Many affective experiences and learning processes including attachment patterns from early developmental phases manifest during psychotherapy. The first 15 min in art therapy can potentially reveal clients’ preferred ways of processing information or Expressive Therapies Continuum components, attachment patterns in the material handling process, and emotion regulation strategies during art making. This article discusses how, through clients’ choice of materials and manner of interaction with those materials, information about attachment patterns and preferred emotion regulation is available in art therapy. Paying close attention to the first image and material interaction provides crucial information that will guide the goals and course of art therapy. Two case vignettes demonstrate that within the first 15 min of art therapy information is readily gathered about attachment styles, Expressive Therapies Continuum components, emotion regulation, and the course of art therapy.
Research showed that more than 30% of patients with Posttraumatic Stress Disorder (PTSD) do not benefit from evidence- based treatments: Trauma-Focused Cognitive Behavioral Therapy (TF-CBT) or Eye Movement Desensitization and Reprocessing (EMDR). These are patients with prolonged and multiple traumatization, with poor verbal memory, and patients with emotional over-modulation. Retelling traumatic experiences in detail is poorly tolerated by these patients and might be a reason for not starting or not completing the recommended treatments. Due to lack of evidence, no alternative treatments are recommended yet. Art therapy may offer an alternative and suitable treatment, because the nonverbal and experiential character of art therapy appears to be an appropriate approach to the often wordless and visual nature of traumatic memories. The objective of this pilot study was to test the acceptability, feasibility, and applicability of trauma-focused art therapy for adults with PTSD due to multiple and prolonged traumatization (patients with early childhood traumatization and refugees from different cultures). Another objective was to identify the preliminary effectiveness of art therapy. Results showed willingness to participate and adherence to treatment of patients. Therapists considered trauma-focused art therapy feasible and applicable and patients reported beneficial effects, such as more relaxation, externalization of memories and emotions into artwork, less intrusive thoughts of traumatic experiences and more confidence in the future. The preliminary findings on PTSD symptom severity showed a decrease of symptoms in some participants, and an increase of symptoms in other participants. Further research into the effectiveness of art therapy and PTSD is needed.
This conversation between Geert Lovink and Nikita Lin reflects upon our inner experiences within the global networked digital cultures. It explores the tactics, aesthetic and political, in response to the breakdowns brought by digital platforms and the possibility of creating new beginnings through persistent engagement in writing and publishing. Since 2004 Lovink is heading the Institute of Network Cultures at the Amsterdam University of Applied Sciences and is Art and Network Cultures Professor of Art and Network Cultures at University of Amsterdam’s Art History Department. The conversation takes as point of departure Lovink’s three recent books: Sad by Design: On Platform Nihilism, Stuck on the Platform: Reclaiming the Internet, and Extinction Internet: Our Inconvenient Truth Moment. Over the past 30 years, Lovink has been experimenting with the networks and the internet in his writing by developing a distinct style that dig into essays, interviews, aphorisms, sloganisms, and memes. This includes critical concepts that he has developed-such as ‘tactical media,’ ‘net criticism,' ‘sad by design,’ and ‘internet extinction’ – that people recognize, find useful and ready to apply to their own activities. For Geert Lovink, the fascinating question with writing is how to capture fast-changing real-time phenomena which means not only documenting but also leaving room for anticipation.
Aanleiding: De belangstelling voor gezonde en veilige voeding is groot. Bij de gezondheidseffecten van voeding spelen de darmen een cruciale rol. Verschillende soorten bedrijven hebben behoefte aan natuurgetrouwe testmodellen om de effecten van voeding op de darmen te bestuderen. Ze zijn vooral op zoek naar modellen waarvan de uitkomsten direct vertaalbaar zijn naar het doelorganisme (de mens of bijvoorbeeld het varken) en die niet gebruikmaken van kostbare en maatschappelijke beladen dierproeven. Doelstelling Het project 2-REAL-GUTS heeft als doel om twee innovatieve dierproefvrije darmmodellen geschikt te maken voor onderzoek naar voedingsconcepten en -ingrediënten. De twee darmmodellen die worden toegepast zijn darmorganoïden, minidarmorgaantjes bestaande uit stamcellen, en darmexplants bestaande uit hele stukjes darm verkregen uit relevante organismen. Beide modellen hebben potentieel heel uitgebreide toepassingsmogelijkheden en hebben ook grote voordelen ten opzichte van de huidige veelgebruikte cellijnen, omdat ze meerdere in de darm aanwezige celtypen bevatten en uit verschillende specifieke darmregio's te verkrijgen zijn. Gezamenlijk gaan de partners werken aan: 1) het aanpassen van de kweekomstandigheden zodat darmmodellen geschikt worden om de vragen van partners te beantwoorden; 2) het vaststellen van de toepassingsmogelijkheden van de darmmodellen door verschillende stoffen en producten te testen. Beoogde resultaten Kennisconferenties, publicaties en exploitatie van de modellen zullen zorgen voor het verspreiden van de opgedane kennis. Omdat het project gebruikmaakt van moderne, op de toekomst gerichte laboratoriumtechnieken (kweekmethoden met stamcellen en vitaal weefsel, moleculaire analyses en microscopie), leent het zich uitstekend om geïmplementeerd te worden in het hbo-onderwijs. Als spin-off zal het project dan ook voorzien in een specifieke, voor Nederland unieke hbo-minor op het gebied van stamcel- en aanverwante technologie (zoals organ-on-a-chiptechnologie).
De doelstelling van het project is het ontwikkelen van een breed gedragen basis voor samenwerking tussen de partners in het Living Lab Upper Citarum River Basin het opstellen van een breed gedragen Action Plan voor het toepassen van de beginselen van de circulaire economie als basis voor duurzame ontwikkeling van het Upper Citarum River Basin. In november 2016, heeft Hogeschool Van Hall Larenstein namens het Nederlandse Delta Platform een samenwerkingsovereenkomst ondertekend met University of Technology Bandung (ITB). Hiermee is de totstandkoming van het Living Lab Upper Citarum Basin officieel bekrachtigd. Daarnaast zijn ook andere partijen zoals Telkom University, de Radboud Universiteit en Deltares betrokken en wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan de functie van springplank die het Living Lab mogelijk voor het Nederlandse MKB kan bieden. Vlak na de totstandkoming van het Living Lab is afgesproken dat het Living Lab zich zal gaan richten op duurzame ontwikkeling en waterbeheer, waarbij de principes van de circulaire economie als leidend principe zullen worden toegepast. Bovendien is afgesproken om gezamenlijk te werken aan de ontwikkeling van on-derwijsmateriaal. Met dit project zullen tijdens werksessies met de betrokken partners en stakeholders in Bandung de meest veelbelovende kernthema’s voor samenwerking worden geïdentificeerd en verder concreet worden gemaakt. Hiervoor is het noodzakelijk om de ketens van stofstromen in het Citarum River Basin inzichtelijk te maken en hierbij kansen te identificeren voor het Nederlandse bedrijfsleven (MKB). In eerste instantie wordt hierbij ge-dacht aan bouwen met bagger, bouwen met plastic afval, building with nature, drinkwatervoorziening, afwate-ring en afvalwaterzuivering.
The pace of technology advancements continues to accelerate, and impacts the nature of systems solutions along with significant effects on involved stakeholders and society. Design and engineering practices with tools and perspectives, need therefore to evolve in accordance to the developments that complex, sociotechnical innovation challenges pose. There is a need for engineers and designers that can utilize fitting methods and tools to fulfill the role of a changemaker. Recognized successful practices include interdisciplinary methods that allow for effective and better contextualized participatory design approaches. However, preliminary research identified challenges in understanding what makes a specific method effective and successfully contextualized in practice, and what key competences are needed for involved designers and engineers to understand and adopt these interdisciplinary methods. In this proposal, case study research is proposed with practitioners to gain insight into what are the key enabling factors for effective interdisciplinary participatory design methods and tools in the specific context of sociotechnical innovation. The involved companies are operating at the intersection between design, technology and societal impact, employing experts who can be considered changemakers, since they are in the lead of creative processes that bring together diverse groups of stakeholders in the process of sociotechnical innovation. A methodology will be developed to capture best practices and understand what makes the deployed methods effective. This methodology and a set of design guidelines for effective interdisciplinary participatory design will be delivered. In turn this will serve as a starting point for a larger design science research project, in which an educational toolkit for effective participatory design for socio-technical innovation will be designed.