil ik stilstaan bij de vraag hoe er verbinding kan (blijven) bestaan tussen de werkvloer en de top van publieke organisaties, maar ook hoe er verbinding kan blijven bestaan tussen de burger en de ‘top’ van de lokale samenleving: de gemeenteraad. De centrale vraag van dit artikel luidt dan ook: welke verbindingen zijn er mogelijk tussen de beweging van onderop en de beweging aan de top in de context van een steeds sneller wordende samenleving? Om deze vraag te beantwoorden heb ik me laten inspireren door inzichten uit de sociologie, organisatiekunde en bestuurskunde
MULTIFILE
In september 2013 is het project Brabantse Basisscholen in Beweging van start gegaan. Een samenwerking tussen Fontys Sporthogeschool, de provincie Noord-Brabant en de steden Eindhoven, Tilburg, Helmond, Den Bosch en Breda. Doel van het project is het vergroten van beweegkansen vanuit de schoolomgeving voor leerlingen op de basisschool. Tegelijkertijd biedt het project echter ook een groot aantal betekenisvolle en contextrijke stageplekken voor studenten HBO en WO, bijvoorbeeld als combinatiefunctionaris of als onderzoeker.
DOCUMENT
Beknopte informatie over het project Brabantse basisscholen in beweging (BBiB).
DOCUMENT
Bewegingsarmoede is een maatschappelijk probleem; veel kinderen in Nederland bewegen te weinig en het aantal kinderen met overgewicht neemt toe. Deze bewegingsarmoede kan vanaf de basis worden aangepakt wanneer verschillende belanghebbende partijen, bijvoorbeeld ouders, school en sportverenigingen in de buurt met elkaar samenwerken. Omdat basisschoolkinderen het grootste deel van de dag op school doorbrengen, is de school een geschikte context op het beweeggedrag bij kinderen te stimuleren. De methode 'Basisschool in Beweging' die in dit boek en op www.basisschoolinbeweging.nl wordt beschreven helpt bij de vraag hoe je als basisschool het bewegen van kinderen op praktische wijze kan vergroten.
DOCUMENT