Full text via HU Bibliotheek. Mail naar bibliotheek@hu.nl In het sociaal werk is, net als in de zorgsector, behoefte aan morele reflectie. Uit een onderzoek naar de morele dimensie van de hulpverlening aan adolescente moeders blijkt, dat veel morele vragen ontstaan door de diversiteit van referentiekaders van diverse betrokken zorg- en hulpverleners. Dat leidt tot tegenstrijdige opvattingen over wat goed is om te doen en het beïnvloedt de kwaliteit van de hulpverlening negatief
MULTIFILE
Deze rede is als volgt opgebouwd. Eerst wil ik kort stilstaan bij de twee termen in de naamgeving van het lectoraat. Dat vormt de opmaat naar de onderzoeksfocus van het lectoraat, namelijk de morele dilemmas waar sociale professionals in hun dagelijks werk mee te maken krijgen en hun morele oordeelsvorming. Ik zal het belang schetsen van dit tot op heden onderbelichte thema. Tot slot zal ik aangeven hoe we dit onderwerp de komende jaren in de schijnwerpers gaan zetten via de programmering van onderzoeks- en ontwikkelactiviteiten.
De reclasseringswerker komt in de dagelijkse praktijk soms voor morele dilemma‟s te staan. Een moreel dilemma ontstaat wanneer essentiële waarden met elkaar in strijd zijn en de keus voor de ene waarde het realiseren van de andere waarde onmogelijk maakt. Oplossen, in de zin van „de kool en de geit sparen‟ is niet mogelijk, anders was het geen dilemma. Erin blijven hangen omdat je de keus voor het ene niet kan verkiezen boven de keus voor het andere is evenmin mogelijk. Je moet handelen en tot een keus komen. Welke keus? En hoe kom ik tot een besluit? Deze vraag kan je systematisch bespreken, met collega‟s of werkbegeleider. Hoe doe je dat? En waarom is dat belangrijk?
Eén van de taken van verpleegkundigen is om de kwaliteit van hun werk te monitoren via richtlijnen en protocollen. Maar in mensgerichte beroepen doen zich voortdurend omstandigheden voor waarin regels geen antwoord geven op individuele situaties en behoeften van zorgvragers. Daar waar regelgeving en protocollen haperen als instrument voor het professionele handelen, zal de professional een beroep doen op andere bronnen van inspiratie. Die bronnen zijn, naast cognitieve kaders, de normen en waarden die gevormd worden in de opvoeding, de cultuur en religie, de opleiding en de sociale context van het beroep. De diverse bronnen worden, meestal in overleg met anderen, gewogen om tot wijze besluitvorming te komen. Het verwerven en gebruiken van bronnen voor wijze besluitvorming wordt in de literatuur aangeduid als een stap in de ontwikkeling tot ‘expert’ professional. Deze ontwikkeling zou vooral ná de opleiding plaatsvinden door het opdoen van ervaringen in de beroepspraktijk. De laatste jaren is in de literatuur hernieuwde belangstelling voor deze ‘vaardigheid van wijze besluitvorming’ van professionals. Deze belangstelling lijkt een reactie op de protocollair aangestuurde beroepspraktijk en de onmogelijkheid om alle professionele handelen daarin te vatten. Data uit onderwijskundige bronnen tonen aan dat studenten al in de opleiding starten met het ontwikkelen van deze vaardigheid. Doel van het onderzoek is om meer kennis te verzamelen over deze vaardigheid van wijze besluitvorming van de hbo-verpleegkundige en hoe zij bronnen van inspiratie inzetten in hun professionele handelen. Het onderzoek beoogt 1) literatuurstudie naar het ontwikkelen van de vaardigheid van wijze besluitvorming en de rol daarin van bronnen van inspiratie, 2) kwalitatief onderzoek onder laatstejaars studenten en novice hbo-verpleegkundigen naar welke bronnen zij ontwikkelen en inzetten in de vaardigheid van wijze besluitvorming, en 3) actieonderzoek naar het gebruik van de bronnen in het handelen in de verpleegkundige praktijk en het handelingsrepertoire uit te breiden.
Zorgprofessionals benoemen toegenomen zorg- en ondersteuningsvragen, hoge werk- administratie- en regeldruk en omgaan met complexe ethische dilemma’s als de voornaamste knelpunten van hun werk. Overtuigingen over wat goed is om te doen in complexe cases kunnen sterk uiteenlopen. Omgaan met die uiteenlopende overtuigingen vraagt om gezamenlijke reflectie en dialoog waarin verschillende kennis- en ervaringsbronnen worden afgewogen. Niet alleen wetenschappelijke en professionele kennis is van belang, maar ook ervaringskennis en kennis van waarden en normen van alle betrokkenen. Mensen met een verstandelijke beperking en hun naasten willen intensiever betrokken worden bij de keuzes rondom ondersteuning en willen dat deze goed aansluit bij hun eigen wensen en behoeften. Zij zijn van mening dat de dialoog met hen moet worden verdiept en dat de communicatie kan worden verbeterd. Moreel beraad is een verzamelnaam voor bestaande vormen van methodische reflectie en dialoog over waarden en normen. Cliëntparticipatie binnen moreel beraad is een manier om de ervaringskennis van cliënt en naasten te betrekken in het gesprek over goede zorg. Deze vorm staat nog in de kinderschoenen. Het meenemen van het cliënt- of naasten perspectief is geen garantie voor dialoog. Uit onderzoek over cliëntparticipatie binnen moreel beraad blijkt dat cliënten zich slechts ‘gedoogd’ voelen en niet gewaardeerd en geaccepteerd. In dit onderzoek staat juist het waarderen van overtuigingen, waarden en normen van alle gesprekspartners centraal; op welke manier is het mogelijk om gezamenlijk vorm te geven aan morele reflectie? Een participatieve aanpak biedt hier kansen toe. In dit project ontdekken mensen met een verstandelijke beperking, naasten en zorgprofessionals gezamenlijk de werkzame factoren in het vormgeven van morele reflectie. Door middel van waarderend onderzoek en ontwerp zullen we op zoek gaan naar geschikte uitwisselings- en ervaringsvormen van morele reflectie. Tot slot staat de implementatie en gebruik van die vormen binnen de organisatie en het onderwijs centraal.
Integriteitsvraagstukken blijven de mensgerichte beroepsgroepen bezighouden. Denk aan de medewerkers van een ziekenhuis die onbevoegd het patiëntendossier van een bekende Nederlander inkeken. Hoe kunnen teams van professionals werken aan integriteit? Instanties voor inbreuken op professionele integriteit hanteren vaak een regelethiek of gevolgenethiek. Opleidingen doceren voor ethiekonderwijs veelal deugdenethiek en zorgethiek. Hoe kunnen regionale werkveldpartners en hogeschool Viaa vragen werken aan een ‘en/en’-benadering van integriteitsvraagstukken in de beroepspraktijk? Het voorgestelde project ontwikkelt over twee sporen een domeinoverstijgend praktijkonderzoek naar het omgaan met integriteitsvraagstukken in de mensgerichte beroepen. Het eerste spoor is een empirische verkenning van integriteitsvraagstukken in beroepspraktijken van werkveldpartners in de regio, de eisen die deze stellen aan een bredere benadering, en de toerusting die dit vraagt. Werkveldpartners en studenten van de hogeschool werken mee aan deze kennisontwikkeling. Dit levert tools op voor teams van professionals in de beroepspraktijk, zoals competentieprofiel, teamrol ‘aandachtsvelder integriteit’ en een handreiking. Dit levert voor professionals in opleiding een hogeschoolbrede minor met o.a. videocolleges en praktijkopdrachten. Het tweede spoor is een theoretische verdieping om bijdragen aan een brede benadering van integriteitvraagstukken te kunnen wegen en integreren. Om een extern gezichtspunt op beroepsethische benaderingen te hebben wordt een beroep gedaan op de bronnen van sociale en professionele ethiek uit de traditie waaraan de hogeschool haar visie op mens, beroep en samenleving ontleent. In dialoog met andere beroepsethische stromingen draagt deze beschrijving bij aan een integrale benadering van integriteitsvraagstukken in de mensgerichte beroepen, terug te vinden in de praktijk- en onderwijsproducten. De beoogde postdoc is aan de hogeschool in vaste dienst als seniordocent en onderzoeker beroepsethiek en zal dat ook tijdens het project zijn. Hij heeft binnen het lectoraat Zingeving en zorg ervaring met praktijkonderzoek naar competenties, werkwijzen en teamrollen op het gebied van ethiek en zingeving.