This study aims to identify factors that impact on the internationalisation of learning outcomes of programmes at The Hague University of Applied Sciences (THUAS). The process of the articulation of learning outcomes has been studied at institutional, faculty and programme levels. Both document analysis and action research with trainers, managers and lecturers provided data for this study. The study describes the broader issue and the layers of contexts in which THUAS operates: the global, European, national, local and institutional. Within the latter two, several strategies are distinguished, i.e. research on employability skills of students and THUAS’ Educational vision. The strategies for internationalisation of learning outcomes at THUAS are then placed in an international perspective. The next section zooms in on current practice on the basis of self-assessment and management reports of THUAS faculties. The analysis of these reports is followed by more detailed observations from individual programmes. Analysis and observations are then connected to professional development for internationalisation of teaching and learning. Three elements of THUAS’ extensive programme for professional development are discussed in more detail. The study ends with the identification of priorities to internationalise learning outcomes across THUAS.
When using autonomous reconfigurable manufacturing system, that offers generic services, there is the possibility to dynamically manufacture a range of products using the same manufacturing equipment. Opportunities are created to optimally scale the production using reconfiguration means and automatically manufacture small amounts of unique or highly customizable products. Basically the result is a short time to market for new products. This paper discusses the problems that arise when manufacturing systems are reconfigured and the impact of this action on the entire system. The proposed software architecture and tooling makes it possible to quickly reconfigure a system without interference to other system, and shows how the reconfigured hardware can be controlled without the need to reprogram the software. Parameters that are required to control the new hardware can be added using a simple tool. As a result reconfiguration is simplified and can be achieved quickly by mechanics without reprogramming any systems. The impact is that time to market can be reduced and manufacturing systems can quickly be adapted to current real-time needs.
Duurzame ontwikkeling staat hoog op lokale, nationale en internationale politieke agenda’s. Denk alleen al aan klimaatverandering, biodiversiteit, de stikstofcrisis, de gezondheidscrisis, de teloorgang van stilte en stiltegebieden en de ontwikkeling van de circulaire economie.Duurzame ontwikkeling bestaat nadrukkelijk uit aspecten op het gebied van milieu, mens en economie. Daarbij is het perspectief van de stakeholders in de sector, de bedrijven, overheden, omwonenden, klanten en belanghebbenden van groot belang.De gastvrijheidssector speelt hierin een dubbele rol: enerzijds creëren deze sector veel waarde uit natuurlijke hulpbronnen zoals juist de kwaliteit van natuur, biodiversiteit, landschap, stilte, schone lucht. Anderzijds speelt de sector een rol bij het ontstaan van klimaatverandering, stikstofoxiden, verlies van biodiversiteit en stilte.Het project beoogt voor bovenstaande problematiek een onderzoekagenda op te stellen. De onderzoekagenda geeft een systematisch overzicht van de problematiek, een vertaling naar de potentiële onderzoeksvragen en mogelijke resultaten.Partners: Hogeschool Zeeland (HZ), NHL/Stenden.
Kindermishandeling is een veelkoppig monster. Een van die koppen is de eenzaamheid die slachtoffers ervaren. Onderdeel daarvan is dat kinderen meestal zwijgen over wat ze meemaken. Maar deze stilte dient deze kinderen niet. Een ontwikkeld lespakket en vier uitzendingen van Het Klokhuis kunnen kinderen helpen het zwijgen te doorbreken.Doel Het doel van de vier uitzendingen en het lespakket is onder meer kindermishandeling te herkennen en kinderen te stimuleren om met anderen te praten over kindermishandeling. Dit praten over kindersmishandeling is niet alleen bedoeld voor kinderen die een vorm van kindermishandeling meemaken, maar voor alle andere kinderen, zodat ze gaan ervaren dat kindermishandeling een onderwerp van gesprek mag zijn. De leerkracht werd aangemoedigd om zich voor te bereiden en werd daarin ondersteund met achtergrond- en lesmateriaal. In de vier lessen wordt gebruik gemaakt van allerlei werkvormen, waaronder video’s en groepsgesprekken. Resultaten De aanpak met dit lespakket blijkt een succesvolle methode. In dit onderzoek hebben we niet alleen de effecten vastgesteld, maar geven we ook antwoorden op de vraag waarom dit lespakket effectief is. Belangrijke resultaten zijn dat kinderen in de experimentele conditie (zij die met het lespakket hadden gewerkt) situaties van kindermishandeling vaker zijn gaan herkennen, maar ook na schooltijd vaker over kindermishandeling gingen praten, dan kinderen in de controle conditie (die niet met het lespakket hadden gewerkt). Bovendien vonden we krachtige ondersteuning dat sociale of omgevingsfactoren van invloed zijn op het praten over kindermishandeling. Dat is belangrijk voor de ontwikkeling van onze kennis over het disclosure klimaat. Looptijd 01 juni 2017 - 01 oktober 2021 Aanpak Het effect van dit lespakket hebben we onderzocht met een quasi-experiment. Dit betekent dat we klassen (kinderen plus leerkrachten) die dit lespakket gebruikten vergeleken met klassen die dat niet deden en zij een voor- en nameting kregen. We hebben daarbij een steekproef getrokken uit scholen waarop vooral kinderen zitten van laag opgeleide ouders en met verschillende etnische achtergronden. In totaal namen 757 kinderen uit 53 klassen aan beide metingen deel. Naast deze studie hebben we een bijeenkomst georganiseerd met experts uit beleid, onderzoek, onderwijs, training en ervaringsdeskundige experts. Samen met hen zijn we nagegaan hoe we dit lespakket samen met de andere onderwijsmiddelen voor dit doel kunnen inzetten om kindermishandeling tegen te gaan. Ook is de verworven kennis gedeeld met het landelijke Actieprogramma van de Rijksoverheid Geweld Hoort Nergens Thuis.
This top-up project is related to the on-going RAAK MKB-project SafeGo (Seismic Monitoring, Design And Strengthening For thE GrOningen Region) . SafeGo combines knowledge of SMEs in the earthquake region of Groningen with innovative solutions and demonstration of technologies, to improve the process of seismic strengthening of houses. Innovative methods and approaches for monitoring and strengthening of structures are tested and further developed in SafeGo In the monitoring part of the project, SafeGo combines soil data, structural data and the sensor data to reach conclusions for the reasons behind observed damages in buildings. Fraeylemaborg, a castle-museum in Slochteren dating back to the 14th century, is used as a testbed. Various sensors are used for monitoring accelerations, tilt and water pressure. In the strengthening part of the project, masonry walls were built and strengthened by the participating SMEs. These walls are placed on the shake table and tested with real earthquake vibrations. A shake table is an accurate laboratory equipment which simulates earthquakes. Majority of the tasks in SafeGo are related either to the site or to the laboratory, which are environments outside of the school. Although an intensive student participation was initially planned, this was not achieved due to COVID19 crisis and the series of mobility restrictions, neither in the monitoring nor in the shake table testing parts of the project. This top-up project aims to transfer the knowledge and create interaction with the students for the SafeGo project. Visitation to the monitored building and presentations to the students on the monitoring system, visitations to the shake table laboratory and interactive events are planned within this project.