In studiejaar 2012-13 heeft de opleiding het eerstejaarsassessment ontwikkeld en voor het eerst afgenomen onder alle eerstejaars studenten. De opleiding Huidtherapie heeft een ompetentiegericht curriculum, gericht op een sterke relatie met de beroepspraktijk, waarin opdrachten gebaseerd zijn op kritieke beroepssituaties. De opleiding hanteert als eis dat de student het assessment (de meesterproef) van de propedeuse haalt. Het doel van het ssessment is het beoordelen of de student de voor de huidtherapeut noodzakelijke ompetenties voldoende beheerst in authentieke beroepssituaties om de studie te kunnen vervolgen in de hoofdfase. Er hangt voor de student veel van af. De toets moet daadwerkelijk meten waar in het studiejaar aan gewerkt is. Voor de opleiding is ook de authenticiteit van belang: de toets moet een weergave zijn van taken die de student straks in de beroepspraktijk uitvoert. Om die redden zijn bij de beoordeling ook assessoren uit de beroepspraktijk betrokken. Ook is het belangrijk dat de toets en de wijze van eoordeling voor studenten voldoende transparent zijn. LinkedIn: https://www.linkedin.com/in/froukje-jellema-78733a63/ https://www.linkedin.com/in/drs-natasha-e-labohm-1392b12/
Verkenning naar de wenselijkheid en mogelijkheid van selectie op geschiktheid voor het beroep van leraar en van verzwaring van vakinhoudelijke eisen voor de tweedegraads lerarenopleidingen. Het rapport 'wenselijkheid en mogelijkheid van selectie op geschiktheid voor het beroep van leraar', is door het ministerie van OCW gebruikt als input voor de voortgangsrapportage voor de Lerarenagenda 2013-2020. Dit rapport is het resultaat van een verkennend onderzoek dat is uitgevoerd door het kenniscentrum Onderwijs en Opvoeding van de HvA in samenwerking met het ICLON, en dat onder leiding stond van Marco Snoek en Jan van Driel. Op basis van de focusgesprekken constateren de onderzoekers dat veel opleidingen meer mogelijkheden wensen ten aanzien van selectie voor de poort. Niet in alle gevallen ligt daarbij echter de focus op selectie t.a.v. geschiktheid. Bovendien hebben met name de HBO-opleidingen nu reeds diverse maatregelen genomen binnen de huidige regelgeving (zoals de studiekeuzecheck en propedeuse-eisen). Het lijkt verstandig om de effecten van deze en andere maatregelen nader te evalueren alvorens tot een brede instroomselectie over te gaan. Terughoudendheid ten aanzien van grootschalige maatregelen lijkt op zijn plaats. Pilots op kleine schaal kunnen meer zicht geven op mogelijke instrumenten die ingezet kunnen worden en hun effecten op de instroom. De lerarenopleidingen lijken bereid om met dergelijke pilots te experimenteren. In opdracht van NRO is nu een vervolgonderzoek gestart in de vorm van een literatuur review rond de mogelijkheden en voorspelbaarheid van selectie van leraren ten aanzien van hun geschiktheid voor het beroep.
Bij de pabo van de Hogeschool Utrecht zijn twee cursussen ontworpen op basis van de principes van programmatisch toetsen. In de voltijd jaar 1 van de propedeuse is dit experiment in het studiejaar 2022-2023 gestart. Met het experiment wil de opleiding onderzoeken of de principes van dit onderwijsconcept passend zijn bij de pabo. Studenten nemen bewijsmateriaal op in een portfolio systeem en verschillende feedbackgevers geven daar feedback op. Na het geven van feedback wordt zo’n bewijsstuk een datapunt. Een datapunt is niet meer dan 1 brokje informatie die iets zegt over het functioneren van de student. De examinator beoordeelt in het portfolio niet het bewijsmateriaal zelf, maar integreert de feedback die is gegeven door experts (vakdocenten en praktijkopleider) en combineert dit met de feedback van de student zelf en zijn medestudenten. Tijdens deze workshop hebben deelnemers ervaring opgedaan met dit experiment. Hoe beoordelen onze examinatoren het programmatische portfolio. De deelnemers hebben zelf een beoordeling uitgevoerd enkel op basis van feedback van anderen. Lukt het zonder inhoudelijk expert te zijn tot een holistisch oordeel te komen van de leeruitkomsten die centraal staan.
Ontwikkelingsgerichte feedback biedt enorme kansen om de zelfregulatie van studenten te bevorderen. Verschillende principes zijn in dit project gebruikt om onderwijs te ontwerpen voor de propedeuse van de HUpabo. Er wordt gewerkt met principes van programmatisch toetsen, met leeruitkomsten, met leerteamleren, met het digitale portfolio Scorion en een feedbacktraining voor studenten.Doel Dit project heeft als doel om met semester onderwijs ruimte te geven aan ontwikkelingsgerichte feedback. Het digitale portfolio wordt een centrale plek waarin studenten feedback ontvangen en hun ontwikkeling kunnen monitoren. De feedbacktraining heeft als doel dat studenten beter in staat zijn feedback te begrijpen en gebruiken. Behaalde resultaten Dit project zal een Nederlandstalig onderzoeksrapport opleveren, resultaten worden gedeeld via presentaties tijdens conferenties en publicaties. Deze opbrengsten zullen interessant zijn voor collega’s in het hoger onderwijs die gebruik maken of willen maken van ontwikkelingsgerichte feedback. Interview Bas Agricola: Ontwikkelingsgericht opleiden met een digitaal portfolio op de pabo aan de Hogeschool Utrecht Workshop Driestar (6 april 2023). Tijdens de landelijke assessorendag hebben deelnemers aan de workshop zelf een portfoliobeoordeling uitgevoerd enkel op basis van feedback van anderen. Lukt het zonder inhoudelijk expert te zijn om tot een holistisch oordeel te komen van de leeruitkomsten die centraal staan? Presentatie: Van toetscultuur naar feedback cultuur met leeruitkomsten en portfolio bij de HUpabo. Looptijd 01 mei 2022 - 30 oktober 2023 Aanpak We ontwerpen samen met docenten het onderwijs en het digitale portfolio inclusief de feedbackmomenten. We evalueren bij studenten hun ervaring met het ontvangen van feedback via het digitale portfolio en de invloed van de training op hun feedbackgeletterdheid en zelfregulatie. Dat gebeurt met focusgroep interviews. Impact Bij het ontwerpen en implementeren van de cursussen en de feedbacktraining wordt in dit project de focus gelegd op de student als feedback ontvanger. Deze focus van de feedback gever naar de feedback ontvanger wordt pas recent gemaakt. Het maakt daardoor niet uit waar de feedback vandaan komt: van een opleider, van een medestudent of van de student zelf. Wel heeft het gevolgen voor de onderwijspraktijk waarin opleiders en studenten samenwerken. Financiering Dit project wordt uitgevoerd met een NRO Comenius Teaching Fellow beurs (2022/NRO/40.5.22865.149) en met HU Digitale Leer Omgeving Kwaliteitsgelden. .
Project SMARTcode richt zich op de verdere ontwikkeling van software tools en bijbehorende workflows voor modelgebaseerde ontwikkeling van regelsystemen. SMARTcode volgde hiermee RAAK-Award 2015 winnend project Fast & Curious op. Fast & Curious richtte zich op de prototype fase. SMARTcode borduurt hierop voort door zich te richten op aspecten voor ontwikkeling van serieproducten en de servicing daarvan. Dat resulteerde in verrijkte tools met daarin ondersteuning voor bijvoorbeeld communicatieprotocollen gericht op serieproducten en een service mode van het programma HANtune, dat dient als real-time dashboard op een regelsysteem. Deze tools bieden MKB’ers de mogelijkheid om op een laagdrempelige manier de kracht van modelgebaseerd ontwikkeling te introduceren in de ontwikkeling van hun producten. Tegelijk vormen de tools marktrelevante gereedschappen in het onderwijs. Naast de software tools leverde SMARTcode ook workflows, verwerkt in hands-on workshops en tevens in de vorm van een recommended practice op het gebied van functionele veiligheid; een taai onderwerp voor het MKB en het onderwijs. Het top-up project beoogt twee doelen: - Het in een toegankelijke vorm publiceren van de ‘recommended practice’ op het gebied van functionele veiligheid. Dit gebeurt in ‘open-source’ vorm, middels een publieke wiki als onderdeel van de website www.openMBD.com, reeds ontwikkeld in het kader van het Fast & Curious top-up project. - De ontwikkeling van twee practica voor alle propedeuse studenten autotechniek op basis van de SMARTcode tools en workflows, waarmee de praktische kant van modelgebaseerde ontwikkeling van regelsystemen verder in het automotive curriculum verankerd wordt.
Solarize bestaat uit een team van twee studenten Werktuigbouwkunde aan de HAN in Arnhem die reeds tijdens de propedeusefase in 2013 begonnen zijn met het ontwerpen van een duurzaam systeem om de gaskosten van woningen te reduceren. Solarize bestaat nu vier jaar en heeft een duurzaam warmtesysteem ontwikkeld waarmee een nieuwbouwhuis goedkoop aan de strenge energienorm, de BENG norm die in 2020 verplicht gaat worden, zal kunnen voldoen. Met de innovatieve vacuümbuiscollectoren kan Solarize ruim 50% van het gasverbruik vervangen door duurzame energie. Dit duurzame warmtesysteem onderscheidt zich vooral door de lage investering en de hoge energieopbrengst, waardoor het de meest aantrekkelijke oplossing is voor de consument om aan de binnenkort verplichte BENG norm te voldoen.