Kijkend naar de ontwikkelingen in de medische en farmaceutische zorg, concludeer ik dat het belang van innovaties niet altijd in overeenstemming is met de snelheid waarmee die innovaties hun plek krijgen in het standaardhandelingsarsenaal van zorgverleners. Veranderingen in de zorg gaan vaak langzaam en doorbraken worden slecht herkend. De vraag is hoe dit komt. Er blijken vele factoren van invloed op het mogelijke succes van een innovatie. Van groot belang is het inzicht dat innoveren meer is dan iets bedenken en dan maar aannemen dat het wel zal worden opgepikt door de (potentiële) doelgroep. Het aan de man brengen (‘dissemineren’) van de innovatie is mede bepalend voor een succesvolle implementatie. In de farmaceutische zorg is voor deze overbruggingsfunctie een belangrijke rol weggelegd voor de farmakundige. Mijn lectoraat, dat is gekoppeld aan de opleiding Farmakunde, zal zich bezighouden met het onderzoek naar het proces om farmaceutische innovaties te dissemineren. In deze openbare les licht ik de context en consequenties van dit onderzoeksthema nader toe. Ik begin met een uitleg van de farmakundige en diens toegevoegde waarde in het werkveld (hoofdstuk 1), en vervolg met een korte beschrijving van recente veranderingen binnen de zorg (hoofdstuk 2). In het begeleiden van die veranderingen ligt een belangrijke meerwaarde van de farmakundige, en de missie van dit lectoraat. Daarna (hoofdstuk 3) beschouwen we het innoveren in de (farmaceutische) gezondheidszorg in meer detail. Hoofdstuk 4 geeft diverse handvatten voor het kiezen van de juiste interventies om de afstand tussen de innovator en de toekomstige gebruiker te overbruggen en zodoende de toegang voor de gebruiker tot de innovatie te verbeteren. De keuze van de onderzoekslijnen van mijn lectoraat, zoals in hoofdstuk 5 beschreven, is daarvan afgeleid
Purpose: This paper aims to define the influence of the physical and social dimensions of the work environment on knowledge productivity of academics in Dutch Universities of Applied Sciences.Design/methodology/approach: Literature review; a multiple case study based on literature review (6 cases); a survey (n=188).Findings: Knowledge workers share two basic needs: their productivity requires isolation (internalization of knowledge) and interaction (externalization of knowledge), supported by different spatial concepts. None of the work environments involved in the study adequately support all of the phases in the knowledge development process adequately. Collective productivity is primarily determined by the physical dimension of the workplace; whereas the social dimension is crucial for personal productivity. Social interaction has a stronger effect than distraction; and the layout has a stronger effect than comfort.Conclusions - A high performance workplace supports both externalization and internalization of knowledge, allowing group members to collaborate and communicate according to need. More traditional work environments support internalization; innovative workplace designs (the office as meeting place) are more suited to support interaction and collaboration. Discover why freedom of choice is the key.Recommendations - Academics should be allowed to choose as to how, where and when they work and involved during the development of new concepts.Paper type: Research paper
MULTIFILE
Knowledge workers share two basic needs: their productivity requires isolation (internalization of knowledge) and interaction (externalization of knowledge), supported by different spatial concepts. None of the work environments involved in the study adequately support all of the phases in the knowledge development process adequately. Collective productivity is primarily determined by the physical dimension of the workplace; whereas the social dimension is crucial for personal productivity. Social interaction has a stronger effect than distraction; and the layout has a stronger effect than comfort.
MULTIFILE
Het onderwijs wordt voortdurend vernieuwd, maar niet altijd met succes. De klassieke projectrespons blijkt vaak inadequaat in complexe innovatieprocessen. Echter, een alternatieve verandermethodiek ontbreekt. In dit project ontwikkelen we een overzicht aan verandertechnieken voor complexe onderwijsinnovaties, weergegeven in de Veranderkaleidoscoop. Doel Doel van dit onderzoek was om een veranderrepertoire te ontwikkelen voor onderwijsinnovatie, door samen met veranderaars uit het hbo te onderzoeken welke aanpak, interventies en tactieken veranderaars inzetten en welke onderliggende mentale modellen aan die keuzes ten grondslag liggen. Resultaten De resultaten van het onderzoek zijn samengevat in wat we noemen ‘de Veranderkaleidoscoop’. De Veranderkaleidoscoop is: • een denkmodel waarmee je • kunt onderzoeken hoe je invloed uitoefent als veranderaar, waar nog • ontwikkelruimte zit en • welke aspecten ten grondslag liggen aan dat repertoire. Looptijd 01 september 2020 - 01 september 2022 Aanpak Ontwerponderzoek, waarin: (1) door middel van diepte-interviews is onderzocht welke interventies, tactieken en mentale modellen veranderaars inzetten (2) in een aantal rondes met veranderaars een denkmodel is ontwikkeld, de Veranderkaleidoscoop
Het programma Innovatielabs geeft een impuls aan nieuwe veerkracht in de culturele en creatieve sector. Het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, namens alle rijkscultuurfondsen, en ¬CLICKNL voeren het programma uit in opdracht van het ministerie van OCW. Dit flankerende onderzoekstraject richt zich op kennisontwikkeling voor de bredere culturele en creatieve sector. Doel van dit traject is een brede inbedding van de binnen het programma opgedane kennis en inzichten. Een team van lectoren, bestaande uit Walter van Andel (HKU), Sabine Niederer (Hogeschool van Amsterdam), Paul Rutten (Hogeschool Rotterdam), en Daniëlle Arets (Fontys) volgt de activiteiten binnen Innovatielabs en draagt actief bij aan kennisdeling, zowel tussen de Innovatielabs-projecten onderling als tussen deze projecten en de culturele en creatieve sector. Naast het delen van bestaande kennis over innovatieprocessen en -modellen, genereren de lectoren nieuwe kennis en inzichten die kunnen bijdragen aan het oplossen van complexe vraagstukken binnen én buiten de culturele en creatieve sector.
Driestar hogeschool (met opleidingen in het educatieve en pedagogische domein) maakt samen met Driestar onderwijsadvies deel uit van Driestar educatief. Het praktijkgerichte onderzoek wordt uitgevoerd door het onderzoekscentrum, dat zich ontwikkelde tot een stevige, onderscheiden organisatie-eenheid. De visitatie die in 2019 plaatsvond, resulteerde in een positieve beoordeling. In het visitatierapport (Hobéon, 2019) werden aanbevelingen gedaan voor doorontwikkeling van het onderzoekscentrum middels versterking van a) de inbedding van het onderzoekscentrum in de organisatie, b) de doorwerking van de opbrengsten in de verschillende afdelingen en c) de onderzoeksbekwaamheid van de docenten en onderzoekers. Deze aanbevelingen passen bij de ambitie van Driestar educatief om de onderzoeksfunctie niet uitsluitend bij het onderzoekscentrum te beleggen, maar deze ook stimulerend te laten zijn bij de rol van onderzoek in andere afdelingen. De visitatie heeft geleid tot een plan om onderzoek, ontwikkeling en innovatie (OO&I) meer op elkaar te betrekken en een centrale plaats in de organisatie te geven. Begin 2020 is gestart met de uitvoering van dat plan, echter door de coronacrisis is de realisatie hiervan opgeschort. Een nieuwe impuls is nodig om dit plan weer in beweging te zetten. Deze Impuls-subsidieaanvraag heeft de naam ‘Verbinden van onderzoek, ontwikkeling en innovatie’ gekregen. In dit project wordt een heuristisch denk- en handelingsmodel ontworpen, uitgeprobeerd en bijgesteld. Dit OO&I-model gaat gebruikt worden om onderzoek een vaste plek te geven in ontwikkel- en innovatieprocessen binnen Driestar educatief. Daarmee wordt een onderzoekende houding van docenten en onderwijsadviseurs bevorderd. De onderzoeksfunctie wordt op die manier uitgebreid naar andere afdelingen en draagt steviger bij aan de missie van de organisatie en de professionaliteit van de medewerkers. Dit sluit aan bij het binnen Driestar educatief door de coronacrisis op gang gebrachte WHY-project, waarin bezinning plaatsvindt op de missie van Driestar educatief en de betekenis daarvan voor het geheel van de organisatie.