Aan de hand van casussen uit het ouderenwerk, jongerenwerk, opbouwwerk en de GGZ,wordt beschreven hoe actief burgerschap in de werkpraktijk gestalte krijgt.
Opbouwwerk is bezig met een comeback. Terecht, want het kan een cruciale bijdrage leveren aan het versterken van gemeenschappen en het aanpakken van maatschappelijke vraagstukken. Om die potentie te benutten, verdient het een extra impuls en betere positionering. Dat is de strekking van het onlangs verschenen visiedocument ‘Laten we het eens over samenlevingsopbouw hebben. Het is tijd.’
MULTIFILE
Het rapport ‘Buurtopbouwwerk in Leeuwarden’ beschrijft een onderzoek dat in opdracht van de gemeente Leeuwarden is gedaan naar het nut en de noodzaak van buurtopbouwwerk. Er is onderzocht hoe het opbouwwerk ervaren wordt en wat het oplevert voor de (burgers in de) wijk en overige actoren, om op basis daarvan een advies te geven over het buurtopbouwwerk voor de toekomst. Uit de resultaten blijkt dat het opbouwwerk als positief fenomeen wordt beschouwd voor de wijk(bewoners). Het belangrijkste nut is dat het de bewoners aanzet tot actieve bijdrage. Wat de exacte bijdrage van het buurtopbouwwerk daarbij is, wordt echter niet duidelijk. Er zijn nog wel verbeterpunten geconstateerd wat betreft de rol, uitvoering, resultaten en verantwoording van het buurtopbouwwerk
Sinds het begin van dit millennium ligt er een toenemende nadruk in het sociaal domein op een cultuurverandering, waarin integraal werken een centrale rol speelt. Integraal vanuit het leefwereldperspectief van bewoners. En integraal vanuit het professionele en systemische perspectief. Zie bijvoorbeeld het motto ‘één gezin, één plan, één regisseur’. Ook wordt er meer verwacht van inzet op en het realiseren van ‘stepped care’ of ‘matched care’ (ondersteuning zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig). Eén van de consequenties is dat het werk van sociaal professionals veel meer afstemming en samenwerking vergt met andere partijen. Integraal werken dient als een middel om de verkokerde, niet samenhangende wijze van werken vanuit verschillende organisaties en professionals te ontmantelen. Over de competenties van professionals uit de verschillende disciplines, variërend van Wmo-loketambtenaren tot gedragswetenschappers uit de jeugdzorg, van jongerenwerkers tot ambulante GGZ-verpleegkundigen, van maatschappelijk werkers tot opbouwwerkers en wijkverpleegkundigen, wordt verwacht dat zij ‘generalistisch’ zijn. Het is echter onduidelijk wat daarmee in de feitelijke uitvoerings- beleids- en opleidingspraktijk wordt bedoeld. Dit KIEM project richt zich op het opbouwen van (a) een concrete en exemplarische leerpraktijk in Utrecht op het snijvlak van sociaal werk en maatschappelijke ondersteuning en (b) het ontwikkelen van een meerjarig programma waarmee sociaal professionals in het brede sociaal domein competenties kunnen ontwikkelen, zodat zij beter zijn toegerust om interprofessioneel en integraal samen te kunnen werken. Daarbij wordt nauw aangesloten bij het ontwikkelen van belangrijke 21st century skills als reflecteren, het aanspreken van het creatief vermogen, het vermogen tot samenwerken (waaronder inzicht verkrijgen in de competenties en bijdragen van professionals en ervaringsdeskundigen uit andere disciplines) en kritisch denken.
Aanleiding: De sociale en fysieke omgeving van mensen heeft grote invloed op hun gezondheid, bijvoorbeeld via groen of sociale netwerken. Om de gezondheid in de wijk te verbeteren is aandacht voor die omgeving in brede zin dan ook noodzakelijk. Deze integrale aanpak is extra belangrijk voor mensen met een lage sociaaleconomische status (SES). Zij hebben niet alleen een slechtere gezondheid dan andere groepen, maar ervaren hun gezondheid ook anders. En zij leven in een ongunstigere omgeving. GGD-medewerkers, opbouwwerkers en gemeentelijk medewerkers volksgezondheid willen juist mensen met lage sociaaleconomische status activeren en betrekken bij hun werk. Daarvoor is meer kennis nodig over hoe deze bewoners de leefomgeving in relatie tot hun gezondheid beleven. Doelstelling De centrale vraag in dit project is: Hoe versterken we de kennis en het handelingsrepertoire van professionals om burgers, in het bijzonder met een lage SES, een actieve rol te geven bij het gezonder maken van hun leefomgeving? In dit project ontwerpen we samen met professionals en wijkbewoners een participatieve wijk-app, om twee doelen te bereiken: mensen een belangrijkere rol geven bij het gezonder maken van hun wijk én goede data verzamelen. We richten ons zowel op de methodiek (wijkbewoners activeren) als op de app zelf (mogelijkheden en gebruikersinterface). De verzamelde informatie is voor professionals een basis om met de bewoners samen oplossingen te bedenken voor knelpunten in de wijk. Beoogde resultaten Het concrete resultaat van dit project is een participatieve wijk-app, die professionals ondersteunt bij hun taak om mensen te activeren bij het gezonder maken van hun wijk. Ook is het een nieuwe effectieve manier om data te verzamelen. Om te zorgen voor verspreiding van de opgedane kennis zullen er artikelen verschijnen, zowel in het Nederlands als in het Engels. Ook zal de kennis verspreid worden via conferenties. De ontwikkelde werkwijze, materialen en tools komen publiek beschikbaar via internet.
De gemeente Roosendaal heeft, mede in haar beweegvisie 2030, de ambitie om een buitenruimte te creëren die uitdaagt om te bewegen om Roosendalers te helpen bewegen middels een vitale en actieve leefstijl. Hieraan wordt ook expliciet het realiseren van sociale ontmoetingen gekoppeld. Zowel in het fysieke als het sociale domein is in de gemeente Roosendaal de beweegvriendelijke omgeving beleidsmatig verankerd. De gemeente Roosendaal heeft de afgelopen jaren op diverse vlakken ervaring opgedaan met het werken in en aan een beweegvriendelijke omgeving. Toch blijft het onduidelijk waarom het op bepaalde plekken een succesverhaal lijkt te zijn en waarom het op andere plekken wat moeizamer lijkt te gaan. Ook is er behoefte naar meer inzicht in wat er goed werkt en wat er minder goed werkt in het proces (met name de orgware) om te komen tot een uitdagende, veilige en toegankelijke ruimte om te bewegen in de openbare ruimte voor diverse doelgroepen waarbij ook ontmoeting wordt gestimuleerd. Doel van dit project is om in de gemeente Roosendaal te leren van de lopend(e) project(en) in drie wijken (Kalsdonk, Kortendijk en Langdonk) die verschillend van aard zijn en zich bevinden in een andere fase van ontwikkeling. Er wordt samen met professionals een toolkit (met draaiboek) samengesteld die professionals toelaat om in de verschillende fasen van een beweegvriendelijke omgeving (voor, tijdens en na realisatie) samen met inwoners en professionals aan de slag te gaan met het inventariseren, analyseren en evalueren van behoeften en resultaten (hardware, software en orgware).