In cross-cultural communication and adjunct disciplines such as cross-cultural management and international business, there is a negativity bias of seeing cultural differences as a source of potential issues. The emergence of Positive Organizational Scholarship (POS) questions this problem-focused approach. This paper contributes to the ongoing discussion from neuroscience’s perspectives in several ways. Firstly, it provides a neurological look at this bias. Secondly, it proposes that the problem-focused approach may (1) give us a biased outlook of cross-cultural encounters rather than a reality, (2) hinder creativity, (3) lead to the rebound effect, and (4) turn belief into reality. Finally, based on insight from neuroscience and adopting the POS lens with the connection between POS and creativity, it’s recommended that future research takes three directions: (1) Using similarity as the starting point; (2) strategize body language, context and theories; and (3) develop a multicultural mind. In essence, the paper contributes to existing knowledge of the field by employing an interdisciplinary approach, aiming to gain a more holistic view, provoke thoughts, and trigger future empirical studies.
News media in The Netherlands show great variety in the extent and ways, in which they realize media accountability online in terms of actor transparency, product transparency and feedback opportunities online. It is suggested that even those news rooms that seem to adhere to transparency and public accountability still need to explore the functionality and application of media accountability instruments (MAI). Both in terms of potentials and pitfalls, news rooms need to consider about what they want to be transparent and in what ways. To the extent that online innovations are visible, traditional news media seem to experiment, as is the case with newsroom blogs or the project of hyper local journalism Dichtbij.nl, part of the Telegraaf Company. Various news media have on-going projects on audience participation, online applications and distribution models. However, since many projects merely aim at finding new applications, processes, platforms and business models, it remains to be seen assess whether projects are indeed reasonably innovative and feasible at the same time. The development of an online and therefore immediate, archived, personalized and interactive context, offers practical and ethical challenges to Dutch journalism. These challenges bring shifts in its role and responsibility to society. It means that changes occur in what journalists are accountable for, as well as ways in how they are accountable. The Dutch media landscape lodges various professional accountability instruments like the press council and both profession-wide and news media specific codes of ethics, but some of these instruments receive only moderate support. Proactive openness is more an exception than the rule and may well be a distinctive indicator for quality journalism. Although news media often acknowledge the importance of media accountability offline and online, they often lack the resources or courage to use them or have different priorities. This ambiguous position may indicate that in relation to media accountability online, Dutch news media are between hope and fear: that it will either improve their relationship with the public and fuel professional quality, or ask too much of resources with too little benefit.
MUSE supports the CIVITAS Community to increase its impact on urban mobility policy making and advance it to a higher level of knowledge, exchange, and sustainability.As the current Coordination and Support Action for the CIVITAS Initiative, MUSE primarily engages in support activities to boost the impact of CIVITAS Community activities on sustainable urban mobility policy. Its main objectives are to:- Act as a destination for knowledge developed by the CIVITAS Community over the past twenty years.- Expand and strengthen relationships between cities and stakeholders at all levels.- Support the enrichment of the wider urban mobility community by providing learning opportunities.Through these goals, the CIVITAS Initiative strives to support the mobility and transport goals of the European Commission, and in turn those in the European Green Deal.Breda University of Applied Sciences is the task leader of Task 7.3: Exploitation of the Mobility Educational Network and Task 7.4: Mobility Powered by Youth Facilitation.
Patiëntdata uit vragenlijsten, fysieke testen en ‘wearables’ hebben veel potentie om fysiotherapie-behandelingen te personaliseren (zogeheten ‘datagedragen’ zorg) en gedeelde besluitvorming tussen fysiotherapeut en patiënt te faciliteren. Hiermee kan fysiotherapie mogelijk doelmatiger en effectiever worden. Veel fysiotherapeuten en hun patiënten zien echter nauwelijks meerwaarde in het verzamelen van patiëntdata, maar vooral toegenomen administratieve last. In de bestaande landelijke databases krijgen fysiotherapeuten en hun patiënten de door hen zelf verzamelde patiëntdata via een online dashboard weliswaar teruggekoppeld, maar op een weinig betekenisvolle manier doordat het dashboard primair gericht is op wensen van externe partijen (zoals zorgverzekeraars). Door gebruik te maken van technologische innovaties zoals gepersonaliseerde datavisualisaties op basis van geavanceerde data science analyses kunnen patiëntdata betekenisvoller teruggekoppeld en ingezet worden. Wij zetten technologie dus in om ‘datagedragen’, gepersonaliseerde zorg, in dit geval binnen de fysiotherapie, een stap dichterbij te brengen. De kennis opgedaan in de project is tevens relevant voor andere zorgberoepen. In dit KIEM-project worden eerst wensen van eindgebruikers, bestaande succesvolle datavisualisaties en de hiervoor vereiste data science analyses geïnventariseerd (werkpakket 1: inventarisatie). Op basis hiervan worden meerdere prototypes van inzichtelijke datavisualisaties ontwikkeld (bijvoorbeeld visualisatie van patiëntscores in vergelijking met (beoogde) normscores, of van voorspelling van verwacht herstel op basis van data van vergelijkbare eerdere patiënten). Middels focusgroepinterviews met fysiotherapeuten en patiënten worden hieruit de meest kansrijke (maximaal 5) prototypes geselecteerd. Voor deze geselecteerde prototypes worden vervolgens de vereiste data-analyses ontwikkeld die de datavisualisaties op de dashboards van de landelijke databases mogelijk maken (werkpakket 2: prototypes en data-analyses). In kleine pilots worden deze datavisualisaties door eindgebruikers toegepast in de praktijk om te bepalen of ze daadwerkelijk aan hun wensen voldoen (werkpakket 3: pilots). Uit dit 1-jarige project kan een groot vervolgonderzoek ‘ontkiemen’ naar het effect van betekenisvolle datavisualisaties op de uitkomsten van zorg.
De alliantie tussen professionals en cliënten in de jeugdzorg is een krachtige algemeen werkzame factor in de hulp aan kinderen en ouders met opvoedproblemen. De alliantie tussen professionals en cliënten bestaat uit de persoonlijke klik, overeenstemming over de doelen waaraan gewerkt wordt en de wijze waarop er samengewerkt wordt aan die doelen. Een positieve alliantie in een vroeg stadium van het hulpverleningstraject is een betrouwbare voorspeller van een positieve uitkomst. Het vroegtijdig zicht krijgen op de kwaliteit van de alliantie geeft de mogelijkheid om breuken en deuken in beeld te brengen en vroegtijdig bespreekbaar te maken en te herstellen. Het ritueel om de alliantie bespreekbaar te maken wordt in de praktijk nog weinig gestalte gegeven. Het vergt van professionals een scherp observatievermogen, goede reflectievaardigheden en de nodige creativiteit om het ritueel in het primair proces te passen. Met de te ontwikkelen experimentele leerlijn waar deze aanvraag op ingaat willen werkveldpartners inzetten op het aanleren van deze vaardigheden.