Diversiteit is een gegeven, in iedere groep verschillen leerlingen of studenten van elkaar. Op gebied van hun culturele en/of sociaal-economische achtergrond, maar ook wat betreft hun capaciteiten, motivatie en leerstijl. Ook interesses verschillen en de mate van zelfsturing. Diversiteit is er in iedere groep. Waarderen kun je interpreteren als ‘appreciëren of op prijs stellen’. Het betekent echter ook ‘inschatten of evalueren’. Niet iedereen waardeert diversiteit in de eerste zin van het woord; het is dan ook een enorme uitdaging om goed af te stemmen op diversiteit. In deze tijd van Passend Onderwijs en het M-decreet wordt dit in het onderwijs echter wel van je verwacht. Niet alleen door de overheid, maar ook door de school zelf. In vrijwel iedere visie en missie ligt de nadruk op talentontwikkeling, eigenaarschap, gepersonaliseerd leren of een andere term die verwijst naar het ondersteunen van de ontwikkeling van individuele leerlingen. Hoe jij als onderwijsprofessional diversiteit waardeert, in de tweede zin van het woord, heeft veel invloed op jouw handelen, op wat je uitstraalt en op de ontwikkeling van de leerlingen die jij lesgeeft. Daar gaat dit themanummer over. Waarderen van diversiteit gaat in de kern om jezelf kennen en de ander te willen leren kennen. Je eigen opvattingen, houding en verwachtingen, die je gedurende je leven hebt gevormd, bepalen hoe je kijkt naar diversiteit tussen leerlingen en naar jouw rol als professional. Kun je open en onbevooroordeeld naar leerlingen en hun ouders kijken en proberen te begrijpen hoe een ander naar dingen kijkt, denkt en leert?
De gemeente Amsterdam, het IAM en het ISCB hebben vanaf eind 2005 samengewerkt aan wat een interdisciplinaire minor zou worden. In het Sociaal Structuurplan 2004-2015 (gemeente Amsterdam, 2006) zijn de verwachtingen van interactieve media en glasvezel hoog en de toekomstbeelden voor 2015 positief. Onduidelijk is echter nog wat interactieve media via de nieuwe infrastructuur kunnen bijdragen op het sociale vlak. De opdracht aan de minor werd dan ook om de sociale kracht van interactieve media 2007-2017 in kaart te brengen en over bijzonderheden te rapporteren. De scenariomethode voor het hoger onderwijs is leidend geweest gedurende de minor. Belangrijkste reden is de brug die deze methode slaat tussen de vraag naar de oorzaken van maatschappelijke problemen en de vraag naar de oplossingen daarvoor. De methode combineert namelijk feitelijk onderzoek naar bestaande problemen, waarderend onderzoek naar succesverhalen en creatief denkvermogen richting de toekomst. De minor is aangevuld met een aantal verdiepende groepsactiviteiten in en rond Amsterdam.
Dit publieksonderzoek is een voortzetting van het onderzoek: Inventarisatie en analyse cultuuronderzoek Provincie Utrecht (2018). De opdracht voor beide onderzoeken is voortgekomen uit de cultuurnota Alles is NU, cultuur- en erfgoednota 2016 (Provincie Utrecht, 2016). De provincie Utrecht wil inzicht krijgen in de beleving en waardering van de culturele profilering van streken en gemeenten en de bekendheid en publiekswaardering van culturele voorzieningen en erfgoed-locaties.
Maatschappelijke ontwikkelingen als een stijgende zorgvraag, burgers die zo lang mogelijk gezond en onafhankelijk willen blijven en een positieve benadering van gezondheid stimuleren een denkomslag in de gezondheidszorg. De focus op ziekte en zorg verschuift naar een focus op preventie, gezondheid en gedrag en vervolgens naar mens en maatschappij. Gemeenschappen zijn daarin belangrijk; een gezonde wijk draagt bij aan de kansen die mensen hebben om zichzelf te ontwikkelen, te participeren in de maatschappij, en mede daardoor een versterking van hun gezondheid en welzijn. Wijkverpleegkundigen kunnen als gezondheidsbevorderaar gemeenschappen hierin ondersteunen. Volgens het beroeps- en expertiseprofiel is dit zelfs één van de belangrijkste rollen van wijkverpleegkundigen. De praktische invulling van deze rol, op zowel vakinhoudelijk als procesmatig gebied, is echter tot nu toe niet (h)erkend en in beeld gebracht. Als opleiding kunnen we daardoor onze studenten, verpleegkundigen van de toekomst, niet voldoende toerusten voor deze taak. Verpleegkundigen van onze praktijkpartners ervaren een handelingsverlegenheid ten aanzien van hun rol in wijkgerichte gezondheidsbevordering. Als CHE willen we door middel van praktijkonderzoek op deze rol reflecteren, en met en door hbo-verpleegkundigen handelingsmogelijkheden onderzoeken, waarbij de nieuwe inzichten direct terug te koppelen zijn in het onderwijs en bijdragen aan het verbeteren van de professionele praktijk van onze werkveldpartners. Het hier voorgestelde onderzoek zal zich richten op de vraag hoe wijkverpleegkundigen de nieuwe rol van wijkgerichte gezondheidsbevorderaar beschouwen, en wat zij nodig hebben om hun rol van gezondheidsbevorderaar in wijken vorm te geven. Door middel van participatief actieonderzoek zullen goede voorbeelden van wijkgericht handelen worden geïnventariseerd en beschreven. Daarnaast worden de ervaren barrières, faciliterende factoren en handelingsmogelijkheden in kaart gebracht. De opbrengsten van het onderzoek zullen worden ingezet in het onderwijs aan verpleegkundestudenten en verpleegkundigen in de betrokken praktijken. Daarnaast zullen de opbrengsten worden gedeeld in (inter)nationale publicaties, waaronder een handleiding Wijkgericht werken door verpleegkundigen.
Sinds de Coronacrisis is nog sterker dan voorheen duidelijk hoezeer ouderen in zorginstellingen behoefte hebben aan persoonsgerichte zorg. Daarnaast is zorg aan ouderen met dementie per definitie complex. Wanneer psychosociale behoeften niet worden gezien, kunnen er verveling, eenzaamheid en gedragsproblemen ontstaan. Persoonsgerichte zorg vraagt van verpleegkundigen en verzorgenden een ‘antenne’ voor het opmerken van en adequaat reageren op emoties en de gemoedstoestand van zorgvragers. Ervaren zorgverleners hebben zich opmerkzaamheid en persoonsgericht reageren eigen gemaakt waarmee ze goede kwaliteit van zorg kunnen verlenen, maar bestempelen dit als vanzelfsprekend intuïtief handelen. Deze ervaringsdeskundigheid wordt nog weinig gebruikt en amper gedeeld om zorg te verbeteren. Dit project is ontstaan vanuit de wens voorbeelden van goed handelen die zorgverleners zelf onbewust toepassen als succesverhalen te gebruiken. Want hoewel er voldoende persoonsgerichte benaderingswijzen bekend zijn, blijkt daar naar handelen vaak van individuele zorgverleners afhankelijk. De vraag: hoe kan de (onbewuste) ervaringsdeskundigheid van zorgverleners gebruikt worden om opmerkzaamheid en persoonsgericht reageren in het dagelijks handelen te integreren, staat dan ook centraal. De voorgestelde innovatie zal zorgverleners handvatten bieden door de succesverhalen te gebruiken om opmerkzaamheid en persoonsgericht reageren in het eigen handelen en dat van collega’s te herkennen om vervolgens in andere situaties toe te kunnen passen. Dataverzameling van voorbeelden via waarderend en ontwerpgericht onderzoek zijn input voor de ontwikkeling van een duurzaam hulpmiddel voor het overdragen van deze ervaringsdeskundigheid tijdens leer- en scholingsmomenten in de dagelijkse praktijk, zoals een visueel oefenmodel, serious game, film- of theaterspel. Het project is geïnitieerd door VVT-organisatie KwadrantGroep en het Lectoraat Leiderschap & Identiteit NHL Stenden Hogeschool, waarop samenwerking is gezocht met het Talmalectoraat Wonen, Zorg en Welzijn NHL Stenden Hogeschool; verpleegkunde en verzorgende-IG opleidingen (mbo en hbo) en MKB-bedrijf Studio Maki en aanvullende expertise is gezocht bij het Wenkebach instituut UMCG, RUG en Saxion Hogeschool.
MKB-familiebedrijven hebben regelmatig te maken met rolveranderingen (bijvoorbeeld door bedrijfsopvolging) die gepaard gaan met spanningen. Hoe families omgaan met spanningen bepaalt of familierelaties worden versterkt of beschadigd. Beschadigde relaties kunnen grote nadelige gevolgen hebben voor het bedrijf omdat de continuïteit in gevaar wordt gebracht. Maar als spanningen goed worden benut dan kunnen ze juist leiden tot groeikansen en innovatie. MKB-familiebedrijven geven aan dat ze het moeilijk vinden om met spanningen om te gaan. Hieruit volgt de praktijkvraag: Hoe kunnen we beter omgaan met spanningen binnen ons familiebedrijf en voorkomen dat we ruzie krijgen? Het doel van het project is om de continuïteit van MKB-familiebedrijven te waarborgen door ondernemers en hun adviseurs vaardiger te maken in het (h)erkennen en omgaan met spanningen door middel van de principes van waarderend communiceren. Het project wordt uitgevoerd door het Lectoraat Familiebedrijven van Windesheim en het Lectoraat Human Communication Development van de HAN. Samen met diverse mediators en familiebedrijf therapeuten en 10 ondernemende families onderzoeken we, middels ontwerpgericht onderzoek, welke tools, onder welke omstandigheden, succesvol kunnen worden ingezet. Het NGFB levert expertise en is aangesloten voor de valorisatie. De centrale onderzoeksvraag is: Hoe kunnen familieleden hun onderlinge relaties verbeteren bij spanningen die ontstaan door rolveranderingen ten behoeve van de continuïteit van het familiebedrijf? Wij beogen de volgende resultaten te realiseren: • Vergroten van het handelingsrepertoire van ondernemende families bij het omgaan met spanningen door rolveranderingen via kennisontwikkeling en de vertaling hiervan naar gevalideerde gesprekskaarten, kennisclips, een rollenspel, casuïstiek, een masterclass en een werkboek; • Breed agenderen van de thematiek door ontwikkelde kennis en tools onder te brengen: In de praktijk, o.a. middels het NGFB door het ontwikkelen van een masterclass; In het onderwijs, o.a. door de ontwikkeling van een mini-minor (15 ECTS) op dit thema; In de wetenschap met vakbladartikelen en een wetenschappelijk paper.