Inaugurele rede lector Peter de Jong, Leeuwarden, 9 februari 2015. Vooraf aan de rede is er een symposium gehouden rondom het thema duurzame zuivelprocestechnologie. Het programma daarvan staat achterin dit boekje. Peter de Jong is bij Hogeschool VHL gestart als lector Zuivelprocestechnologie. Samen met studenten, docenten, projectingenieurs en bedrijven richt lector De Jong zich op de ontwikkeling en toepassing van innovatieve technologieën voor een duurzame productie bij zuivelbedrijven.
DOCUMENT
De fysische, chemische en microbiologische gevaren van het opwerken van vezelcomponenten uit reststromen van uien zijn geanalyseerd op basis van literatuuronderzoek. Uienreststromen zijn geschikt voor het winnen van olie door middel van stoomdestillatie of eiwitten door middel van iso-elektrische precipitatie. Bij deze processen wordt ook de uienschil verwerkt. Er blijft o.a. een vezelrijke fractie over die in principe geschikt is voor humane consumptie. Fysische vreemde delen vormen zeer zelden een acuut risico voor de gezondheid. De meest voorkomende pesticiden op ui zijn maleïnehydrazide, fluopyram en fipronil. Incidenteel kan de maximaal toelaatbare hoeveelheid van een pesticide overschreden worden, maar dit heeft geen acute nadelige gezondheidsgevolgen. Van zware metalen is er alleen Europese wetgeving voor gehaltes aan lood en cadmium in ui. Microbiologische gevaren voor de processen zijn gerelateerd aan vegetatieve cellen, toxines of sporen van pathogenen. Vegetatieve cellen zijn alleen een risico voor onverhitte vezelfracties of na kruisbesmetting. Toxines kunnen nog actief zijn na stoomdestillatie en ook na pasteurisatie van eiwitpasta. Hetzelfde geldt voor de sporen van bacteriën. Om ontkieming van sporen te voorkomen moet de uienstroom boven 48 °C gehouden worden of snel worden gekoeld .
MULTIFILE
Deze publicatie gaat over de problematische aard van de transitie van het onderwijs naar de werkplek. Een soepele overgang tussen onderwijs en de werkplek vereist dat lerenden een geïntegreerde kennisbasis ontwikkelen, maar de ontwikkeling daarvan is vaak problematisch omdat de meeste opleidingen kennis en ervaringen versnipperd aanbieden, verdeeld over verschillende vakken, modules en stageervaringen. Om dit probleem te ondervangen stellen wij een ontwerpaanpak voor waarbij de focus verschuift van alleen de individuele deelnemer naar de leeromgeving als geheel. In het bredere concept van leeromgevingen is er ruimte om horizontale verbindingen te leggen tussen de school en de werkplek.
DOCUMENT
Dit boekje is een weerslag van de inaugurele rede als Lector Biobased Economy bij Hogeschool Van Hall Larenstein die Hans Derksen op 8 mei 2012 hield. De kern van het betoog is wat de biobased economy kan betekenen voor een duurzame samenleving. Maar ook wat deze niet kan betekenen, want biomassa is niet de oplossing voor alles. Uiteindelijk gaat het vooral over de kansen die biomassa, en meer in het bijzonder een biobased economy, de mens biedt.
DOCUMENT
Presentatie van rapport over: 'Groene Hart Werkt! door kennis en kunde'. Inventariseer de behoefte en wijze waarop de Groene Hart Academie verduurzaamd kan worden en werk een businessplan en actieplan uit zodat de leden van de bestuurlijke tafel Groene Hart Werkt! zich een beeld kunnen vormen over de kansen van een doorstart en de toekomstige positie van de Groene Hart Academie zodat zij haar rol kan blijven vervullen en nieuwe projecten kan blijven aanjagen en uitvoeren.
DOCUMENT
In het dagelijks leven hebben we voortdurend met verschillende plastics te maken. Overal om ons heen komen we plastics tegen. Denk bijvoorbeeld aan verpakkingsmaterialen, flessen, flacons, kratten, tapijten en plastic draagtassen. Een leven zonder kunststoffen is in onze huidige maatschappij vrijwel ondenkbaar geworden. In 2014 werd er volgens Plastics Europe [1] wereldwijd maar liefst 311.000.000 ton aan kunststoffen geproduceerd, in 1950 was dit nog slechts 1.700.000 ton. Vanaf 1950 stijgt de wereldwijde productie van kunststoffen met gemiddeld 9% per jaar. Bij de huidige productiecapaciteit komt dit volgens Plastics Europe neer op gemiddeld 40 kg/jaar per hoofd van de wereldbevolking! Naar verwachting zal het gebruik van plastics verder toenemen naar gemiddeld 87 kg/jaar per hoofd van de wereldbevolking in het jaar 2050. In Nederland ligt het verbruik momenteel op gemiddeld 126 kg per inwoner. Maar volgens prognoses van VLEEM (Very Long Term Energy Environment Model) [2] zal dit groeien naar gemiddeld 220 kg per inwoner in 2050!! De toenemende vraag naar plastics wordt mede veroorzaakt omdat plastics op zich een gemakkelijk te verwerken materiaal is. Plastics zijn relatief goedkoop, hebben een lage specifieke dichtheid (t.o.v. bijvoorbeeld metalen), en zijn snel en gemakkelijk verwerkbaar.
DOCUMENT
Een stripboek helemaal gewijd aan de veldboon! Waarom? In het project Bean me up! is drie jaar onderzoek gedaan naar de vraag: kan de Nederlandse veldboon als eiwitbron de soja uit verre landen vervangen? Is de Nederlandse veldboon geschikt om te verwerken in voedingsmiddelen? De resultaten zijn veelbelovend! Wist je bijvoorbeeld dat studenten nieuwe producten ontwikkelen van veldbonen? Wat dacht je van borrelbonen en kaasvervangers? Maar er is nog veel meer te vertellen over de veldboon. En dat allemaal verpakt in strips, afgewisseld door enkele infographics en interviews. Zie de veldboon schitteren als held die de aarde redt, vind de veldboon die groen ziet bij de dokter, geniet van de veldboon die op zoek gaat naar zijn ideale vrouw voor zijn nageslacht. Ervaar zelf waarom de oer-Hollandse veldboon dit stripboek verdient!
MULTIFILE
Inaugurele rede van Harry van Delft, lectoraat AgroFood Marketing. De AgroFoodSector staat voor een aantal forse uitdagingen en fundamentele veranderingen in relatie tot een sterk groeiende wereldbevolking, de noodzaak tot verduurzaming, en “opdrogende” hulpbronnen. Ook de eisen van afnemers en de externe omgeving ontwikkelen zich snel. Het verdienmodel staat ter discussie, want marges in delen van de foodketen zijn te laag. Naast de route van efficiency en schaalgrootte, wordt een andere marsroute naar de toekomst steeds belangrijker; die waarin de klant en toegevoegde waarde centraal staan. Dat vraagt om een sterkere externe oriëntatie, om continue innovatie en echte bereidheid samen te werken. In deze ontwikkeling speelt marketing een belangrijke rol. Juist de marketeer is bij uitstek geschikt de kansen en uitdagingen van de markt te verbinden met de kracht en sterkte van de onderneming. En wel zo dat de klant en zijn omgeving belangrijker worden dan de prijs. AgroFoodMarketing ontwikkelt op die manier waarde voor alle stakeholders; niet alleen voor de shareholders. Een enorme verandering, die uitdagend en complex is. Dit toekomstbeeld vraagt om mensen met competenties waarmee we als sector in staat zijn het roer om te gooien. Mensen die ondernemen met het gezicht naar de markt, die goed kunnen samenwerken, die de creativiteit en het lef hebben om te innoveren. We hebben nieuwe helden nodig. Aan het opleiden en inspireren van deze mensen draagt het lectoraat AgroFoodMarketing van de HAS Hogeschool actief bij.
DOCUMENT
In dit artikel wordt beschreven hoe het leren in een hybride leeromgeving (school en beroepspraktijk) vorm wordt gegeven en geeft hierbij een overzicht van inzichten uit de wetenschappelijke literatuur.
DOCUMENT
Garages voor service en onderhoud van voertuigen zullen tussen nu en 5-10 jaar ingrijpend zijn veranderd. Drie veranderingen zullen zorgen dat de garage van nu over een paar jaar niet meer bestaat: • Veranderingen in voertuigtechnologie. Bijvoorbeeld: informatie technologie voor besturing, monitoring, communicatietechnologie en elektrische aandrijving; • Veranderingen in procestechnologie. Bijvoorbeeld Smart Industry (big data, augmented reality, Internet of Things); • Veranderingen in klantgedrag. Verschuiving van voertuigbezit naar -gebruik (groei van professioneel eigenaarschap), flexibelere service. Voor de voertuigonderhoudsbranche (leden INNOVAM en BOVAG) is niet duidelijk hoe de verandering naar de toekomstige werkplaats zal zijn. Er zijn genoeg rapporten, studies en trendwatchers die aangeven wat de verwachting van de verandering is. Maar nergens wordt aangegeven hoe de garagehouder praktisch haar of zijn garage levensvatbaar kan houden. Het onderzoek naar de werkplaats van de toekomst vult deze leemte. Als resultaat wordt aangegeven hoe de individuele garagehouder een levensvatbare transitie kan maken op in technologie en processen. Antwoord wordt gegeven op de vragen: • Hoe ziet de fysieke werkplaats eruit (technologieën, processen, locaties)? • Wie werkt in de werkplaats van de toekomst (kennis en competenties van medewerkers)? Uit de veranderingen in voertuigtechnologie, procestechnologie en klantgedrag gaan we in dit onderzoek scenario’s ontwikkelen, die een levensvatbare en duurzame bedrijfsformule voor garagehouders opleveren. Een scenario is een set van hypotheses op basis van de inbreng van de garagehouders, theoretisch onderzoek. Deze hypotheses worden door onderzoekers en studenten van de HAN en Aventus, samen met garagehouders, getest in de praktijk door pilot testen, proofs of concept voor producten, processen en bedrijfsformules. Om tot deze bedrijfsformules op lange termijn te komen wordt per scenario een roadmap ontwikkeld, waarin stappen worden voorgesteld die per stap ook levensvatbaar zijn.