Een intensievere strijd tegen laaggeletterdheid – daarvoor pleit de Sociaal Economische Raad (SER). Maar de adviezen zullen weinig uitrichten, betogen Krispijn Faddegon en Eelco van Wijk, want die gaan vooral uit bestuurlijke overwegingen. De aanpak van laaggeletterdheid kan alleen effectief zijn als het aansluit op wat laaggeletterden zelf willen.
MULTIFILE
De essaybundel bestaat uit 10 essays, waarin studenten vanuit verschillende invalshoeken (ze komen uit verschillende opleidingen en jaren) hebben onderzocht wat toegang tot het recht is en hoe het zich verhoudt tot verschillende maatschappelijke ontwikkelingen. Zo kwamen de volgende onderwerpen aan bod: ‘Een eerlijk proces’ door Amina Driouichi, ‘Sociaal advocatuur’ door Arthur Eveleens, ‘Toegang tot recht in samenspel met de ZSM-aanpak’ door Elianne Westra, ‘De verhouding tussen toegang tot recht en onafhankelijke cliëntenondersteuning’ door Fee Wever, ‘De rechtsongelijkheid van de verdachte ten opzichte van het Openbaar Ministerie lijkt onoverbrugbaar’ door Luka Hoogstraten, Jeugdstrafrecht door Michelle Bosch, ‘Toegang tot recht en verschillen in machtsverhoudingen’ door Meri Hakobyan, ‘Laaggeletterden en digitalisering’ door Nicole Groenewoud, ‘Co-ouderschap en de Wmo’ door Nohla Post, ‘ en De engel des doods onterecht veroordeeld’ door Veronique Verschoof. Het was een breed palet aan onderwerpen waarbij studenten zichzelf hebben ingelezen, contact met de praktijk hebben gemaakt en samen de bundel hebben gemaakt en geredigeerd.
DOCUMENT
Laaggecijferdheid is een belangrijk onderwerp voor onderzoek, want het leven van laaggecijferde personen brengt grote uitdagingen met zich mee. Tot nu toe gaat de meeste aandacht van onderzoekers naar laaggeletterdheid. In deze onderzoeken is er soms ook aandacht voor laaggecijferdheid, maar dit is meestal slechts een klein deel van het onderzoek. Gelukkig is er binnen en buiten Nederland wel een aantal onderzoekers die zich bezighouden met gecijferdheid, zodat we toch een theoretische basis hebben. Dit whitepaper geeft een overzicht van (een deel) van de onderzoeken rondom (laag)gecijferdheid. Allereerst een overzicht van Nederlandse onderzoeken, die een beeld geven van de situatie in Nederland. Daarbij aandacht voor feiten en beleid, maar ook voor didactische vaardigheden en praktische tips. Als tweede een selectie van internationaal onderzoek. Hierbij blijkt dat het gebrek aan aandacht voor gecijferdheid een gedeeld probleem is. Desondanks zijn er mooie onderzoeken gedaan die nuttig kunnen zijn voor de Nederlandse situatie. In het derde onderdeel van dit paper is er ruimte voor gerelateerd onderzoek. Deze onderzoeken richten zich in eerste instantie niet op laaggeletterdheid, maar er worden interessante dingen gezegd over reke-nen of over mensen met lage vaardigheden in het algemeen. Van deze artikelen is geen samenvatting gemaakt, maar slechts een citaat weergegeven. Als vierde volgt een overzicht van beschikbare materia-len die in gecijferheidsonderwijs voor volwassen gebruikt kunnen worden. Dit whitepaper is een document dat in beweging is. De verwachting is dat (laag)gecijferdheid in toene-mende mate in de belangstelling staat en er ook meer onderzoek naar gedaan zal worden. Het aantal interessante publicaties zal toenemen en de intentie is om dit document regelmatig te herzien.
DOCUMENT
In de maatschappij worden steeds hogere eisen gesteld aan vaardigheden van burgers op het gebied van geletterdheid. Voor een grote groep mensen vormen taal, lezen en schrijven een struikelblok voor hun functioneren in de maatschappij. Laaggeletterdheid staat steeds vaker op de agenda. Jongeren zijn binnen het thema laaggeletterdheid een nog onderbelichte doelgroep. Echter, hoe eerder laaggeletterdheid wordt gesignaleerd, hoe eerder er ook aan vaardigheden kan worden gewerkt om een opleiding te kunnen volgen of de arbeidsmarkt te betreden. Breed verspreide kennis over de wijze waarop laaggeletterdheid onder jongeren kan worden gesignaleerd is er tot op heden nog niet. Ook over de wijze waarop jongeren kunnen worden toegeleid naar een aanbod om taalvaardigheden te versterken is nog weinig kennis voor handen. In dit onderzoek zijn de ervaringen onderzocht van een Utrechtse regio die zich al geruime tijd met het thema ‘laaggeletterdheid onder jongeren’ bezig houdt. Belicht is hoe twee lokale partners (een jongerenloket en een ROC) binnen deze regio hebben gezocht naar valide en praktisch werkbare instrumenten om laaggeletterdheid te signaleren en tot een aanbod voor jongeren te komen dat taalvaardigheden versterkt. Daarbij is gekeken naar aanwezige kennis over het thema, praktische uitvoerbaarheid van gehanteerde screeningsinstrumenten en samenwerking en afstemming tussen partijen.
DOCUMENT
In opdracht van Stichting Lezen & Schrijven wordt in dit rapport de Relatie onderzocht tussen financiële problemen en lees- en rekenvaardigheden bij mensen die zich melden bij de schuldhulpverlening. Hiervoor wordt de rijke dataset van Mesis© gebruikt, een online vragenlijst die wordt ingezet bij het aanmeldproces van de schuldhulpverlening. Het onderzoek levert informatie op over de kenmerken van de groep schuldenaren die moeite heeft met lezen of rekenen en zich met een ondersteuningsvraag meldt bij de (gemeentelijke) schuldhulpverlening.
DOCUMENT
Vraag een fysiotherapeut naar allochtone patiënten en de kans is groot dat er een anekdote volgt over communicatieproblemen wegens taalbarrières of cultuurverschillen zoals het anders presenteren van klachten: ‘Alles pijn, u helpen.’ Maar zijn het wel deze punten die voor problemen zorgen of spelen er andere zaken?
DOCUMENT
Moet ons leesonderwijs ons zorgen maken? Er is sprake van een dalende trend in gemiddelde leesvaardigheid van onze leerlingen. Het percentage laaggeletterden in Nederland daalt niet: ruim 14 procent van de vijftien jarigen is onvoldoende leesvaardig om het onderwijs op de middelbare school goed te kunnen volgen. Op het gebied van leesmotivatie vallen de scores van onze leerlingen in internationale context negatief op. Onze kinderen hebben dus in toenemende mate moeite met lezen en vinden lezen ook niet leuk. En dat terwijl we allemaal weten dat je alleen maar goed leert lezen door veel te lezen. En veel lezen doe je alleen maar wanneer je gemotiveerd bent om een boek te pakken. In ons onderwijs is er echter nauwelijks aandacht voor de rol van motivatie bij het leren lezen. In plaats daarvan wordt heel veel aandacht geschonken aan de technische aspecten van het leren lezen. Ook kan geconstateerd worden dat veel activiteiten uit de beschikbare methodes niet bijdragen aan het leesproces zelf. In veel methodes voor aanvankelijk lezen zijn in de werkboekjes veel taken opgenomen die niet leiden tot het leren lezen. Ze kosten wel leertijd en kinderen komen dan pas later dan strikt noodzakelijk is toe aan de motiverende ervaring van het echte lezen in boekjes. In de voortgezet leesmethodes gaat veel aandacht uit naar het lezen van losse woordrijtjes. Dit gaat ten koste van waar het bij vloeiend lezen om gaat: het lezen van tekst. Zwakke lezers komen hier nauwelijks aan toe. In het LIST-project is een andere koers ingeslagen door te werken vanuit het betrokkenheidperspectief van het lezen. Bij het voorbereidend en aanvankelijk lezen wordt gezorgd voor dagelijks terugkerende instructieblokken waarin van begin af aan aandacht is voor een scala aan activiteiten die betrekking hebben op lezen én schrijven in een functionele context. Bij aanvankelijk lezen wordt gewerkt met een programma waarin naast instructie van letters en leeshandeling, van het begin af aan functionele en motiverende lees- en schrijfactiviteiten onderdeel uitmaken. Uit de methode wordt alleen gebruikt wat ten dienste staat van het leren lezen. Vloeiend lezen wordt in het project bereikt door de leerlingen veel leeftijdsadequate boeken te laten lezen. Er wordt dus geen methode gebruikt. Deze boeken worden door de kinderen zelf gekozen. Leerkrachten ondersteunen de kinderen bij dit keuzeproces en bij het ontwikkelen van de eigen leesvoorkeur. Het resultaat is, dat aan het eind van de basisschool minder dan 1 procent van de kinderen met een onvoldoende leesniveau de school verlaat.
DOCUMENT
full text via link. Ondanks de schoolplicht en de hoge kwaliteit van het onderwijs, zijn er in Nederland zo’n 60.000 laaggeletterde jongeren. Ze kunnen onvoldoende lezen, schrijven en rekenen om volwaardig deel te nemen aan de samenleving. Helaas slagen zij er goed in om onzichtbaar te blijven. Hoogste tijd om ze in beeld te krijgen.
LINK