Uit onderzoek blijkt de kwaliteit van de leraar voor de klas de meest belangrijke factor is op het leerresultaat van leerlingen.Leraarschap is een professie en net als andere professionals moeten leraren hun vak bijhouden en constant hun eigen handelen evalueren en verbeteren. Soms gaat dat vanzelf, bijvoorbeeld bij beginnende leraren. Om te overleven, zijn zij gedwongen heel snel te leren en zich verder te ontwikkelen. Maar meer ervaren leraren hebben inmiddels allerlei routines opgebouwd en missen vaak wat Koffeman (2011) noemt de 'noodzaak tot leren'. Het proefschrift beschrijft mogelijkheden om de professionalisering van leraren te stimuleren door middel van reflectiegesprekken met collega's en het gebruik van videofeedback. Het proefschrift betreft een ontwerponderzoek met als doel: op onderzoek gebaseerde oplossingen te ontwikkelen voor complexe problemen uit de onderwijspraktijk en tevens bij te dragen aan wetenschappelijke theorievorming, door het bestuderen van de onderliggende ontwerpprincipes. Samen met een school voor voortgezet onderwijs is een concreet programma ontworpen dat meer informele vormen van leren op de werkplek tussen leraren stimuleert. Door het ontwerpproces en de uitkomsten stap voor stap te beschrijven, levert dit onderzoek niet alleen een kant-en-klaar professionaliseringsprogramma dat andere scholen kunnen gaan gebruiken, maar levert het vooral ook bouwstenen op in de vorm van ontwerpprincipes en kennis over hoe en onder welke voorwaarden deze in de school kunnen werken. Met deze bouwstenen worden ook andere scholen in staat gesteld om het programma aan te passen aan de context van de eigen school.
Meetings with other professionals are considered crucial for enhancing the quality of teachers' reflections. However, little is yet known about how any beneficial effects of such meetings are brought about. This study explores the peer coach's roles and their influences on the learning processes of their peers and seeks to understand how watching video records of own practice, supports teachers to examine their own professional behaviour in new ways. Within subgroups three teachers took turns in different roles: as trainee, as coach and as observer of the coaching dialogue. They used video recordings of the interactions in their classrooms as feedback. Data for this study included videotaped and transcribed group dialogues and, for triangulation, data from learning reports, questionnaires, and in-depth semi-structured interviews with all participants. Coaching promoted broadening the scope of their reflections. Teachers often started just describing work situations with technical reflections on 'how to'. Non-directive coaching skills created necessary safety and space for learning, but video feedback and more directive coaching skills such as 'Continue to ask questions' were necessary to deepen the reflection process and to relate reflections with analysis of feelings, perspectives of other actors, and with political notions concerning social, moral and political issues. Peer coaching with video feedback affords positive impact to those who coach in addition to those who receive the coaching. Understanding different forms of teacher learning provides insight for research on teacher cognition and may inform the design of video-based professional development.
In the present study, the role of five categories of characteristics of a reciprocal peer coaching context was studied in relation to teacher learning. Both self-reports and student perceptions were used to measure teacher learning. Data were gathered on 28 secondary school teachers (14 coaching dyads). A mixed-method approach was adopted combining quantitative and qualitative data. To study the associations between five categories of characteristics of a peer coaching context (independent variable) and teacher learning (dependent variable), questionnaire results (quantitative data) and digital diaries (qualitative data) were examined. It was found that teachers learn when they are intrinsically motivated to take part in professional development programs; when they feel a certain pressure toward experimenting with new instructional methods; and when they are able to discuss their experiences within a safe, constructive, and trustworthy reciprocal peer coaching environment.
LINK
In dit project ontwikkelen we Herstelcirkel ++, een gezondheidscoöperatie voor mensen met (risico op) leefstijlgerelateerde aandoeningen (o.a. diabetes). Coöperatie definiëren wij open als een (maatschappelijke) onderneming of autonome organisatie waarbij de deelnemers zeggenschap hebben over hoe zij voorzien in hun behoeften door het realiseren of beheren van voorzieningen en/of diensten. Deze ontwikkeling beantwoordt de wens van mensen met leefstijlaandoeningen (meer regie over de eigen gezondheid) en de door professionals gevoelde noodzaak om de eerstelijnszorg toegankelijk te houden. Het uitgangspunt is dat zorg en gezondheidsbevordering zoveel mogelijk rond, door en voor mensen met vergelijkbare wensen georganiseerd kan worden, in de eigen omgeving zodat de stap naar formele zorg minder nodig is. Complementair aan formele zorg en duurzaam verankerd in een wijklandschap van gezondheidsbevordering. Ondanks Nederlandse burgerinitiatieven rond zorg en gezondheid ontstaan coöperatieve vormen van zelfhulp niet altijd en overal, vooral niet in stadswijken (met achterstandsproblematiek). Hoe kunnen professionals die in de wijk actief zijn rond zorg, gezondheid en welzijn en MKB-bedrijven die zoeken naar innovatieve dienstverlening m.b.t. voeding, beweging en coaching samen met bewoners meer coöperatieve samenwerking bewerkstelligen ten behoeve van vitaliteit? Centraal in dit project staat de doorontwikkeling van Herstelcirkel in de wijk (HCIW) een sociale innovatie die diabetes-zelfmanagementeducatie en zelfhulp combineert door groepen mensen onder begeleiding van coaching aan leefstijlverandering te laten werken. Ondanks veelbelovende resultaten na het eenjarige traject, blijkt voor het merendeel het effect niet duurzaam. Uitgangspunten project: Co-designaanpak die professionals leert kennismaken met ontwerpgerichte methoden om met en voor bewoners passende dienstverlening in de wijk te ontwikkelen die coöperatieve zelfhulp faciliteren. Versterken van positieve krachten van bewoners en wijken (‘assets’) als elementen van de sociale en fysieke leefomgeving die deelnemers in staat stellen gezondheid te bevorderen. Ontwikkeling van een coöperatie, inclusief organisatorische aspecten: samenwerking met gezondheids- en welzijnsprofessionals en duurzame verankering in de wijk.
Dit projectvoorstel preciSIAlandbouw richt zich op het onderdeel Precisielandbouw van de SIA call Praktijkkennis Voedsel en Groen. Precisielandbouw is een bedrijfsmanagementconcept dat d.m.v. technologie en kennis zo goed mogelijk stuurt op economische, ecologische en maatschappelijke doelen. Het preciSIAlandbouw-consortium doet een voorstel om praktijkgericht onderzoek te doen binnen een vijftal precisielandbouwthema’s: 1) sensortechnologie, 2) kennis en advies, 3) robotisering, 4) digitalisering en 5) verdienmodellen. Deze thema’s zijn gekozen vanuit een brede vraagarticulatie waarin knelpunten en uitdagingen vanuit de in de calltekst genoemde inspiratieprojecten verwerkt zijn. De thema’s sluiten tevens aan bij innovatievragen van de betrokken private consortiumpartners en speerpunten van de betrokken onderwijs- en onderzoeksinstellingen. Het is een mix van onderwerpen die op korte en middellange termijn nieuwe praktijkkennis levert. Het consortium bestaat uit vijf hbo’s, één universiteit, drie mbo’s, één brancheorganisatie en negen agrarische en toeleverende bedrijven. Het consortium heeft nauwe banden met Topsector-projecten (o.a. PL4.0) en FieldLabs (o.a. NPPL) op het gebied van precisielandbouw, waardoor een breed netwerk aangehaakt is. De looptijd van het project is twee jaar en de totale begroting is vastgesteld op 725.000 euro. Enkele betrokken agrarische bedrijven zijn gevestigd in experimenteergebieden. De onderzoeksactiviteiten in het preciSIAlandbouw-project zijn ondergebracht in vijf R&D-werkpakketten. Daarnaast is er één projectmanagementwerkpakket. De R&D-werkpakketten zijn gekoppeld aan de vijf voorgenoemde thema’s. Per R&D-werkpakket staan in hoofdstuk 6 de specifieke doelen, de aanpak, de onderzoeksmethodieken en de op te leveren resultaten. We verwachten met preciSIAlandbouw precisielandbouwtoepassingen en verdienmodellen te ontwikkelen en te valideren waarmee toeleverende bedrijven betere producten kunnen leveren en agrarische bedrijven betere bedrijfseconomische en maatschappelijke resultaten kunnen behalen, waaronder emissiereductie, efficiëntere inzet van hulpmiddelen, meer biodiversiteit en beter voor het klimaat Tevens verwachten we een rekenmodel te ontwikkelen waarmee telers zelf inzicht krijgen hoe hun verdienmodel er uit kan zien. De betrokken onderwijsinstellingen krijgen nieuwe kennis, expertise en lesmateriaal.