In lerarenopleidingen in Nederland wordt gezocht naar mogelijkheden om een flexibel curriculum te ontwerpen dat vakinhoudelijk, vakdidactisch en pedagogisch, een goede weergave is voor het beroep van leraar. Landelijk zijn ontwikkelingen gaande in zowel primair- als voortgezet onderwijs om het leren vanuit onderwijs zo passend mogelijk te maken voor leerlingen. Elke schoolorganisatie doet dit op eigen wijze en binnen aanwezige mogelijkheden. In een groeiend aantal netwerken van opleidingsinstituten en daaraan verbonden scholen is men in gezamenlijkheid op zoek naar opleidingsroutes voor leraren die aansluiten bij die veranderingen in de onderwijspraktijk. Het doel van dit onderzoek is om in netwerken van Samen Opleiden zicht te krijgen op de dynamiek en uitdagingen van het ontwerpen, uitvoeren van nieuwe opleidingsroutes en de opbrengsten daarvan in termen van beoogd, uitgevoerd en gerealiseerd curriculum. Hiervoor worden drie jaar lang vijf innovatieve opleidingsinitiatieven gevolgd en geportretteerd door middel van documentanalyses, storylines en interviews met betrokkenen van lerarenopleidingen en scholen. Op basis van deze onderzoeksgegevens worden in elke fase casus overstijgende dilemma’s, uitdagingen en opbrengsten geïnventariseerd en beschreven. We willen deelnemers de tot nu toe gevonden data voorleggen vanuit Fase 1 en in gesprek gaan over de manier waarop samen opleiden in balans blijft tussen lerarenopleidingen en de praktijk.
MULTIFILE
Sinds jaar en dag is een vast thema in het beleid van stedelijke ontwikkeling de vraag of en hoe de stad er voor iedereen is. Is de stad open voor nieuwe bevolkingsgroepen? Is of dreigt er een onaanvaardbare kloof tussen arm en rijk, blank en zwart, laag en hoog opgeleid in de stad? Het bestrijden van sociaal-ruimtelijke segregatie is een belangrijk thema in vele stedelijke beleidsnota’s. Het thema van gelijkheid is dus ook een stedelijk thema. In deze bijdrage wil ik ingaan op de verhouding tussen “gelijkheid” en “verschil” in het domein van het stedelijk wonen. Wonen moet iedereen en het is daarmee een persoonlijk beladen thema. Wonen is steevast een belangrijk onderdeel van elke stedelijke beleidsagenda die zich onder meer richt op de kwaliteit van de stad zelf en op de plaats van de stad in het international krachtenveld. Daarom wordt in het stedelijk woonbeleid voortdurend geschakeld en gebalanceerd tussen het denken en doen in termen van gebied (stad, wijk, buurt) en denken en doen in termen van bevolking (groepen, individuen).
Een beroerte is de belangrijkste oorzaak van invaliditeit in Nederland. Revalidatie van mensen die een beroerte hebben gehad, is erop gericht hen zo zelfstandig mogelijk in hun eigen omgeving te laten functioneren. Vaak zijn er na de revalidatie nog altijd gevolgen van een beroerte, die het zelfstandig functioneren bemoeilijken. Mensen die een beroerte overleven houden er vaak chronische gevolgen aan over, zoals loop- en balansproblemen, verhoogd valrisico, vermoeidheid en depressie. Deze problemen bij thuiswonende mensen met een beroerte resulteren vaak in een inactieve leefstijl. Dit leidt tot een neerwaartse spiraal waarin de fysieke activiteit steeds verder afneemt, patiënten steeds verder deconditioneren, de verzorgingsbehoefte toe- en de mate van zelfstandigheid afneemt en het risico op een volgende beroerte toeneemt. Studies laten zien dat fysieke activiteit een positief effect op gezondheid heeft van patiënten na beroerte. De technologie om fysieke activiteit betrouwbaar en valide te meten is aanwezig en er is inzicht in belemmerende en faciliterende factoren voor fysieke activiteit. Er is echter nog geen bewezen effectieve interventie voor het aanleren en behouden van een fysiek actieve leefstijl voor patiënten na beroerte. Omdat alle richtlijnen voor beroerte aangeven dat het belangrijk is dat patiënten na beroerte fysiek actief zijn, vragen fysiotherapeuten zich af hoe krijgen en houden wij patiënten na een beroerte actief, dus hoe krijgen wij een actieve leefstijl bij een patiënt? Deze praktijkvraag is “vertaald” naar de volgende onderzoeksvraag: Wat is het effect van een beweegstimuleringsinterventie bij thuiswonende patiënten na beroerte op fysieke activiteit en aerobe capaciteit? Deze onderzoeksvraag wordt in drie stappen uitgewerkt: 1. Het ontwikkelen van een veldtest om aerobe capaciteit te meten in de praktijk, 2 Het ontwikkelen van een interventie gericht op het (langdurig) bevorderen van een fysiek actieve leefstijl; 3. Het testen van de feasibility van de interventie in een pilot studie.
Hoe kunnen bestemmingen de regie pakken over hun duurzame toeristische ontwikkeling? Hoe zorgen bestemmingen voor de juiste balans tussen wonen, werken en recreëren? Wat is de positie van bedrijven? En welke rollen zijn er voor welke partijen weggelegd?Met de Agenda Bewuste Bestemmingen ontwikkelt CELTH een overkoepelend raamwerk voor de ontwikkeling van een bewuste bestemming. In dit raamwerk onderscheiden we vijf thema's.- Human Capital- Vrijetijdsaanbod- Maatschappelijke infrastructuur- Organiserend vermogen- SmartnessOmdat nog niet alle kennis aanwezig is, leidt de Agenda Bewuste Bestemmingen tot een onderzoeksagenda op de thema’s. Samen met partners ontwikkelen we onderzoeken om antwoord te geven op vragen als:Hoe meet je de juiste balans tussen wonen, werken en recreëren? Met welk instrumentarium kunnen overheden sturen op de gewenste kwantitatieve en kwalitatieve ontwikkeling van vrijetijdsaanbod? Denk hierbij aan de vestiging van hotels en Airbnb of verduurzaming van industrie. Hoe kunnen we de samenwerking vormgeven?
In het Groningse aardbevingsgebied moeten de komende jaren volgens de contourenschets van de Nationaal Coördinator Groningen tussen de 35.000 en 100.000 woningen worden versterkt. Er is geen regio in Nederland waar ineens, op zo?n korte termijn en in zo?n grote omvang, de noodzaak van grootschalig aardbevingsbestendig bouwen is ontstaan. De Groningse mkb-bouwbedrijven werken samen om via bedrijfsinterne verbeteringen deze opdracht te realiseren. De praktijkvragen van de betrokken bouwbedrijven zijn: " Hoe kan ik mijn bedrijfscapaciteit optimaal managen, gezien de kansen rondom aardbevingsbestendig bouwen, maar zodanig dat de orderportefeuille en het personeelsbestand in balans zijn? " Hoe richt ik mijn bedrijfsprocessen zodanig op de verwachte groei in, dat de werkzaamheden binnen acceptabele doorlooptijden en naar tevredenheid van bewoners en opdrachtgevers duurzaam kunnen worden uitgevoerd? De kern van het consortium bestaat uit 10 mkb-bouwbedrijven, Bouwend Nederland regio Noord en de Hanzehogeschool Groningen. Het lectoraat Flexicurity is penvoerder, daarnaast is het lectoraat Arbeidsorganisatie en ?productiviteit en het lectoraat Ruimtelijke Transformaties betrokken. Vanuit het onderwijs participeren de Academie voor Architectuur, Bouwkunde en Civiele Techniek en EPI-kenniscentrum. EPI-kenniscentrum is een samenwerkingsverband van de Hanzehogeschool Groningen, Alfa College en Rijksuniversiteit Groningen ? en andere publieke en private partners. Het bundelt onderwijs en scholing op het terrein van aardbevingsbestendig bouwen voor de regio. Het doel van het consortium is om: " Kennis te ontwikkelen over capaciteitsmanagement en slim organiseren (binnen en tussen bedrijven) van het aardbevingsbestendig bouwproces, en de (arbeids)marktwerking daaromheen. " Deze kennis en inzichten te vertalen in voor het mkb bruikbare producten zoals tools, startcondities en randvoorwaarden (Handboek capaciteitsmanagement- en procesverbetering voor mkb-bouwbedrijven). " De verworven praktijkkennis om te zetten in onderwijsproducten zoals een nieuwe minor in het HG bouwonderwijs en innovatie van onderwijs en scholing via EPI-kenniscentrum. " Te komen tot een structurele en intensieve samenwerking tussen mkb-bouwbedrijven, onderwijs en praktijkgericht onderzoek aan de Hanzehogeschool Groningen (en andere onderwijsinstellingen).