In regio “De Vallei”, bestaande uit de gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Scherpenzeel en Wageningen, bestaat er onvoldoende inzicht in de mate waarin maatregelen voor de beheersing van het groepsrisico worden uitgevoerd en de manier waarop deze uitvoering is georganiseerd. Het doel van dit onderzoek is om te verkennen op welke manieren de doorwerking en mate van uitvoering van maatregelen voor de beheersing van het groepsrisico in Regio De Vallei kan worden vergroot. Om inzicht te krijgen in de mate van uitvoering van maatregelen zijn acht ruimtelijke ontwikkelingen in De Vallei onderzocht. Het onderzoeken van meer projecten was hierbij niet mogelijk, omdat er in de periode 2004-2009 niet meer bestemmingsplannen zijn vastgesteld waarin maatregelen voor de beheersing van het groepsrisico zijn opgenomen. Via literatuuronderzoek, dossieronderzoek, interviews met betrokkenen en inspectie is voor deze projecten onderzocht: welke maatregelen voor de beheersing van het groepsrisico zijn voorgesteld; in hoeverre en op welke manier voorgestelde maatregelen zijn uitgevoerd; op welke manier toezicht op en handhaving van maatregelen plaats vindt; waardoor voorgestelde maatregelen wel of niet gerealiseerd zijn.
MULTIFILE
In regio “De Vallei”, bestaande uit de gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Scherpenzeel en Wageningen, bestaat er onvoldoende inzicht in de mate waarin maatregelen voor de beheersing van het groepsrisico worden uitgevoerd en de manier waarop deze uitvoering is georganiseerd. Het doel van dit onderzoek is om te verkennen op welke manieren de doorwerking en mate van uitvoering van maatregelen voor de beheersing van het groepsrisico in Regio De Vallei kan worden vergroot. Om inzicht te krijgen in de mate van uitvoering van maatregelen zijn acht ruimtelijke ontwikkelingen in De Vallei onderzocht. Het onderzoeken van meer projecten was hierbij niet mogelijk, omdat er in de periode 2004-2009 niet meer bestemmingsplannen zijn vastgesteld waarin maatregelen voor de beheersing van het groepsrisico zijn opgenomen. Via literatuuronderzoek, dossieronderzoek, interviews met betrokkenen en inspectie is voor deze projecten onderzocht: • welke maatregelen voor de beheersing van het groepsrisico zijn voorgesteld; • in hoeverre en op welke manier voorgestelde maatregelen zijn uitgevoerd;• op welke manier toezicht op en handhaving van maatregelen plaats vindt;• waardoor voorgestelde maatregelen wel of niet gerealiseerd zijn.
MULTIFILE
In 2020 dienen basisscholen Wetenschap & Technologie geïntegreerd te hebben in hun curriculum (Techniekpact, 2013). Veel scholen moeten nog flinke stappen zetten en in sommige gevallen moeten de eerste stappen nog worden gezet. In de onderwijspraktijk is behoefte aan houvast voor het kiezen van leermateriaal op het gebied van W&T. Er is behoefte aan middelen om de kwaliteit van het beschikbare materiaal te analyseren en aan een analyse van veelgebruikte materialen. In dit kortlopende project van het expertisecentrum TechYourFuture is een analysekader ontwikkeld voor het beoordelen van de kwaliteit van W&T onderwijsmateriaal. Daarbij zijn zes wereldoriëntatie methodes geanalyseerd op hun W&T-gehalte. In wat volgt, wordt uiteengezet hoe het onderzoek is opgezet welke keuzes daarbinnen gemaakt zijn. Tevens worden de bevindingen gepresenteerd en worden conclusies getrokken.
MULTIFILE
In veel Afrikaanse landen zien we een inperking van de maatschappelijke ruimte (‘civic space’). Deze ruimte is cruciaal om in democratische staten transparantie, vrijheid van meningsuiting en verantwoording van bestuur te realiseren. In een steeds sterke digitaliserende maatschappij wordt toegang tot digitale middelen een mensenrecht. Daar waar regeringen proberen hun burgers en organisaties dat recht tot digitale informatievoorziening en –uitwisselingen te ontnemen komen de Sustainable Development Goals in het gedrang. Doel African Digital Rights Network (ADRN) wil inzicht verkrijgen in de stakeholders ne technologieën die betrokken zijn net het openen of onderdrukken van de online maatschappelijke ruimte (‘civic space’). Het netwerk beoogt bij te dragen aam empowerment van burgers om hun digitale mensenrechten uit te oefenen. Resultaten ADRN heeft een vergelijkende studie van 10 Afrikaanse landen uitgevoerd naar het gebruik van digitale technologieën voor het openen of onderdrukken van de online maatschappelijke ruimte (‘civic space’). Het project heeft onder andere geleidt tot de volgende publicatie: Mapping the Supply of Surveillance Technologies to Africa: Case Studies from Nigeria, Ghana, Morocco, Malawi, and Zambia Looptijd 01 mei 2020 - 20 april 2021 Aanpak ADRN organiseert een netwerk van onderzoekers, analisten, digitale rechtenorganisaties en activisten om de dynamiek van het openen en onderdrukken van de digitale maatschappelijke ruimte in kaart te brengen. Het netwerk bouwt op een interdisciplinaire onderzoeksaanpak o.l.v. het Institute for Development Studies, een vooraanstaand onderzoeksinstituut. Relevantie van het project Het onderzoek leidt tot aanbevelingen voor o.a. beleidsmakers en maatschappelijke organisaties ter bevordering van de digitale maatschappelijke ruimte. Daarnaast worden digitale tools en trainingsmateriaal gefaciliteerd voor het monitoren van ontwikkelingen en dreigingen van de digitale maatschappelijke ruimte. CofinancieringDit onderzoek wordt gefinancierd door UKRI - GCRF Digital Innovation for Development in Africa (DIDA)Meer weten? UKRI GCRF: African Digital Rights Network Website ADRN
Achtergrond en vraagarticulatie Door klimaatverandering en toenemende vervuiling staat de beschikbaarheid van schoon grondwater en oppervlaktewater steeds meer onder druk. Tegelijkertijd stijgt de vraag naar schoon water, voor drinkwaterproductie, industrie en landbouw. Hergebruik van gezuiverd rioolwater (effluent) kan een oplossing bieden. De maatschappelijke winst door het vergaand zuiveren en hergebruiken van effluent is veelzijdig, zowel ecologisch als economisch, maar sterk afhankelijk van locatie-specifieke situaties. Keuzes met betrekking tot hergebruik vereisen zorgvuldige en integrale afweging van verschillende belangen, kosten en baten. Onderzoeksvraag en doel De centrale onderzoeksvraag luidt: “Hoe leiden in locatie-specifieke situaties, het watersysteem, sociaaleconomische factoren, en de inzet van waterzuiveringstechnologie tot maatschappelijk verantwoorde keuzes m.b.t. (her)gebruik van RWZI-effluenten voor ecologie en economie”? Het projectdoel is om een afwegingskader te ontwikkelen dat waterschappen en drinkwaterbedrijven rationele onderbouwing biedt bij de maatschappelijke verantwoording van keuzes over de bestemming van (additioneel-gezuiverd) effluent. Aanpak en resultaat Voor de ontwikkeling van het afwegingskader wordt in verschillende casusgebieden de watervraag- en aanbod in kaart gebracht en worden knelpunten rond de (toekomstige) beschikbaarheid van water voor de diverse belanghebbenden geanalyseerd. Vervolgens wordt onderzocht hoe effluentlozingen doorwerken op de kwaliteit van grondwater en oppervlaktewater en met welke technieken deze kwaliteit duurzaam verbeterd kan worden. Tot slot wordt een model ontwikkeld, dat de basis vormt voor een integraal afwegingskader, waarmee in specifieke situaties rationele grondslag wordt geboden aan keuzes rond de inzet van effluent ten behoeve van een robuuste watervoorziening. Via multi-criteria-analyse wordt onderzocht in welke situaties en op welke manier vergaande zuivering en hergebruik van effluent het meest kansrijk is. Consortium In dit project werken hogescholen, waterschappen en drinkwaterbedrijven op een unieke manier samen, waarmee de interactie tussen praktijk, onderzoek en onderwijs, wordt gestimuleerd. De kwaliteit en doorwerking naar beroepspraktijk, onderzoek en onderwijs wordt vergroot door samenwerking met vertegenwoordigers van kennisinstellingen, overheden, industrie, natuur en landbouw.
Verbinden van landbouw en natuur is een belangrijke uitdaging. Voor individuele boeren, voor de 40 collectieven waarin boeren samenwerken, voor de partners in de keten en voor een breed scala aan belanghebbenden. Uitdagingen zijn er in het operationeel beheer, de bedrijfsvoering, het verdienmodel en de relaties met organisaties en overheden - oftewel op ecologisch, economisch, sociaal en institutioneel vlak niveau. Binnen Nederland kunnen er grote verschillen zijn tussen gebieden in de uitdagingen die daar spelen Dit betekent dat de uit onderzoek bekende algemene set van succes- en faalfactoren niet zomaar integraal voor elk gebied geldt. Er zal een vertaalslag gemaakt moeten worden van algemeen naar gebiedsspecifiek. Dit project maakt die vertaalslag, samen met praktijkorganisaties, in 3 werkpakketten. In Werkpakket 1 bouwen we een set concrete, praktische handvatten voor organisaties in een gebied om de algemene succes- en faalfactoren te kunnen vertalen naar concrete kansen en knelpunten in de context van een gebied (ontworpen en getest in de praktijk). Op basis hiervan worden voor en met gebiedspartners een aantal doelen geformuleerd. Deze vormen de basis voor Werkpakket 2 waarin we een meerjarig actieplan opstellen binnen 7 casussen vanuit praktijkorganisaties. Dit actieplan werkt aan het benutten van kansen en het zo goed mogelijk omgaan met de knelpunten, het wordt opgestart in het project en zal doorlopen na afsluiting van het project. Doordat de casussen over Nederland verspreid zijn ontstaat een breed palet aan ervaringen waar we in Werkpakket 3 van leren. We vertalen de ervaringen naar praktijkgerichte, toepasbare kennis en producten voor praktijk en onderwijs. Op deze manier legt dit project de verbinding tussen waardevolle kennis die in de afgelopen jaren is opgedaan en de concrete uitdagingen om natuurinclusieve landbouw in een specifieke context te ontwikkelen. Met daarbij aandacht voor de ecologische, economische, sociale en institutionele aspecten.