Veel hogescholen willen zich niet langer opstellen als aanbieder van welomschreven beroepsopleidingen, maar als dienstverlenende instelling gericht op beroepsvorming op maat. Vaak krijgt het studentperspectief daarbij de volle aandacht. In dit artikel gaat het ons om het personeel: wil de omslag kunnen slagen, dan is nieuwe professionele ontwikkeling van werknemers van hogescholen een noodzaak. Wij verbinden deze professionele ontwikkeling aan zowel onderwijsvernieuwingen als de recent aan het hbo toegevoegde onderzoeksfunctie. Als senior onderzoeker en lector van het lectoraat Pedagogiek van de Beroepsvorming, verbonden aan de Haagse Hogeschool/TH Rijswijk (HHS/THR), voeren we een actieonderzoek uit naar onze eigen pedagogiek binnen de kenniskring. Onze pedagogiek is erop gericht de deelnemers te begeleiden bij en te ondersteunen in hun onderzoeksactiviteiten en onderwijsinnovaties. Hoe kunnen we hen daar het beste bij helpen? We positioneren in deze bijdrage onze kenniskring als een Human Resource Development-instrument voor ontwikkeling van de nieuwe professionaliteit.
We leven in een uiterst complexe wereld en er moet dus goed nagedacht worden over hoe we studenten opleiden om te kunnen omgaan met deze complexiteit. Daarnaast moeten we als pedagogen en docenten ook de complexiteit van ons eigen werkveld erkennen. Dit vraagt om een houding die reflectie en afweging benadrukt. In dit hoofdstuk zal ik daarom verkennen hoe complexiteit een rol speelt in de onderwijspraktijk, teneinde mijn visie uiteen te zetten over wat goed onderwijs zou moeten zijn.
Overheid en werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland roepen bedrijven op om medeverantwoordelijkheid te nemen voor het oplossen van maatschappelijke problemen. Ook in de KIA MV 2024-2027 worden bedrijven uitgedaagd om bij te dragen aan brede welvaart, door te ‘ondernemen in breder perspectief’. Negenennegentig procent van de bedrijven in Nederland valt onder het mkb, waarvan zeventig procent te typeren is als familiebedrijf. Het zijn bij uitstek familiebedrijven die van nature genegen zijn om een bijdrage te leveren aan brede welvaart: ze zijn gericht op de lange termijn, sterk regionaal verbonden en ze kunnen hun eigen keuzes maken omdat de familie bepaalt wat er gebeurt. De aandacht voor familiebedrijven is in onderzoek naar ondernemen voor brede welvaart relatief beperkt gebleven. Windesheim, Avans en Hogeschool Rotterdam bundelen daarom hun krachten binnen onderhavig SPRONG-traject om samen met het werkveld te komen tot een excellente onderzoeksgroep die hierin verandering gaat brengen. Deze drie hogescholen hebben op strategisch niveau een speerpunt gemaakt van ondernemerschap voor brede welvaart. Bovendien hebben ze, vanuit verschillende expertisegebieden, hun sporen verdiend met onderzoek naar ondernemen voor brede welvaart: - specifieke kenmerken van mkb-familiebedrijven die leiden tot een versnelling dan wel vertraging bij bredewelvaartcreatie (Windesheim); - de rol van leiderschap en strategie in het mkb, waarmee sturing en effectiviteit van brede welvaartcreatie wordt bevorderd (Hogeschool Rotterdam); en - de vraag wat voor ondernemerschap en marketing nodig zijn in een economie waarin brede welvaart centraal staat (Avans). De voorgestelde SPRONG-onderzoeksgroep werkt gezamenlijk aan de volgende doelen: (1) het opzetten en doorontwikkelen van een geïntegreerd kennisplatform op het gebied van mkb-familiebedrijven in relatie tot de creatie van brede welvaart; (2) het bouwen aan de kwaliteit en professionaliteit van de onderzoeksgroep; en (3) het samen optrekken in profilering, netwerkversterking en het genereren van impact richting werkveld, onderwijs en wetenschap.
De beschikbaarheid van passende, betaalbare huisvesting vormt een cruciale randvoorwaarde voor een bloeiende creatieve industrie. Startende en kleinschalige ondernemers die de humuslaag van de sector vormen, zijn voor hun huisvesting vaak aangewezen op broedplaatsen of soortgelijke creatieve bedrijfsverzamelgebouwen. Deze innovatieve stedelijke werkplaatsen, meestal gevestigd in incourante of leegstaande panden, zijn vaak ontstaan als tijdelijke vorm van maatschappelijk leegstandsbeheer, maar hebben zich gaandeweg ontwikkeld tot een zelfstandige categorie binnen het gemeentelijk vastgoed. Complicerende factor is dat de professionaliteit van het beheer van dit vastgoed niet is meegeëvolueerd met het groeiend aantal werkplaatsen. Dit onderzoek heeft als doel om atelierstichtingen, die verantwoordelijk zijn voor het vastgoedmanagement van creatieve werkplaatsen, te ondersteunen bij de verzakelijkingsslag die nodig is om te komen tot een duurzaam businessmodel. De organisaties worden hiertoe geëquipeerd met een set gereedschappen die de financiële en de maatschappelijke waardepropositie van het vastgoed inzichtelijk maakt. Dit instrumentarium wordt ontwikkeld aan de hand van bestaande waarderingsmethoden in andere vormen van maatschappelijk vastgoed en mondt uit in een rendementenmatrix waarmee gestuurd kan worden op sociale, culturele en economische outcome.
In de zorg voor mensen met de ziekte van Parkinson en hun mantelzorger(s), is samenwerken tussen professionals van verschillende disciplines essentieel, maar ook samenwerken met de cliënt en zijn of haar mantelzorger. Voor een goede samenwerking zijn ook communicatieve vaardigheden en zelfregulatie belangrijk. Onlangs (2018) is een nieuw competentieprofiel opgesteld voor ParkinsonNet zorgverleners waarin de rollen samenwerken en communiceren nader zijn uitgewerkt. Professionals werkzaam met mensen met complexe problematiek in de beroepspraktijk zijn vaak nog onvoldoende voorbereid op deze vaardigheden. De kwaliteitsmonitor van ParkinsonNet laat zien dat deze vaardigheden aandacht behoeven bij zorgverleners aangesloten bij ParkinsonNet. Daarnaast blijkt dat deze professionals zelf moeilijk in actie kunnen komen om deze punten te verbeteren. Doel van dit project is directe versterking van de samenwerkingsvaardigheden van deelnemers in een regio aangesloten bij ParkinsonNet, middels een experimenteel leertraject (leerlaboratorium). Hierbinnen zal ook aandacht worden gegeven aan de vaardigheden ‘communiceren’ en ‘zelfregulatie’. Tevens willen we inzicht krijgen in een core-set van indicatoren nodig voor ter ondersteuning van een experimenteel leertraject die bijdraagt aan samenwerken, communiceren en zelfregulatie ter verbetering van kwaliteit van zorg bij complexe problematiek. Het leerlaboratorium betreft drie bijeenkomsten in een doorlooptijd van een jaar, waarbij zorgverleners, studenten, (ervarings)deskundigen en onderzoekers samenwerken en leren. De inhoud van de bijeenkomsten wordt mede ontworpen door de deelnemers en er wordt gebruik gemaakt van eigen casuïstiek. Door het samenbrengen van de verschillende disciplines, belanghebbenden en expertise verwachten we een krachtige experimentele leeromgeving te creëren die de ontwikkeling van bovengenoemde vaardigheden versterkt. Het leerlaboratorium wordt geëvalueerd middels een responsieve evaluatie: een participatieve en democratische methode waarbij kennis, ervaringen en ideeën van de diverse belanghebbenden worden betrokken. Dit beoogt – naast evaluatieresultaten over de werkzame factoren voor een dergelijk leertraject voor netwerksamenwerking in de complexe zorg – ook een leerproces op gang te brengen onder de deelnemers.