Er blijft behoefte bestaan aan de kernfunctie van corporaties, om sociale huurwoningenbeschikbaar te stellen tegen betaalbare huren voor mensen met lagere inkomens. Tegelijkertijd staan corporaties voor het eerst sinds de brutering onder zware financiële druk. Aan de financiële druk liggen veel factoren ten grondslag die corporaties slecht kunnen beïnvloeden, zoals de economie en het beleid van de landelijke overheid. Afgezien van de beslissing om wel of niet te investeren is er echter een belangrijke factor die wel beïnvloedbaar is door de corporatie zelf, namelijk de bedrijfskosten. Er zijn aanwijzingen dat de bedrijfskosten substantieel omlaag kunnen, door de organisatie doelmatig in te richten, het takenpakket te reduceren, in het onderhoud strakker op een basiskwaliteit te sturen en commerciële partijen in te schakelen bij het uitvoeren van activiteiten. Deze notitie beschrijft een bedrijfsmodel van een corporatie die zich richt op het investeren in en beheren van betaalbare huurwoningen, met structureel en substantieel lagere bedrijfskosten. Corporaties zijn in hun huidige vorm betrokken bij alle werkzaamheden binnen de hele bedrijfskolom van woningontwikkeling tot het beheer van woningen. Daarnaast vervullen zij in één organisatie de rollen van belegger, ontwikkelaar en beheerder. De combinatie van de rol van èn belegger, èn ontwikkelaar èn beheerder is uniek en kan voordelen hebben in een situatie waarin ze een brede rol bij de (her)ontwikkeling van wijken en woningen willen en kunnen vervullen, maar nadelen hebben als het gaat om het optimaliseren van het doelmatig uitvoeren van hun kerntaken. In het voorliggende model wordt kostenoptimalisatie bij het uitvoeren van de kerntaak als doel gesteld. Hiertoe worden bezit, financiering en beleid juridisch en functioneel gescheiden van de uitvoerende werkzaamheden. De vermogensverschaffings- en beleggingsfunctie worden ondergebracht in een zogenaamde regiecorporatie. Door de uitvoerende werkzaamheden in concurrentie aan te besteden is het mogelijk, met behoud van basiskwaliteit, klantgerichtheidIV en zorgvuldigheid, de bedrijfskosten per woning structureel te verlagen.
Kruiden in grasland staan volop in de belangstelling. Vanuit het perspectief van weidevogelbeheer en vanuit de functionaliteit voor de bedrijfsvoering. Maar welke mengsels te gebruiken? En welk beheer is nodig om de functionaliteit goed tot zijn recht te laten komen? In de projecten ‘Koeien en Kruiden’ en de ‘Proeftuin Trots op Krimpenerwaard’ worden deze vragen opgepakt.
MULTIFILE
This research investigates the impact of early facility management involvement on the effective utilization of building information modelling during the operation and maintenance phase. It looks at understanding the factors that encourage building owners to prioritize early facility manager engagement. This research also examined the role of facility managers when involved early in the process, including the stage in which FM should be involved, the additional knowledge and competencies to add value, the main tasks to perform and what barriers should be overcome to involve FM early. Lastly, this research defines the potential added value that early engagement has on the use of BIM in the operational phase. Recognizing that facility managers bear the ultimate responsibility for building management, this study explores how their early engagement can ensure BIM model align with operational needs, maximizing the technology’s benefits throughout a building’s lifespan. By examining the impact of early FM input, this research aims to provide actionable insights for facility managers to contribute to the BIM development process.
MULTIFILE
Dit voorstel betreft een onderzoek naar de toepassingsmogelijkheden van een nieuw biocomposiet in het circulaire bouwproces. Met behulp van innovatieve digitale ontwerp- en productietechnieken wordt onderzocht hoe en waar het biocomposiet, zowel functioneel als esthetisch, hoogwaardig toegepast kan worden in de bouw, met het circulaire paviljoen ‘Waterfront’ als testcase. Het onderzoek wordt uitgevoerd door het onderzoeksprogramma Urban Technology van de Hogeschool van Amsterdam, Studio Samira Boon en NEXT architects. De rijksoverheid heeft als doelstelling dat niet alleen alle nieuwbouwwoningen per 2020 energieneutraal gebouwd moeten worden, maar ook dat per 2050 alle bouw in Nederland circulair moet zijn. In de “Transitieagenda circulaire bouweconomie 2018” is de strategie hiervoor opgesteld. Het bouwproject ‘Paviljoen Waterfront’ is een test op basis van de ambities die de rijksoverheid heeft voor Nederland in 2023: energie neutraal EN circulair. Het door de HvA ontwikkelde circulaire biocomposiet lijkt een uitermate geschikt materiaal voor architectonische toepassingen binnen de circulaire bouw. Het is echter een halffabrikaat, zacht als vilt op rol (plaat), en door de unieke eigenschappen ook met digitale nabewerkingstechieken te bewerken. Origamitechnieken kunnen middels patronen van zachte buiglijnen en harde vlakken belangrijke eigenschappen, o.a. draagkracht, flexibiliteit en akoestiek, toevoegen aan een vlak materiaal. Daarom lijkt een combinatie van dit biocomposiet, origami techniek en digitale productie een ultieme combinatie. Studio Samira Boon heeft jarenlange ervaring in het gebruik van origamitechnieken voor textiele 3D constructie en heeft de vraag of deze techniek ook op circulair biocomposiet kan worden toegepast. Next Architects ziet een kans om vernieuwende circulaire bouwconcepten met biocomposiet te ontwerpen, als dit materiaal eenvoudig en flexibel kan worden toegepast. Door dit onderzoek beogen betrokken partijen kennis te verwerven zodat dit materiaal kan worden verwerkt tot visueel aantrekkelijke 3D producten ten behoeve van klimaatbeheersing, akoestiek en flexibel ruimtegebruik in de circulaire bouweconomie.
Op welke manier kunnen wij ruimtelijke data en slimme toepassingen inzetten om meer grip en inzicht te krijgen op grote regionale maatschappelijke uitdagingen zoals klimaatverandering, stikstofreductie, landbouwtransitie en bevolkingsgroei? Hiervoor willen we een digitale tweeling (Digital Twin) op een regionaal/landschappelijk niveau gebruiken. Dit betekent dat er het landschap met allerlei onderliggende processen en afhankelijkheden als het ware ‘digitaal wordt nagebouwd’. Op deze tweeling kunnen vervolgens allerlei gebeurtenissen worden nagebootst en getest in scenario’s. Een digitaal landschap als laboratorium of testruimte. Momenteel worden Digital Twins vooral ingezet in stedelijke context met veel detail. Bijvoorbeeld om nieuwe bomen te plannen tegen hittestress. Maar projecteer je die opgave naar een grotere regio, moet je schakelen van het niveau boom naar bos. Waar een Digital Twin op stadsniveau legoblokken gebruikt, zou je voor regionale opgaven eerder met Duplo willen kunnen werken, om grotere koppelkansen of conflicten te kunnen waarnemen. Als studiegebied wordt een regio uit het NOVEX gebied binnen Metropool regio Eindhoven gekozen. Het projectteam bestaat uit twee lectoraten: Klimaatrobuuste Landschappen en Ruimtelijke Data Science, een Digital Innovation Lab, Tygron een bedrijf met veel ervaring in de bouw van Digital Twins, studenten van drie verschillende opleidingen, Staatsbosbeheer, Metropoolregio Eindhoven, de provincie Noord-Brabant en Waterschap Aa en Maas.
De fruitteeltsector staat voor de uitdaging om het gebruik van eenmalige plastic verpakkingen te reduceren met als doel de milieu-impact te verlagen. Echter, verpakkingen zijn ook functioneel en dragen bij aan bescherming tijdens transport en de houdbaarheid van het product tijdens distributie van producent naar consument. Dit onderzoek richt zich op de vraag hoe een eetbare coating de eenmalige plastic verpakking kan vervangen en na het verlaten van de koelcel het rijpingsproces vertraagt en de versheid van het fruit met minimaal 10 dagen verlengt, zonder dat deze op een niet wenselijke manier interfereert met het fruit en de kwaliteit en voedingsstoffen behouden blijven. De uitdaging daarbij is dat het toe te passen materiaal niet alleen uitdroging voorkomt, maar ook de gasbalans in het fruit beheerst. De coating is op basis van het zeewier polysacharide alginaat, crosslinkers, plastizers en additief verkregen uit reststromen afkomstig van agrofood en aquacultuur reststromen. Door middel van experimental design wordt onderzocht wat het effect is van het aanbrengen van de coating op diverse appelrassen met betrekking tot het rijpingsproces, de houdbaarheid en kwaliteitscriteria, zoals watergehalte, ethyleenproductie, nutritiele waarde en schimmel/bacterie ontwikkeling. Met deze KIEM GoChem aanvraag wil HZ University of Applied Sciences samen met RKI Sustainable Solutions, VAM Watertech, Fruvo en Vogelaar Vredehof, een nieuwe commerciële verwaarding van zeewier en reststromen toepassen, die de kans biedt om bij te dragen aan de reductie van plastic afval, voedselverspilling en CO2 emissie. Het project sluit aan bij de doelstellingen: in 2050 grondstoffen, producten en processen in de industrie klimaatneutraal en 80% circulair; sluiting van industriële kringlopen (MMIP 6); roadmap Chemistry of Life, pijler 2 Voeding/voedingsstoffen. Door de ontwikkeling van een eetbare coating wordt voedselverspilling tegen gegaan en blijft de nutritionele waarde behouden wat bijdraagt aan een duurzame voedselproductie en consumptie.