Lectorale rede, in verkorte vorm uitgesproken bij de aanvaarding van de functie van lector Mens en Technologie aan Fontys Hogeschool HRM en Psychologie op 7 juni 2013. In deze rede wordt men meegenomen op een tochtje door de wereld van mens en technologie. Eerst worden een aantal relevante ontwikkelingen op het snijvlak van psychologie en technologie getoond. Vervolgens wordt men meegenomen in de praktijk door voor verschillende toepassingsdomeinen de mogelijkheden van technologie te laten zien en relevantie onderzoeksvragen te bespreken. Tenslotte wordt door de wereld van het HBO en het lectoraat gereisd, waarbij wordt getoond wat de missie is van het lectoraat en hoe er gestalte aan gegeven zal worden. Onderweg wordt geregeld uit het raampje gekeken om inspirerende voorbeelden te zien van projecten, producten en samenwerkingsverbanden.
Het lectoraat richt zich op participatie en stedelijke ontwikkeling. De uitdagingen en problemen die spelen in stedelijke omgevingen gaan vaak over ‘delen’ en ‘verdelen’, en over de voortdurende spanningsverhouding tussen de verscheidenheid én verbondenheid die daarbij hoort. De stad zijn wij. Voor die sociale stedelijke ontwikkeling zet het lectoraat zich in door onderzoek te doen naar de mogelijkheden om de kracht van relaties en netwerken in de stad te versterken. Dat doen we vanuit onderzoek en onderwijs samen met de praktijk en het beleid. We werken ingebed, als embedded practice-based researchers. We willen relaties en netwerken niet alleen beter proberen te begrijpen, zoals de voortdurende en intrigerende spanningsverhouding tussen eenheid en verscheidenheid van mensen die daar deel van uitmaken. Ook willen we ze een positieve impuls geven, de kracht ervan benutten. Dat doen we mede door ook zelf met betrokkenen samen te werken, door samen te ‘zwermen’ tijdens het onderzoek, met als doel maatschappelijke participatie en stedelijke ontwikkeling te bevorderen. Want, zo zien wij het: voor de 21ste eeuw is er geen andere optie dan te delen. Na het inleidende eerste hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 uiteen gezet wat de kernbijdrage van het lectoraat is. Waar richt het lectoraat zich precies op als het gaat om participatie en stedelijke ontwikkeling? En waarom? In Hoofdstuk 3 werken we die bijdrage verder uit, door in te gaan op de doorontwikkeling van het lectoraat en het onderzoeksprogramma met drie onderzoekslijnen. Onze belangrijkste drijfveer is het realiseren van maatschappelijke impact. We besluiten de tekst in hoofdstuk 4 met een aantal slotbeschouwingen.
Deze publicatie bevat de belangrijkste bevindingen van een verkenning van de kansen die de inzet van retail en cultuur bieden voor de ontwikkeling van kwaliteit in binnensteden. Een groot aantal gemeenten wordt geconfronteerd met vraagstukken over de herinrichting van zowel hun kernen als de omliggende wijken en gebieden. Tegelijkertijd geldt dat zowel retail als cultuur zich voor belangrijke uitdagingen gesteld zien in het postcorona tijdperk. In ‘Verbinding als sleutel tot stedelijke kwaliteit’ wordt de problematiek uiteengezet, de kansen en mogelijkheden van een ontwerpbenadering toegelicht en een tweetal cases behandeld: Hart van Zuid in Rotterdam en Osdorpplein in Amsterdam.
MULTIFILE
In De Haagse Hogeschool werken de lectoraten vanuit faculteiten, dicht bij het onderwijs, nauw samen in zeven kenniscentra. Deze kenniscentra zijn de verbinding tussen de regio, met zijn actuele thema’s (vaak gelinkt aan het missiegedreven innovatiebeleid van de overheid) en het onderwijs en onderzoek van de Haagse Hogeschool. De zeven kenniscentra van De Haagse Hogeschool zijn: Cybersecurity, Digital Operations & Finance, Global & Inclusive Learning, Global Governance, Health Innovation, Governance of Urban Transitions & Mission Zero. Deze kenniscentra zijn in opstartende fase en worden ondersteund door centrale diensten. De Haagse Hogeschool kiest voor versterking van de onderzoeksinfrastructuur die centraal staat in de kenniscentra: ‘de Haagse Labs’. Praktijkgericht onderzoek vindt in deze omgevingen plaats als een vervlechting van onderwijs (studenten en docenten), onderzoek, het werkveld en maatschappelijke partners. Sommige labs hebben een tijdelijk karakter, andere, zoals de hogeschool zelf, zijn continu een omgeving waarbinnen onderzoek gedaan wordt. De Haagse Labs zijn bij uitstek de plek waarin nauw samengewerkt wordt met andere hogescholen of kennisinstellingen (veelal zijn ze ontstaan uit een samenwerking zoals The Green Village, of het Basalt SmartLab). De keuze voor de Haagse Labs geeft verdieping aan regionale samenwerkingen en bijbehorende speerpunten. De huidige, meer informele inrichting, kan met behulp van Impuls 2020, verder structuur krijgen, leiden tot een betere kennisdeling tussen de kenniscentra heen en de regionale netwerkvorming versterken. Naast het formaliseren van ‘de Haagse Labs’ zetten we in op zichtbaarheid van de Hogeschool in de regio door te investeren in communicatie (denk bijvoorbeeld aan het opzetten van podcasts, en digitale middelen in Corona-tijd). Die profilering van ons onderzoek wordt verder ondersteunt door een traject rond visievorming en strategische positionering. De kenniscentra zullen begeleid worden om einde 2021 een visie te ontwikkelen met bijbehorende acties om de rol van de hogeschool in de regio te versterken.
Binnen het Lectorenplatform Water werken lectoren van de zeven hogescholen HZ University of Applied Sciences, Hogeschool Van Hall Larenstein, NHL Stenden, Saxion, Hogeschool Rotterdam, Hanzehogeschool Groningen en HAN University of Applied Sciences samen aan watergerelateerde, praktijkgerichte onderzoeksvraagstukken. Aanleiding is de steeds urgenter wordende problematiek van watergerelateerde gebiedsopgaven in het Nederlandse deltagebied. Deze vraagt om innovaties, van technische en niet-technische aard. Belangrijk is dat innovaties verder komen dan de “experimenteer- en pilotfase”. Dat kan alleen door een intensief samenspel tussen overheid, bedrijfsleven, kennisinstituten, burgers en belangenpartijen (de “quadruple helix”) vanaf het prille begin. Het HBO kan daar met praktijkgericht onderzoek en opleiding van nieuwe generaties professionals een significante bijdrage leveren. De ambitie om dit proces, de transitie naar een robuuste en duurzame delta, in alle landschapstypen van de delta op gang te brengen vereist de bundeling van kennis- en kunde van de betrokken hogescholen. Dat was dan ook de aanleiding voor de oprichting van het nationale Lectorenplatform Water. Watergerelateerde vraagstukken uit de missies C, E en F binnen het thema Landbouw, Water en Voedsel uit het missiegedreven Innovatiebeleid vormen de inhoudelijke kaders voor het Lectorenplatform. In elk landschapstype van de delta maken lectoren deel uit van langjarige netwerken en open innovatie omgevingen: living labs. Lectoren benutten de living labs om de gebieds-specifieke opgaven binnen de missies C, E en F te identificeren, te adresseren en op te pakken binnen prakrijkgericht onderzoek. De living labs fungeren daarmee als interface tussen top down beleid en regionale uitdagingen. Zij leveren - tezamen met niet gebieds-specifieke opgaven - input voor de gezamenlijke onderzoeksagenda en -programmering. Doelstellingen periode mei 2020 – december 2021: • Realiseren gezamenlijke onderzoeksagenda- en programmering 2020 – 2023 • Verbreden en verdiepen coalitie van samenwerkende lectoren • Verbreden en verdiepen samenwerking in de kennisketen en binnen de regio’s • Vergroten zichtbaarheid en herkenbaarheid
Een belangrijke opdracht binnen het missiegedreven topsectoren- en innovatiebeleid is het innoveren in de zorg om hiermee een bijdrage te leveren aan vitaal functionerende burgers in een gezonde economie. In het voorgestelde programma worden technologische innovaties geschikt en toegankelijk gemaakt voor mensen met een lagere SES (sociaaleconomische status) om hun gezondheid en welzijn te bevorderen in de regio’s Noord- en Oost-Nederland. Innovaties die daadwerkelijk resulteren in de gewenste effecten bij de doelgroep, maatschappelijke meerwaarde opleveren én financierbaar en organiseerbaar zijn. Innovaties die regie op de eigen gezondheid bieden, inzetbaar zijn in de eigen leefomgeving en bruikbaar en toegankelijk zijn voor zowel burgers met een lagere SES als gezondheidsprofessionals. In het quintuple helix netwerk van Saxion en Hanzehogeschool, Centres of Expertise, MKBs, zorg- en welzijnsorganisaties, kennisinstellingen, burgers en de overheid worden structureel sleutel-methodologieën ingezet om de doelstellingen te behalen. Er worden methoden zoals co-creatie en participatie ingezet in experimentele omgevingen, te weten drie leergemeenschappen: het voorkomen, verplaatsen en vervangen van zorg. Er wordt ingezet op gedrag en empowerment van burgers met een lagere SES en er vindt een continue effectmeting en monitoring plaats van de ingezette technologische innovaties (sleutel-technologieën). Hierbij zullen vraagstukken rondom waardecreatie en opschaling systematisch geagendeerd worden. De SPRONG-onderzoeksgroep werkt de komende jaren interdisciplinair, instelling-overstijgend en met meerdere stakeholders samen in de drie interacterende leergemeenschappen waarbij state-of-the-art kennis, sleutel-methodologieën en netwerken optimaal worden benut en geborgd. Met de samenstelling van dit consortium maken we de transitie van (1) multidisciplinaire naar interdisciplinaire samenwerking, (2) van samenwerking binnen projecten naar project-overstijgend samenwerken, en (3) van incidentele samenwerking naar strategische samenwerkingsverbanden in een doelgericht organisatie-netwerk. De SPRONG-groep heeft over 8 jaar een leidende positie bij het geschikt en toegankelijk maken van technologische innovaties die zorgen voor gezondheidswinst voor burgers met een lagere SES.